Een arbeidsmigrant lijkt vooral ‘nee’ te moeten durven zeggen

 

Foto: Maarten D’Haese

 

Vanwege het grijze wolkenpak ogen de nog braakliggende bouwgronden van het Waalwijkse gebied Haven 8 wat troosteloos. Maar binnen nu en drie jaar zal daar drastisch verandering in komen. Het al gerealiseerde fulfilmentcenter van bol.com zal daarbij fungeren als kloppend hart. De forse uitbreiding van dit toch al grote complex staat ondertussen al een maand in de steigers. ‘Voor de gemeente Waalwijk en alle omliggende gebieden betekent het distributiecentrum een enorme impuls’, stelt VVD-wethouder Ronald Bakker. Maar het is nog maar de vraag of de arbeidsomstandigheden van de tewerkgestelde, veelal jonge Oost-Europese arbeidsmigranten ook een boost zullen krijgen.

Maarten D’Haese – 7 maart 2019

 

‘Ze gaan op het einde van de dag voor de in- en uitcheckklok staan en ze vragen dan of je nog een paar uur langer wil blijven werken’, vertelt René Kovac. In een eerder geschreven reportage haalt deze Slovaak al zijdelings de enorme druk aan die op het personeel van het fulfilmentcenter wordt uitgeoefend. “Ze” zijn in dit geval de teamleiders van Ingram Micro, de organisatie die het uiteindelijke werk van bol.com in Waalwijk organiseert. De methode van de zachte doch dwingende hand is volgens Kovac een veelgebruikte manier om een beroep te doen op de flexibiliteit en beschikbaarheid van werknemers. ‘De grote meerderheid van de werknemers stemt vrijwel altijd in met die verzoeken om langer te blijven werken’, gaat hij verder, ‘want de mensen worden bang gemaakt met allerlei regeltjes. Men is volledig afhankelijk van Ingram Micro.’

 

Patroon

De 26-jarige Slovaak is echter verre van bang. Hij voelt zich namelijk gesterkt door zijn lidmaatschap bij de FNV. Zijn vriendin, met wie René samenwoont in Waalwijk, is ook lid van deze vakbond. ‘Want wij hebben geleerd om voor onze rechten op te komen’, zegt René strijdvaardig. ‘Dus als aan ons op het einde van een werkdag wordt gevraagd of we nog wat langer wil blijven, zeggen we gewoon “nee”.’

De door Kovac genoemde afhankelijkheid is niet alleen op Ingram Micro van toepassing. In een onderzoek uit 2016 van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) waarin misstanden bij diverse bedrijven tegen de vaak Oost-Europese flexwerkers onder de loep werden genomen, komt naar voren dat dit een vaker voorkomend stramien is. De titel van dit onderzoek, Profiting from dependency, is dan ook niet geheel toevallig gekozen. Want de werkgever is de profiterende partij van de immense werkdruk en de torenhoge eisen die gesteld worden wat betreft beschikbaarheid en flexibiliteit.

Dat er een angstcultuur aanwezig is in het fulfilmentcenter, wordt ook duidelijk wanneer je in de Poolse supermarkt Warta, dat in het centrum van Waalwijk ligt, iemand aanspreekt die een trui van Ingram Micro draagt. ‘I can’t talk about it’, hakkelt een Poolse man wanneer hem gevraagd wordt hoe het is bij bol.com. ‘It’s all politics. You should come to bol.com for yourself to see what I mean.’

 

Manisch model

Recentelijk is de FNV een juridische strijd aangegaan met bedrijven die zich te buiten gaan aan allerlei wantoestanden. Volgens Ron Sinnige, woordvoerder van de vakbond, staat in dat kader ook Ingram Micro en dus ook bol.com op de radar. Het format van “voor twaalf uur besteld, morgen in huis” dat bol.com als uithangbord gebruikt, wordt door de vakcentrale getypeerd als het “manisch model”. ‘Dit concept zorgt er namelijk voor dat werknemers continu moeten hollen, vliegen en draven’, aldus Sinnige. ‘Hoe deze mensen op de werkvloer behandeld worden, dat kan gewoon niet. Vrije tijd kan op die manier nooit als dusdanig ingedeeld worden, want je moet voortdurend beschikbaar zijn. Dat is een enorme druk voor die mensen en ze worden er ook nog eens slecht voor betaald. Sterker nog, vaak moeten de lonen met toeslagen van de Belastingdienst worden aangevuld, wat dus feitelijk betekent dat de belastingbetaler voor een deel het loon van de arbeidsmigrant betaalt. Dat is een absurde situatie.’

