De overwonnen hobbels van een geïntegreerde arbeidsmigrant

 

 

Op zes februari is door honderden webshopeigenaren officieel een begin gemaakt van de uitbreiding van het fulfilmentcenter van bol.com in Waalwijk. Tegen 2021 moet aan de Pakketweg een complex staan met een totale grootte van ongeveer honderdduizend vierkante meter. Op dit moment werken ongeveer duizend mensen in het complex. Het gaat hierbij vooral om Oost-Europese arbeidsmigranten, waarvan de grote meerderheid hooguit een jaar in Nederland verblijft. Een enkeling settelt zich in ons land en een van hen is de 26-jarige René Kovac uit Slovakije. ‘Het ging met vallen en opstaan’, vertelt hij over het pad dat hij heeft moeten bewandelen.

Maarten D’Haese – 25 februari 2019

 

Het Waalwijkse fulfilmentcenter van bol.com wordt de komende jaren fors uitgebreid. Foto: Maarten D’Haese

 

Hij oogt vermoeid. ‘Het is hard werken bij het fulfilmentcenter’, klinkt het bevestigend terwijl hij in een tweedehands leren zetel ploft die aan het raam van zijn betegelde woonkamer staat. ‘Maar ik ben heel blij dat ik hier ben. Hier in Nederland verdien je zoveel meer in vergelijking met Slovakije.’ Behalve die fauteuil staat er ook een bijpassende driezitsbank, een bijzettafel, een tv-meubel en een eettafel met vier stoelen. Aan die eettafel zit Renés vriendin, met wie hij samenwoont, achter een laptop. Ook zij komt uit Slovakije en ze werkt bij hetzelfde distributiecentrum van bol.com. Een kleine smoushond bewaakt het fort; een op een Britse korthaar lijkende kat completeert het huishouden dat in de kleine maar huiselijk ingerichte twee-onder-een-kapwoning aan de Kamperfoeliestraat te Waalwijk woont.

 

Koopwoning

Ondertussen werkt Kovac al drie jaar bij het distributiecentrum in Waalwijk en woont hij vijf jaar in Nederland. Hij is er trots op dat hij het voor elkaar heeft gekregen de woning te kopen waarin hij nu leeft. Wat stevig heeft bijgedragen aan die aanschaf, is het feit dat hij een vast contract heeft bij Ingram Micro, de organisatie die het werk op de locatie in Waalwijk coördineert. Toch ging de koop niet geheel zonder slag of stoot. De bank wees in eerste instantie zijn bod af.

‘Ik weet niet waarom men mij eerst weigerde’, merkt René op. ‘Ik durf ook niet te zeggen of het om discriminatie ging. Gelukkig ken ik een Pool die mij op dat moment kon helpen. Hij kan Nederlands en ik kan Pools. Via hem heb ik de bank alsnog weten te overtuigen, waardoor het koopcontract uiteindelijk kon worden getekend.’ Hij verbaast zich echter over de schier oneindige papieren rompslomp die ermee gepaard gaat. En er is nog iets wat leidt tot verwondering: ‘De vele belastingen die je hier in Nederland moet betalen, pfff… Ik ben daar twee derde van m’n salaris aan kwijt!’

Klagen wil hij echter niet. De jonge Slovaak en zijn vriendin willen hoe dan ook in Nederland blijven. ‘Hier is het simpelweg veel beter om te leven’, vertelt hij. En wie even de moeite neemt om de Nederlandse levensstandaard te vergelijken met de Slovaakse, komt er inderdaad al snel achter dat er een groot verschil bestaat tussen beide landen. Volgens Trading Economics besloeg in 2017 het Slovaakse BBP per hoofd van de bevolking (in het Engels: GDP per captiva) nog geen twintigduizend dollar, terwijl in hetzelfde jaar dat van Nederland op ruim 53,5 duizend USD uitkwam. Maar er spelen ook nog andere belangrijke factoren een rol. ‘Ik had in Slovakije de kans om profvoetballer te worden’, verzucht Kovac. ‘Maar ik weigerde om voor veel te weinig geld te spelen, terwijl er op de achtergrond salarisonderhandelingen aan de gang waren met routiniers waarbij het vijf- of zelfs zesvoudige geboden werd. Maar dat is Slovakije. Vriendjespolitiek en corruptie zijn er normaal.’

