Energie maakt creatief: Thijs Meulen broedt een duurzame universiteit

 

EINDHOVEN – Triomfantelijk stapt Thijs Meulen naar voren als hij zijn naam door de speakers hoort, op het moment van de uitreiking. Op het Nationaal Symposium Bodemenergie zijn allerlei duurzaamheidsexperts aanwezig, een paar zijn zelfs in een onderlinge competitie met elkaar beland: het winnen van de WKO Duurzaamheid Award 2018 (warmte- en koudeopslag). Thijs Meulen, energiecoördinator en beleidsmedewerker duurzaamheid van de TU Eindhoven, trekt aan het langste eind.                  

                                                 

Heerlijk, dat Traverse gebouw. Net niet aan de rand van de campus, maar ook niet in het bruisende centrum. Wat men nog wel eens wil vergeten is dat er binnen de muren van dit onschuldige gebouw een innovatiefabriek op volle toeren draait. Fabrieksdirecteur: Thijs Meulen. Ruim vijftien jaar werkzaam bij de Technische Universiteit in Eindhoven, en dat werpt zijn vruchten af. De WKO-Award wordt jaarlijks uitgereikt aan de genomineerden (opgegeven door bedrijven of instanties) die ‘zich met veel toewijding inzetten voor hun wko-systeem en daarnaast hun kennis actief delen’. Gebruikersplatform Bodemenergie (GPB) en het Rijksvastgoedbedrijf zijn de trotse organisatoren. Meulen zal zichzelf overigens niet snel als de fabrieksdirecteur willen omschrijven: hij benadrukt dat groene resultaten op de TU te danken zijn aan een goede samenwerking.  “Ik doe het niet alleen, we doen het als team. Het wko-team heeft er dit jaar hard aan gewerkt. Dat ik nou de persoon ben uit het team die presentaties geeft en kennis deelt, ach. Ik vind het in ieder geval een genoegen.”  Wie de nieuwsberichten leest over de Duurzaamheid Award wordt ook gewezen op Meulens bescheidenheid. Wel is hij zich bewust van zijn bijdrage in het wko-team, op de vraag of de spectaculaire statistieken van de duurzaamheidsontwikkelingen, met name door de wko, op de campus te danken is aan zijn beleid, knikt hij zonder te aarzelen. Hij kan het immers weten; hij is langer met wko bezig dan hij werkzaam is op de universiteit.

WKO, oftewel warmte- en koudeopslag, is een techniek om energie (in de vorm van warmte of koude) op te slaan. Dit gebeurt via koud of warm water. De techniek wordt vooral gebruikt voor het opwarmen of afkoelen van gebouwen. Voor de opslag van dit water zijn zogeheten bronnen nodig. Het verkoelen van een gebouw kan direct met koud grondwater, voor het verwarmen van een gebouw moet het water in de bron door een warmtepomp worden opgewarmd.

“Ik doe het niet alleen, we doen het als team.” Maar wat is in godsnaam die ‘het’ eigenlijk? Waarom heeft Méulens die prijs gewonnen? De concurrentie liegt er niet om: Fred Ekart, gebouwenbeheerder van de Rabobank. Of Henk van der Steen, van technische zaken bij de Hogeschool Leiden. “Het gaat vooral om kennisoverdracht. De presentaties die ik geef zijn in binnen- en buitenland en ik probeer altijd de wko er in te verwerken.”  Meulen weet ook wel dat het vooral de uniekheid van zijn wko-systeem is dat de jury omver heeft geblazen. Mensen die wat beter bekend zijn met een wko-systeem weten dat er óf koude óf warmte geleverd kan worden, niet allebei.

“Dat is het mooie van ons systeem”, licht Meulen verder toe, “wij kunnen warmte en koude gelijktijdig leveren. We hebben een koude ring en een warme ring, waaraan bij beide 16 bronnen gekoppeld zijn. In september, als het ’s ochtends nog fris is en het gebouw verwarmd moet worden, is de koude via dit systeem zich al aan het verzamelen om het gebouw ’s middags weer af te koelen wanneer er sprake is van wat meer zon.” 16 warmtebronnen en 16 koudebronnen. In totaal 32 bronnen, verdeeld over 19 panden. De TU Eindhoven heeft het grootste ringleidingsysteem van Europa. Het is een indrukwekkend staaltje duurzaamheid.

Opvallend aan de overwinning van Meulen is natuurlijk wel dat de TU Eindhoven een samenwerkingspartner is van Gebruikersplatform Bodemenergie, één van de organisatoren van de award. Natuurlijk, alle werkgevers van de genomineerden zijn lid van het Gebruikersplatform, maar een samenwerkingspartner, dat kan alleen de werkgever van Meulen zeggen. Sterker nog, tussen de genomineerden van het jaar ervoor zat geen enkele samenwerkingspartner, en in 2016 ook niet. Het lijkt erop dat Meulen de eerste winnaar is die toevallig ook samenwerkingspartner van de organisator is. Vergeet niet: voorzitter van het GPB Dick Westgeest zit in de jury. Op de vraag of dit inderdaad toeval is, reageert Meulen: “Dat weet ik niet, ik denk het wel.” Dick Westgeest benadrukt in een reactie dat de prijs persoonsgericht is en niet bedrijfsgericht, maar ook dat er geen nominatievoorwaarden zijn: een instantie met een goede relatie met het GPB mag gewoon een genomineerde leveren. Westgeest: “Bovendien is de samenwerking met de TU/e en het GPB niet intensief, we hebben samen nog geen grote projecten gedaan.” Wat dat betreft zal de TU niet klagen over het feit dat op de website van het GPB onder het kopje ‘samenwerking’, de TU prominent staat aangeschreven.

De mate waarin de overwinning van Meulen terecht is hoeft echter niet in twijfel getrokken te worden. De ambities en de toekomstplannen van de TU zijn helder. Meulen: “We willen in 2030 vijftig procent van de energie verbruiken van 2011, en van die vijftig procent willen we de helft duurzaam opwekken. De kans dat we dat gaan halen zit er dik in. Kijk naar ons Atlas gebouw, het grootste gebouw van TU-campus. De innovatietechnieken die we er op toegepast hebben heeft ervoor gezorgd dat het het duurzaamste onderwijsgebouw ter wereld is.”  Natuurlijke ventilatie, aanpasbare LED verlichting en hergebruikt staal uit de jaren 60. Het Atlas gebouw is de Roger Federer van de duurzame gebouwen. Meulen is verrukt met deze positie. “Wij als universiteit hebben een voorbeeldfunctie. Op het moment dat we samenwerken om Nederland beter op de kaart zetten en een wereld te creëren die langer meegaat dan de komende 1000 jaar zijn we goed bezig. Wij als universiteiten komen ook regelmatig bij elkaar, zodat je het wiel niet steeds opnieuw hoeft uit te vinden.” De WKO-award lijkt in goede handen als we dit horen, en zo is de Technische Universiteit onder de vlag van Eindhoven weer een prijs rijker.

 

Door – Thieu Schraven (30-11-2018)

 

  Waterbronnen op de TU campus.                                             Foto: Hannie Horvath