Een klas met maximaal vijftien leerlingen in Spanje: de mogelijkheden en valkuilen

Bron video: NOS Jeugdjournaal

 

Kleinere klassen, meer onlineonderwijs en social distancing op het schoolterrein. Het vraagt wat van Spaanse leerlingen en leraren, maar deze plannen zullen volgens de regering een oplossing zijn voor onderwijs na de lockdown.

Als het aan het ministerie van Onderwijs ligt komen de Spaanse klassen er volgend jaar heel anders uit te zien. Vanwege verschillende coronamaatregelen, waaronder social distancing en minder samenscholing is het niet mogelijk om volle klassen te houden.

Voordat de coronacrisis begon zaten op het basisonderwijs maximaal 28 leerlingen en op het voortgezet onderwijs maximaal 40 leerlingen samen in een klaslokaal. Straks zullen dat er op beide niveaus nog 15 per klas zijn.

Nieuwe plannen
Er is niet genoeg budget om het aantal klassikale lessen te verdubbelen. Het onderwijs van na de noodtoestand zal op school zelf én thuis plaatsvinden. Het idee is dan om klassen te verdelen in drie groepen en leerlingen die niet naar school gaan online lessen te laten volgen.

Scholen willen bovendien dat de sociale afstand tussen de leerlingen en docenten vanaf september aanblijft. Onderwijsvakbonden vinden dat dit al deze plannen beter zullen slagen als er een uitbreiding komt in het aantal docenten.

Isabel Celaá (Minster van Onderwijs) zegt in verschillende Spaanse media dat vanaf september de scholen weer opengaan. Leerkrachten zullen daarnaast wel meer tijd nodig hebben om online lessen voor te bereiden. Bijna alle leerlingen die nu thuisonderwijs hebben, moeten zorgen dat zodra de scholen openen, ze beschikken over nog beter internet.

Niet eerder open
De scholen blijven voorlopig nog dicht. Kinderpsychiater José Luis Pedreira legde op 17 april in El País al uit waarom de overheid deze beslissing neemt. “Een vroegtijdige terugkeer naar school is niet haalbaar, omdat het vooralsnog onmogelijk is om te voldoen aan de anderhalve meterregel op scholen. De schoolleiding moet dan de ruimte in onderwijscentra drievoudig vermenigvuldigen om de lokalen te kunnen openen.”

Juanma Moreno (gouverneur van de Partido Popular in Andalusië) vond dat scholen tussen mei en juni echt al weer open konden gaan. Hij heeft kritiek gehad op beslissingen van de regeringen over het lockdown-onderwijs en beargumenteerde dat ‘het goed zou zijn als kinderen weer naar school konden gaan zodat ouders weer naar hun werk konden gaan en niet voor de kinderen hoefden te zorgen’.

Dat plan is uiteindelijk niet doorgegaan. “Op kleuterscholen en basisscholen is fysieke afstand voor september niet haalbaar”, legt José Ramón Repullo, hoogleraar Gezondheidsplanning en Economie aan de National School of Health in Madrid, uit. “Het kan worden teruggebracht tot rotaties volgens de dag van de week. Maar dit zou het werkleven erg moeilijk maken voor ouders van jonge kinderen.”

Ervaringen in het huidige thuisonderwijs
Belén Togores (25) en Mireira Gavalda Gonzalez (15) komen allebei uit Madrid. Belén werkt als docent Engels op de Colegio Huérfanos de la Armada en Mireira gaat naar diezelfde school en zit in de vierde klas.

Belén moest in het begin wennen aan onderwijs op afstand. Het waren drukke dagen voor haar direct na sluiting van alle scholen. “Ik heb maar kort de tijd gehad om al mijn digitale lessen voor te bereiden en te maken. Gelukkig heb ik alle Engelse stof, die op dat moment nodig was, op tijd aan mijn leerlingen doorgegeven”, zegt Belén.

Mireira: “Allereerst, toen ik op tv hoorde dat leerlingen ‘maar’ twee weken thuis zouden zijn, dacht ik dat de regering een grapje maakte. Ik bedoel maar, de situatie in Spanje was op dat moment niet zoals het nu is qua geïnfecteerde gevallen. Dus ik dacht dat als die veertien dagen voorbij zouden zijn, ik weer naar school kon gaan. Ik bleef uiteindelijk langer dan twee weken thuis; het werden twee maanden. Niemand heeft ooit zoiets meegemaakt. Het was in het begin erg moeilijk, maar uiteindelijk wende ik aan het thuisonderwijs.”