 

Bijzonderheid

René Kovac is dus een uitzondering in optima forma. Opgaan in de Nederlandse samenleving is voor veel Oost-Europese arbeidsmigranten namelijk geen optie. Zij verblijven, zoals al eerder is aangegeven, maar kort in ons land en zij staan dan ook niet als woonachtig ingeschreven bij een gemeente. Volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van alle gemeenten binnen de regio Hart van Brabant stonden in oktober 2016 in totaal nog geen zevenduizend Oost-Europeanen ingeschreven. Specifiek kijkend naar René Kovac blijkt dat hij zelfs maar een van de zeventien Slovaken is die bij de gemeente Waalwijk staat geregistreerd. Volgens Harm Hensen, werkzaam bij de afdeling Communicatie van de gemeente Waalwijk, is het bij deze cijfers ook nog eens lastig om te bepalen of deze ingezetenen daadwerkelijk ex-arbeidsmigranten zijn. Het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) houdt hier alvast geen cijfers van bij, ook niet op landelijk niveau.

Naast het integratie-element zijn ook de levensomstandigheden van René Kovac bijzonder te noemen. De condities waarin het leeuwendeel van de Oost-Europese, tijdelijke arbeidskrachten in Nederland leven zijn namelijk niet best. Het is eerder regel dan uitzondering dat zij met vijf tot soms zelfs vijftien (!) tegelijk in te krappe en slechtonderhouden huurwoningen verblijven. Kovac kan daar over meepraten. Voordat hij in november 2016 in de Kamperfoeliestraat kwam te wonen, verbleef hij via OTTO Workforce (dit is het uitzendbureau dat vele Oost-Europese flexwerkers aan een baan bij het distributiecentrum van bol.com helpt en hun van een woonlocatie voorziet, red.) in een speciaal gereserveerde doch erbarmelijke huurwoning in Oisterwijk. Vervolgens kwam hij in Oosterhout terecht, waar hij met zes anderen een huis deelde dat hij omschrijft als ‘niet slecht, maar zeker ook niet goed’.

 

Negatief beeld

Nederlandse vrienden heeft Kovac nog niet echt. Aansluiting vinden bij buurtbewoners vindt hij lastig. Integreren wordt volgens hem mede bemoeilijkt door de vooroordelen die aan Oost-Europeanen kleven, en dan met name Polen. In dat kader worden openbare dronkenschap en agressief gedrag vaak genoemd, zoals dat afgelopen januari nog het geval was. ‘Helaas zijn de verhalen die jullie Nederlanders horen en lezen over dronken Polen die onrust veroorzaken dikwijls wel waar’, vertelt hij met een wat verontschuldigende blik. Ook drugsgebruik is iets wat volgens hem wel eens de kop op steekt. Kovac heeft dergelijke toestanden herhaaldelijk met eigen ogen gezien. Maar die excessen gebeuren volgens hem wel degelijk met een reden. ‘Het is geen excuus natuurlijk, maar die jongens leven en werken wel echt onder immense druk. Ik denk dat veel Nederlanders dat niet weten. Als je continu beschikbaar moet zijn voor je baas, je veel teveel uren per week moet werken, je amper vrije tijd hebt en je je als een robot moet gedragen op de werkvloer, dan is het niet zo gek dat je op een gegeven moment flipt.’

Ondanks al die moeilijkheden heeft René sinds afgelopen zomer een ingang weten te vinden om zich onder de Nederlandse Waalwijkers te begeven: ‘Ik speel sinds dit seizoen voor het eerste team van vv Baardwijk en ik heb het daar erg naar m’n zin’. Dat blijkt ook wel na afloop van de thuiswedstrijd tegen Irene ’58. ‘René is gewoon een van ons’, vertelt Dylan den Exter, een van Renés medespelers. ‘Hij spreekt nog geen Nederlands, maar dat komt wel. Het is een goeie kerel.’ Dat René in de dying seconds van die wedstrijd de gelijkmaker op de schoen had – er werd met 1-2 verloren – wordt hem door de anderen ginnegappend vergeven. Uit handen van een ploegmakker krijgt hij een koud biertje aangereikt.

René Kovac (zittend, tweede van rechts) en zijn teamgenoten na afloop van vv Baardwijk-Irene ‘58. Foto: Maarten D’Haese

Ook wat betreft René zelf is de taal nog een te nemen horde. ’Ik begrijp ondertussen wel een paar woorden en wat zinnetjes. Maar het is nog te weinig. Ik wil dus heel graag een Nederlandse taalcursus volgen. Vanaf komende zomer zou ik daar het liefst aan beginnen.’ Zijn kameraden van vv Baardwijk porren elkaar lachend aan. René taxeert hen met een grijns. ‘Want dan heb ik tenminste door wanneer de jongens hier op de club grapjes over mij aan elkaar vertellen’, besluit hij grinnikend.