Duurzaamheid binnen de Rijksoverheid: ‘Een spagaat van afwegingen’

Recycle je afval, stook niet te veel en niet te warm, korter douchen, stap over op zonnepanelen, gooi niet te veel weg…

Niet alleen particulieren, ook bedrijven krijgen van de overheid dit soort adviezen, regels, wetten en afspraken over zich heen. De ministeries doen er verder alles aan om burgers dit zoveel mogelijk te laten doen. Maar wat doen de ministeries zélf als het op duurzaamheid en klimaat aankomt?

Jeroen Storm is adviseur Facilitair Management Haaglanden (FMH). Dit is onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, en bevat alle faciliteiten binnen de ministeries.

Alles wat een ministerie gebruikt, van kantoorartikelen tot lunches, moet aan een duurzaamheidsstandaard van de WHO en EU voldoen. Storm kan hier dus prima wat over vertellen.

Ambtenaren werken niet mee

Er is een rapport opgesteld door het Facilitair Management Haaglanden waarin een hoop verschillende projecten staan. Enkele daarvan lopen al, andere bevatten plannen voor de toekomst. Deze plannen beslaan het gehele doen en laten van de ministeries en haar ambtenaren. Van duurzamere leaseauto’s tot vegetarische lunches, en van afvalscheiding tot duurzamere kleding. Hoewel deze ideeën de duurzaamheid bevorderen, worden ze niet altijd geprezen.

“Als er onderaan de ‘piramide’ een eis gesteld wordt om bijvoorbeeld duurzame koffiebekertjes te gebruiken en de hogere ambtenaren het hier niet mee eens zijn, dan gaat het hele feest niet door. Er komen regelmatig klachten richting de top van de piramide waar niks mee gedaan wordt. Dit belemmert dan ook de uitvoering. Ideeën worden soms letterlijk van tafel geveegd. Daarnaast zijn er soms ook ‘gewone’ ambtenaren die het grofweg niet eens zijn met veranderingen.”

Om meer draagvlak te krijgen voor projecten, werkt het FMH in de vorm van pilots. Dit zijn kleine steekproeven om te kijken hoe een project bij de ambtenaren valt.

Er wordt voor elke verandering ook informatie gegeven waarom deze is doorgevoerd, en wat er precies is veranderd. Dit gaat een enkele keer mis.

“Onlangs is er een verandering bij de catering (…) gekomen. Dit hield onder andere in dat er niet langer witbrood geserveerd wordt, omdat ander brood gezonder is. Bij de eerste lunchronde kreeg je gelijk te horen: ‘WAAR IS MIJN WITBROOD!’. Men was het dus niet eens met deze verandering. Dit is maar een klein voorbeeld, een groter voorbeeld is dat we geen vlees meer serveren bij de vergaderlunches. Althans, men kan vooraf nog vlees bestellen door een order te plaatsen, maar dat vereist dus inspanning van de ambtenaren zelf. Hier kregen wij aan het begin ook klachten te horen.”

Raakvlakken en dilemma’s

Er zijn plannen die moeten worden doorgevoerd volgens de EU of de Tweede Kamer. Sommige ministeries zijn het niet altijd eens met wat er besloten wordt. Daarnaast gaat het ene ministerie secuurder om met duurzaamheid dan het andere.

Ministeries die veel raakvlakken hebben met duurzaamheid houden zich hier ook veel mee bezig. Storm noemde hierbij in het bijzonder het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Helaas zijn er ministeries met externe belangen die zwaarder wegen dan eigen duurzaamheid.

“(…) Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft te maken met landbouw. Zij zullen nooit kiezen voor vleesloze catering. Onder hun belanghebbenden vallen veehouders, die juist baat hebben bij meer vleeseters. En dat is het lastige voor zo’n ministerie, die komt dan in een soort ‘spagaat van afwegingen’ te liggen. Moeten wij het initiatief volgen en minder vlees serveren, om indirect luchtvervuiling tegen te gaan? Of moeten wij de veehouders beschermen en niet instemmen met een vleesloos menu?”

