Gaan geloof en geluk nog hand in hand?

 

Geloof, hoop en liefde. Drie begrippen die onlosmakelijk zijn verbonden aan geluk. Daarnaast zijn het ook drie kernbegrippen van het katholicisme; een religie waarin nog steeds veel mensen hun geluk vinden. Een groot deel van de Nederlandse bevolking is verbonden aan de Rooms-Katholieke Kerk, maar liefst een op de vijf Nederlanders. Toch zijn dat er minder dan ooit en heeft dat consequenties. Dit is bijvoorbeeld te merken aan het groot aantal katholieke kerken dat afgelopen jaren de deuren moest sluiten. Zo ook in het Brabantse Esbeek, waar Piet van Mensvoort (83) zo’n 23 jaar als pastor diende. Daar is nu een einde aan gekomen.

‘’Ik begin net een beetje te wennen aan mijn nieuwe verblijf’’, zegt Piet. Sinds een maand woont hij in het Heilig Hart klooster in Tilburg, een verzorgingstehuis voor zusters en paters. Hij zit op zijn bureaustoel in zijn nieuwe woonruimte. Een vierkant kamertje met een klein keukenblok en een badkamer. Op zijn tafel liggen stapels boeken en papieren en nog niet alle verhuisdozen zijn uitgepakt. ‘’Het is eigenlijk net een studentenkamer, hè?’’, grapt hij. Van zijn bureau grijpt hij een geprint krantenartikel. Het is een bericht over de recente top in Ivoorkust. ‘’We maken hier een tijdschrift voor alle paters onder elkaar’’, vertelt Piet. ‘’Dat doen we één keer per maand. Zelf schrijf ik regelmatig over thema’s als gerechtigheid en vrede.’’ Hij vertelt uitgebreid wat hem dwars zit aan een van de onderwerpen die besproken werd tijdens de top. Het betreft de machtspositie van Europese bedrijven die ervoor zorgen dat jonge Afrikanen amper winst kunnen maken door de grote concurrentie. ‘’Momenteel schrijf ik hier een artikel over. Zo blijf ik toch nog een beetje bezig hier.’’

Wonen in een klooster is voor Piet niks nieuws. ‘’Ik ben hier natuurlijk ook ooit begonnen. Eigenlijk ben ik gewoon weer terug van weggeweest.’’ Naar eigen zeggen is hij hier nu beter af. ‘’Ik had ook in Esbeek kunnen blijven zitten. Ik had het daar goed, maar als je 83 bent ga je toch anders denken over bepaalde zaken.’’ Hij wijst naar het bedieningspaneel met hulpknoppen boven zijn bed. ‘’Toch iets meer veiligheid dan in dat grote, oude huis in Esbeek.’’

Piet werd geboren op een boerderij in Tilburg. Daar groeide hij op met zijn vijf broers, die allemaal op het platteland gingen werken. Toch was het boerenleven niet voor Piet weggelegd. Hij had een andere toekomst voor ogen. Op zijn twaalfde vertrekt hij naar het seminarie om aan de priesteropleiding te beginnen. ‘’Soms grap ik weleens dat naar het seminarie ben gegaan omdat ik te lui was om hard te werken’’, zegt hij lachend. Hij wilde werken in een ver missiegebied, bij de ‘wilde mensen’ zoals hij ze noemt. Op 27-jarige leeftijd werd hij uitgezonden naar Merauke op Papoea-Nieuw-Guinea om daar te werken als priester. In 1990 keerde hij, vanwege gezondheidsproblemen, voorgoed terug naar Nederland. Vier jaar later kwam hij terecht in Esbeek. Hier diende hij tot 2014 als pastor. Totdat het bisdom besloot om de Esbeekse kerk te sluiten onder het mom van een tekort aan priesters en financiële middelen. Piet heeft hier uitgebreid tegen gevochten, maar uiteindelijk sloten alsnog de deuren van de Adrianuskerk.

Alhoewel zijn carrière in Esbeek op een enigszins moeizame manier werd afgesloten, kijkt Piet terug op een mooie tijd. ‘’Ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad in Esbeek.’’, zegt hij met een grote glimlach op zijn gezicht. ‘’Ik kwam in een gespreid bedje. Het was een milieu waarin ik mij ook helemaal thuis voelde, zo’n boerendorp.’’

‘’Soms grap ik weleens dat ik naar het seminarie ben gegaan omdat ik te lui was om hard te werken.’’

Het afnemende aantal priesters en het voornamelijk uit ouderen bestaande kerkgemeenschap wekt de vraag op of religie nog wel iets van deze tijd is. Piet denkt van wel: ‘’De kerk is altijd al fluctuerend.’’ Hij is ervan overtuigd dat het te allen tijde een bron van geluk zal blijven.

Hoewel Piet zijn leven aan het geloof wijdde, is dat niet de voornaamste reden voor zijn geluk. ‘’Ik denk dat geluk vanuit religieus oogpunt precies hetzelfde is als voor niet-religieuze mensen’’, zegt hij. ‘’Je bent gelukkig wanneer je relaties met de medemens goed zijn. Open zijn voor anderen, aandacht hebben voor anderen, respect hebben voor anderen. Ook mensen die leven zonder enige christelijke motivatie kunnen best wel een goede motivatie hebben om goed te zijn voor de medemens.’’

‘’Heb je een heilig geschrift?’’, vraagt Piet. Hij grijpt snel een papiertje en noteert een vers uit het evangelie van Mattheus. Hierin wordt als het ware de essentie van geluk naar het idee van het christendom bevangen.

 

Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.

Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?

En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.

Mattheus 25:34

Volgens Piet hangt geluk dus samen met naastenliefde. ‘’Als je haatdragend of altijd jaloers bent, kun je niet gelukkig zijn. Kijk nou naar iemand als Trump, zou zo’n man nou echt gelukkig zijn?’’, vraagt hij met een voldane blik.

Maar heeft het geloof dan geen enkele invloed op het geluk? ‘’Ik denk dat geluk voor iedereen hetzelfde is, maar dat de motivatie misschien afwijkt’’, zegt Piet. ‘’Als gelovige zie je het voorbeeld van Jezus en wil je leven volgens dat voorbeeld. Dat houdt in: aandacht voor de miskenden, aandacht voor de vertrapten, aandacht voor degenen die door iedereen verwaarloosd worden. Het gaat erom waar je je inspiratie vandaan haalt. Zelf haal ik die uit het leven van Christus.’’

Voor Piet was dit ook de grootste reden om zijn werk voort te zetten. Ook in tijden van twijfel. ‘’Toen ik op het seminarie zat, heb ik weleens gedacht: waarom ga ik niet terug naar mijn ouderlijk huis? Waarom ga ik niet gewoon studeren aan een of andere universiteit? Maar altijd had ik in mijn achterhoofd: ik zou het mezelf nooit vergeven als ik meer voor mezelf zou kiezen dan voor anderen.’’

Bij de vraag of hij zelf gelukkig is, knikt Piet tevreden. ‘’Ja, ik ben gelukkig. Ik voel me happy, ik zit goed in mijn vel. Het ‘lukt’ me wel’’, lacht hij. ‘’Maar het is bijna vijf uur, dus wij moeten als degelijke oude mensen zo naar het avondeten.’’

 

Bron foto: privéarchief