Familiekraam in coronatijd: “blij als we zeven klanten hebben”

Hoewel de meeste ondernemingen hun deuren gedurende de coronapandemie minimaal een keer hebben moeten sluiten, geldt dit niet voor marktkramen. Ondanks dat men wekelijks langs kan komen voor een stroopwafel of bakje kibbeling, blijft het nu akelig stil.

De stilte overheerst alles. De vrolijke geluiden van het draaiorgel en het meetikken van het geldbakje hebben plaatsgemaakt voor enkel het geluid van de wind. Waar het in voorgaande jaren zo was dat mensen kwamen winkelen terwijl ze de slaap nog uit hun ogen moesten vegen, heerst nu de complete rust op de markt in Den Bosch.

Op de Bossche markt stonden voor de pandemie allerlei kramen kriskras door elkaar met hordes mensen ertussen. Nu staan slechts enkele kramen in een keurige rij om het ronde plein opgesteld, om maar voldoende afstand te kunnen bewaren. Het aantal mensen dat komt shoppen is bijna op twee handen te tellen.

Eerdere jaren kon je makkelijk over een van de vele tokkelende duiven struikelen, terwijl er boven je hoofd een groep kakelende meeuwen de omgeving afspeurde om ook een graantje mee te pikken. Zelfs bij viskraam Katja Krol, die ondanks de coronamaatregelen elke dag open is, is geen vogel te bekennen.

Wanneer ik langs de viskraam loop, hoor ik het opgewekte “goedemorgen” van een man die met lange halen vissen aan het schoonmaken is, terwijl zijn collega verschillende bakjes met salade vult. De derde in de kraam is degene waarnaar de viskraam is vernoemd. “Het is een familiekraam,” vertelt ze met een lach. “We staan hier al sinds 1953. Althans, ik niet hoor!” Weer een brede grijns op een gezicht dat niet veel ouder lijkt dan dertig.

De man die de vissen schoonmaakt neemt het gesprek over, terwijl hij me aankijkt en met een scherp fileermes de ene na de andere vis onder handen neemt. Hij zucht diep: “tja, we weten niet hoe het vandaag loopt. We mogen blij zijn als we deze ochtend zeven klanten hebben. Het waait ook hard vandaag, dus niet echt aantrekkelijk om even een visje te komen halen. Dit geldt ook voor jongeren helaas,” zo legt hij uit. Doordat de scholen veelal dicht zijn, lopen er haast geen scholieren en studenten door het centrum. “Een bakje kibbeling wordt toch gezien als ‘even lekker tussendoor’. Met het sluiten van scholen en het slechtere weer zit dat er niet in op het moment.”

Dan dient zich opeens een klant aan. De eerste van de dag, zo blijkt. Nadat de klant zijn bestelling heeft afgerekend en gedag heeft gezegd, gaat het gesprek verder. “We kijken naar eerdere vergelijkbare omstandigheden als we aan het voorbereiden zijn,” zegt de man die de salades maakt. “Het is niet zo dat we aan het einde van de dag veel moeten weggooien.

De medewerkers van de viskraam zijn blij dat ze altijd open hebben mogen blijven tijdens de coronapandemie. “Wij vallen onder eten, de eerste levensbehoeften. Daarom kunnen wij hier blijven staan. Als je om je heen kijkt, zie je dat alleen de kramen voor etenswaren en groente en fruit hier staan.”