Dokter achter de draaitafel

Bart (18, bijna 19) is een oude vriend van me. Hij studeert geneeskunde, werkt vrijwillig bij de brandweer én draait aan lichtknoppen en plaatjes in Renesse. Dat is Bart in een notendop maar hoe past dat allemaal in zijn leven?

~ Omi ~

Ik besloot hem via Skype te bellen en mijn vragen op hem af te vuren. We rommelden met de audio en de camera, uiteindelijk lukte het toch om elkaar aan te staren via onze beeldschermen. Wat onwennig zaten we daar, hij in zijn donkere, ietwat rommelige kamer.

Dus je bent dj én lichtshowgever in Renesse, hoe kom je daar nou terecht?”
          Er verscheen een brede glimlach op zijn gezicht. “Gewoon brutaal een mailtje sturen! Toen mocht ik meteen wat proberen en ben er gebleven. Maar eigenlijk begon het ergens anders. Mijn vader organiseert een aantal jeugdfeessies bij ons in Gilze. Er was eens een keer dat de man van de lichtshow niet kon en er moest snel iemand anders geregeld worden. Ik had toen voorgesteld dat ik het dan maar zou doen. Ik rommelde wat aan en het ging wel lekker eigenlijk. Het was helemaal tof.
          De volgende keer mocht ik het weer doen en toen heb ik me natuurlijk wel wat meer verdiept. Voor een lichtshow heb je een programma voor op de laptop met allemaal knopjes en schuifjes om het licht te regelen. Wat zij gebruikten vond ik niet echt prettig dus ik heb de hele software opnieuw geprogrammeerd voor mezelf. Die show ging nóg beter en toen ben ik er maar mee door gegaan.
          Ik doe eigenlijk nog steeds alles, ik doe nog steeds alles voorprogrammeren, ik help met het op- en afbouwen. En ik help met het schoonmaken van de lampen. Dat is niet het leukste werkje, maar het hoort er wel allemaal bij, vind ik.
          Zo ga ik elk feestje mee, in ieder geval wanneer ik kan,” eindigde hij een met een weemoedige zucht.
          “Heb je het dan zo druk?” vraag ik hem en weer zucht hij.
          “Ja, ik studeer, ik zit in het tweede jaar van verpleegkunde. Momenteel doe ik ook een stage, in het ziekenhuis. Het is wel interessant, dat wel. Maar ook heel veel werk.
          Ondanks dat ik de hele week lange dagen maak op mijn stage, moet ik ook nog elke dag veel leren. Die kast achter mij, al die boeken moet ik kennen. En daarnaast ben ik eigenlijk ook nog vrijwilliger bij de brandweer. Daarom heb ik eigenlijk bijna geen tijd meer.”
          Dat klinkt vrij heftig allemaal, en het lukt hem ook eigenlijk niet om alles te combineren. Met zo een zware studie, feestjes draaien én stage in het ziekenhuis tegelijk is dat inderdaad ook wel lastig.
          Of dat draaien een zomerbaantje is? Hij schudt meteen zijn hoofd: “Nee, nee, nee! Ik had dit weekend nog gedraaid en volgende week sta ik weer ergens. Dat gaat wel goed, al is het heel zwaar.”
          Wanneer ik hem vraag naar zijn toekomst, hoeft hij niet lang na te denken. Hij wil broeder in een ambulance worden. Dat is al vanaf toen hij klein was zijn droom. “Toen speelde ik al ambulance op het speelplein.”
          “En de brandweer dan?”
          Brandweer wil hij er graag bij blijven doen, dat vind hij ook heel leuk. Hij vertelt dat het goed te combineren is. “Bij de ambulance draai ik een shift van 24 uur achter elkaar en daarna ben je twee volle dagen vrij. Bij de brandweer willen ze mij wel graag hebben, ik weet niet alleen hoe ik een fikkie moet blussen maar ook meteen hoe ik mensen moet helpen als ze gewond zijn. Dat is belangrijk, om veelzijdig te zijn.”

“Het is en blijft mensenwerk en mensen maken altijd fouten.”

Ik zelf zou het eng vinden als ik wist dat de dokter die mij helpt afgeleid is doordat hij zoveel doet. Gaat veelzijdigheid dan niet ten koste van zijn vermogen om iemand te behandelen? Hij lacht mijn zorgen weg want hij denkt dat het bij hem wel meevalt. Stressbestendig is hij naar eigen zeggen wel, dat merkt hij doordat hij snel dingen achter zich kan laten.
          “Gisteren werd mij dat weer duidelijk, toen is er voor het eerst wat vervelends gebeurd. Daar had ik wel veel last van — vooral doordat het de eerste keer voor me was — maar ik liet het al snel achter me. Het was niet mijn fout, maar zo voelde het in het begin wel.
          Ik was een patiënt die moeilijk kon staan aan het helpen met aankleden. Hij had zijn hele kamer volgestouwd met spullen waardoor ik geen ruimte had om de rolstoel goed achter hem te zetten. Ik zei nog: ‘Je moet even wachten met zitten.’ Maar toen ik me even omdraaide probeerde hij dat toch terwijl de rolstoel er niet stond.
          Gelukkig was ik snel genoeg om hem op te vangen en op een veilige plek neer te zetten. De schrik zat er echter al wel in. Ik heb mijn werk bij hem afgemaakt en ben daarna met een leidinggevende gaan praten. Dat helpt: praten over wat er fout is gegaan.
          Later die dag heb ik ook met de man zelf gepraat, hij dacht dat ik had gezegd dat hij juist wél kon gaan zitten, terwijl ik dat zeker weten niet zei. Hij was zelf natuurlijk ook erg geschrokken maar was gelukkig niet boos op mij. Het was goed afgelopen en hij begreep dat fouten gemaakt worden — het is en blijft mensenwerk en mensen maken altijd fouten.”
          Na dat gesprek kon hij het goed loslaten. Het was uitgesproken en hij ging verder met waar hij zich het best bij voelt: mensen helpen.
          We babbelden nog een tijdlang over de ervaringen die hij tot nu toe heeft opgedaan, variërend van de geboorte van een kindje tot de belichting op een van de grootste carnavalsfeesten van Brabant, en we beëindigden ons skypegesprek.
          Een dokter achter de draaitafel die je af en toe letterlijk uit de brand helpt, dat bestaat tegenwoordig. Waarschijnlijk zal het in de toekomst nog veelzijdiger worden: Bart is misschien de eerste, maar zeer zeker niet de laatste.