Vooralsnog worden er geen juridische stappen tegen Ingram Micro of bol.com ondernomen door de FNV. Wel is men begonnen met het inventariseren van klachten van werknemers. Ron Sinnige: ‘Wij hebben onder andere kennis genomen van zaken zoals zestien uur per dag werken en dat zes dagen per week. Ook is het bij ons bekend dat men op sommige afdelingen liefst 130 pakketten per uur moet verwerken. Daarnaast krijgt een werknemer buiten de reguliere pauzes om in totaal maar tien minuten per dag plaspauze. Binnen een complex dat zo groot is als dat van bol.com en waar iemand dus niet zomaar een toilet heeft bereikt, is dat niet te doen.’

‘Eigenlijk wil men het liefst hebben dat je niet nadenkt, alsof je op de automatische piloot werkt’, beaamt Kovac die bevindingen van de vakbond. En om die druk aan te kunnen vergrijpen sommige arbeidsmigranten zich aan alcohol of andere verdovende middelen zoals coke of speed. ‘Ik heb dat zelf gezien toen ik nog in een woonlocatie in Oisterwijk zat waar voornamelijk Polen woonden’, denkt hij hardop terug. ‘Ik heb altijd geprobeerd om niet met die mensen in aanraking te komen. Maar triest om te zien en heel confronterend om mee te maken, was het wel. En de Nederlanders die in de buurt van die locatie woonden, hadden erg veel last van die jongens.’

 

Behoorlijk onderkomen

Om dergelijke buurtoverlast zoveel mogelijk in te dammen heeft de gemeente Waalwijk een strikt beleid uitgestippeld. ‘Wij als gemeente willen absoluut hebben dat deze migranten op een fatsoenlijke manier gehuisvest worden’, legt wethouder Bakker uit. Om die reden heeft de gemeente aan het industrieterrein ten oosten van de N261 grond ter beschikking gesteld aan OTTO Workforce, het uitzendbureau dat de meeste Oost-Europese flexwerkers van werk voorziet bij het fulfilmentcenter. Op die plek heeft het uitzendbureau een grote campus laten bouwen waarin een kleine vierhonderd mensen kunnen wonen. ‘De campus is zodanig ingedeeld dat iedereen er zijn eigen privacy heeft. Er kan bovendien in de fitnesszaal ontspannen worden en buiten staan vele picknickbankjes. Zo’n campus zie je alleen in Waalwijk.’

‘OTTO Workforce heeft ook vestigingen in andere landen, zoals in Polen, Roemenië en dus ook in Slovakijke’, beschrijft René. ‘Zij stellen tests op voor Engelse taalvaardigheid. Slaag je voor die tests, dan kan je zo naar Nederland. Het enige wat je voor de rest moet kunnen, is de wil om keihard te werken. Nederlandse toetsen? Nee, die geven ze niet.’

Ook de uitzendbureaus die specifiek in Oost-Europa actief zoeken naar potentiële werknemers en daarnaast diverse Nederlandse woongelegenheden aanbieden aan deze mensen, worden door de FNV met argusogen bekeken. ‘Dat komt omdat wij ook verhalen hebben gehoord dat op het moment een werknemer, om wat voor reden dan ook, niet langer welkom is in het distributiecentrum, hem of haar de toegang tot zo’n locatie geweigerd werd’, stipt Ron Sinnige aan. ‘En dan moet je je dus bedenken dat al zijn of haar bezittingen daar nog steeds liggen.’ OTTO Workforce noemde de FNV-woordvoerder echter niet specifiek in die context.

 

 

 

Ingram Micro laat bij monde van Mike Davies, marketing communicatie specialist, weten zich niet te herkennen in wat de FNV beweert: ‘Het grootste deel van het jaar werken er ongeveer duizend mensen in het fulfilmentcenter in Waalwijk, verdeeld in twee shifts gedurende de dag. Een normale werkdag duurt acht en een half uur, waarvan een uur pauze, waardoor zo’n werkdag uiteraard volledig in lijn ligt met de Arbeidstijdenwet.’