Er zijn dus altijd belangenconflicten aangaande de duurzaamheid. Er is daarom ook niet één oplossing te verzinnen die voor alle ministeries werkt.

Uitdaging aangaan

“FMH voert de pilots op één ministerie uit, waarbij wordt gekeken of een plan werkt. Blijkt een plan te werken, dan gaan wij kijken hoe we dit toe kunnen passen op alle ministeries.”

Oplossingen voor het ene probleem, veroorzaken weer moeilijkheden op een ander vlak.

“Alle ministeries zijn laatst afgestapt van plastic roerstaafjes. We gebruiken nu houten staafjes want dat zou milieuvriendelijker moeten zijn. Ik ben het hier niet geheel mee eens, aangezien ik uitgerekend heb hoeveel houten roerstaafjes je kunt vervoeren tegenover de plastic roerstaafjes. Dit bleken er veel minder te zijn. Hier zie ik dan het probleem van transport. Want dit zal betekenen dat er vaker roerstaafjes geleverd moeten worden, wat weer uitstoot van voertuigen veroorzaakt zo lang die niet aan de duurzaamheidsstandaard voldoen.

Natuurlijk is het omsmelten en het later verbranden van de plastic staafjes ook erg vervuilend, en ik ben ervan overtuigd dat een oplossing zou zijn om gewoon theelepeltjes te gebruiken bij de koffieautomaten. Dit werd op zijn beurt weer afgekeurd door een hoge ambtenaar omdat de theelepels opgehaald en schoongemaakt moeten worden, wat tijd en geld kost.”

Om meer aandacht en betrokkenheid te creëren onder de ambtenaren, en zo toekomstige geschillen te voorkomen, probeert de FMH veel informatie te geven over duurzaamheid.

“FMH is bezig met het organiseren van een themadag om de huidige en toekomstige plannen transparanter te maken voor de ambtenaren.”

Verbeteringen

Waar Jeroen zich het meest aan ergert, is dat er ‘nutteloze’ dingen gekocht worden. In de vergaderzaal staat bijvoorbeeld een plastic buzzer. In zo’n ding zitten batterijen. Dit is één van vele voorbeelden.

“Het is natuurlijk onzin dat zo’n ding wordt aangeschaft. Je kunt best je vinger opsteken tijdens de vergadering en even vragen of je naar de wc kan.”

Op de gang van het ministerie staat een grote televisie. Jeroen zegt daarover:

“Nog zoiets, kijk dan. Dat ding staat de hele dag aan. 4K kwaliteit. En wat staat erop? Een klok. Dan kan je toch beter gewoon een klok ophangen. Dit ding zuipt stroom en kan makkelijk vervangen worden.”

Hoop voor de toekomst

Naast het aanpassen van voedsel letten de ministeries ook steeds beter op afvalverwerking. Het plan is om in de toekomst zo min mogelijk restafval te hebben, en om zo min mogelijk papier te verbruiken.

“Het grootste, meest drastische, project dat eraan komt is de verwerking van afval. Het idee is om in 2020 van 80% restafval naar 35% restafval te gaan. Hierbij hoort natuurlijk de afvalscheiding, maar ook proberen te onderhandelen met leveranciers over minder gebruik van verpakkingen. Daarnaast willen de ministeries ‘Paperless Offices’ worden, dus alles digitaal gaan regelen en zo min mogelijk papier gebruiken.”

Een Paperless Office betekent dat alles geregeld wordt met tablets en laptops, zo dat er weinig tot geen papier meer gebruikt wordt. Daarvoor moeten er een hoop apparaten bijkomen en andere apparaten moeten vernieuwd worden, dit zal ook vervuiling meegeven.

“Het gaat nog wel even duren eer we volledig duurzaam gaan draaien, maar het begin is er”, aldus Jeroen Storm.

Joram Niese