Stress door thuisonderwijs?
Tijdens de lessen thuis zijn er toetsen gemaakt in de klas van Mireira: online examens. Dit houdt in dat leerlingen een online toets maken via videobellen, of het examen op een vel papier krijgen. Dat papieren examen maak je dan onder toezicht van een surveillant en stuur je op naar je eigen leraar van het desbetreffende vak.

“Mijn klasgenoten en ik zijn erg gestrest geweest omdat we “mini-examens” hadden binnen een tijd van tien of soms zelfs zes minuten. Een keer leraar heeft zelfs een keer te weinig examens gekopieerd. Als klas hebben we toen examens gedeeld met medestudenten, vertelt Mireira.

Gaan de nieuwe maatregelen werken?
Er zijn in Spanje meer dan acht miljoen scholieren verdeeld over basis-, middelbaar-, beroeps- en privéonderwijs. De meeste leerlingen zitten op de basisschool, namelijk meer dan vier miljoen (58,3 procent). Op het voorgezet onderwijs zit ongeveer de helft van het aantal basisschoolleerlingen, dus zo’n twee miljoen (31,6 procent). Het vervolgonderwijs staat op de derde plek met iets meer dan zevenhonderd duizend studenten (9,5 procent). De kleinste groep overige leerlingen die niet-ingeschreven staan, zijn zo’n 48 duizend scholieren (0,6 procent).

Als de regering daadwerkelijk de plannen gaat uitvoeren, en daar ziet er naar uit, zal dat grote gevolgen hebben voor de onderwijssector. Er zal dan tenminste een verdubbeling zijn van het aantal klassen, zowel op de basisschool als op de middelbare school. Een eenvoudig rekensommetje is dan te maken: je deelt al het aantal leerlingen op beide niveaus door 15. Er valt dan op dat er inderdaad meer klassen zullen komen. De ongeveer 169 duizend basisschoolklassen zullen ruim verdubbelen en uitkomen op zo’n 315 duizend klassen (stijging van 86 procent van het aantal klassen). Er zullen ook meer klassen komen op middelbare scholen. De ongeveer 64 duizend klassen zullen na de vakantie zo’n 171 duizend klassen worden (een forse stijging van 167 procent). Van studenten wordt verwacht dat ze sowieso al in kleinere clubjes naar school komen en meer digitale colleges gaan volgen. Er zullen meer docenten moeten komen om deze extra klassen les te geven. Een flinke klus, voor zowel de onderwijsvakbonden als docenten.

Belén ziet de nieuwe wel regeling positief in. “Kleine klassen zullen voor mij als leraar echt geweldig zijn, om eerlijk te zijn. Je zult meer contact hebben met leerlingen een-op-een en daarom kun je hen extra hulp geven.”

Mireira denkt dat de nieuwe maatregelen niet per se slecht zullen zijn. “De voordelen zijn denk ik dat studenten meer kunnen laten zien dan verwacht. We zijn niet afhankelijk meer van leraren maar we onderzoeken steeds meer zelf om nieuwe dingen te begrijpen.”

Toch plaatsen beiden kanttekeningen. Mireira: “Ik denk dat leraren meer van ons zullen vragen. Digitaal huiswerk is namelijk niet hetzelfde als huiswerk in de klas. Het is waarschijnlijk erg moeilijk om maar vijftien studenten in een klas te hebben. In mijn geval is mijn klas al erg klein omdat we met negentien zijn.”

Belén: “Om je aan de social distancing te houden, zal als docent best lastig worden. Je wil ze helpen en van alles kunnen uitleggen, alleen gaat dat een stuk lastiger als je verder weg staat. Mijn leerlingen vinden een ondersteuning namelijk erg belangrijk.”

 

De docent Engels wil graag weer normaal lesgeven:
“Ik kan niet wachten om weer terug naar school te gaan en hoop dat alles zo snel mogelijk weer normaal wordt.”

Mireia gaat volgend schooljaar haar examenjaar in. Voor haar spannend en bijzonder tegelijk. “Het wordt een jaar waarin ik mijn vervolgstudie ga kiezen, namelijk psychologie, omdat ik het leuk vind om mensen te helpen wanneer ze problemen hebben. Het coronavirus zorgt er wel voor dat ik niet alle vakken kan halen die ik anders wel zou halen. Maar ik hoop volgend jaar met een diploma in mijn handen te staan. Een coronadiploma.”

 

De Spaanse docent Belén spreekt over het Spaanse onderwijs in coronatijd: