‘Carnaval dat geef ik nog tien jaar’

 

Door de opkomst van Feestmuziek nadert Carnavalsmuziek haar afgrond. Schijndelaar Theo van Veghel (64), lid van het carnavalsduo de Twee Pinten, heeft de ontwikkelingen in de carnavalsmuziek aan den lijve ondervonden. “Toen liedjes als ‘Er staat een paard in de gang’ ontstonden, kregen we een hele andere soort muziek en met de opkomst van après-ki muziek, hoor je bijna geen echt carnavalsnummer meer.”

 

(Bron:https://www.bol.com/nl/p/het-beste-van-de-twee-pinten/1000004006495050/)

Met de traditionele ‘Elfde van de elfde’ begint in november elk jaar het carnavalsseizoen. De eerste carnavalskrakers komen op en worden gedraaid op de radio. “Wim Kersten was hierin legendarisch, zeker in het Brabantse carnaval.” Kersten schreef hits als ‘Bloemetjesgordijn’ en ‘Bij ons staat op de keukendeur’. Hij was tot 1974 onderdeel van de Twee Pinten. “De teksten van Wim waren aansprekend en in die tijd zo goed in inhoud. Tegenwoordig, hebben veel teksten geen inhoud maar ze gaan nergens over.” Denk je aan carnavalsmuziek dan denk je aan lekker hossen en meezingen op de muziek. “Voor mij is carnavalsmuziek, muziek met aansprekende teksten, kort en krachtig en vooral de slagzin is belangrijk dan is de herkenbaarheid goed. Carnavalsmuziek moet eenvoudig zijn met een makkelijk refrein, sommige artiesten denken veel te moeilijk en daarom komen er geen nieuwe nummers meer.”

Carnavalsnummers worden ook geschreven in dialect vooral in Limburg. “Limburg is het Duitsland van Nederland, in de 24 jaar dat ik heb opgetreden als carnavalsduo, ben ik in totaal vier keer in Limburg geweest. Daar accepteren ze geen Nederlandse carnavalsmuziek, het moest in Limburgs zijn, heel chauvinistisch en niet te verstaan. Het carnaval zal ook daar minder worden maar daar kan ik weinig over zeggen.” Niet alleen in Limburg worden carnavalsnummers in dialect gezongen, ook in Brabant speelt het dialect een rol. “Het nummer ‘Die hendjes de lucht in’ is ook in dialect en de helft van Nederland weet nog niet eens wat ‘die hendjes’ zijn, dat zijn gewoon de handen. Het is allemaal wel dezelfde stijl maar Limburg en Brabant valt absoluut niet met elkaar te vergelijken, ze hebben allebei hun eigen tradities.”

Met het uitbrengen van platen als ‘Er staat een paard in de gang’ veranderde de carnavalsmuziek. “De teksten van Wim Kersten uit die periode vielen weg en teksten kregen minder inhoud. Heel veel liedjes hebben geen inhoud meer, de artiesten doen maar wat.” Deze ontwikkeling in de carnavalsmuziek zette zich voort en de après-ski muziek kwam op. “Dit was een nog grotere cultuuromslag, het werd nog heftiger en nu hoor je bijna geen carnavalsmuziek meer, het is meer feestmuziek aan het worden.” Tussen feestmuziek en carnavalsmuziek zitten wel verschillen, vooral in teksten. “Carnaval had de herkenbaarheid en dat is nu niet meer. Feestmuziek is een heel andere stijl dan het Wim Kersten gebeuren.” Het aantal carnavalsplaten die worden uitgebracht is ook veranderd. “Je ziet heel veel artiesten de oude liedjes zingen, omdat er niks meer uit wordt gebracht en het is niet meer te betalen. De plaatopname moet je allemaal zelf regelen, waar vroeger de platenmaatschappij alles voor je regelde. De opbrengsten van het uitbrengen van een eigen plaat zijn ook minder geworden. “Het levert geen euro meer op, de mensen downloaden de muziek tegenwoordig.”

Naast het uitbrengen van nummers, verschenen carnavalsartiesten ook in radioprogramma’s of in speciale televisie-uitzendingen. “Met carnaval zat elke artiest als je een goed liedje had bij een televisieprogramma en bij de radio kwamen ook alle artiesten voorbij.” Deze aandacht voor carnavalsmuziek bij de radio is aan het verdwijnen. “Vroeger had je echt alle zenders zoals Hollandse Glorie, Typisch Hollands, Op vollen toeren en de Willem Ruis show. Tegenwoordig zijn er bepaalde zenders die nog carnavalsmuziek draaien, zelfs Omroep Brabant die pretendeert dat het carnavalsmuziek draait doet het niet en dat is jammer.” De bekendheid die artiesten via de radio kregen neemt ook af. “De bekendheid die wij vroeger hadden via de radio, die is er niet meer. We hadden zoveel radioprogramma’s waar we naar toe moesten en elke artiest ging daar naartoe anders werd je niet gedraaid.” Het bekende tv-programma ‘3 Uurkes Vurraf’ van Omroep Brabant besteedt nog wel veel aandacht aan carnaval. “Dat wordt ontzettend opgeblazen en stelt niks voor. Alle artiesten komen een keer langs maar de mensen gaan voor het zuipen daarnaartoe, het is puur commercieel.” Tijdens carnaval treden deze artiesten veelvuldig door het land op en niet alleen onder de rivieren. “We hadden in 5 dagen 25 optredens en dit leverde ons een goede boterham op maar daarnaast had iedereen ook zo zijn eigen baan, zo had Wim Kersten zijn eigen schoenenwinkel.”

Niet alleen de carnavalsmuziek hangt aan een zijden draadje ook het feest zelf is aan het afnemen. “Mensen hebben voort veel vertier, in het verleden had je niet veel, de mensen gingen naar het voetbal toe en dat was het.” Met alle festivals en evenementen valt carnaval dadelijk niet meer op als rooms-katholiek feest. “Ik denk dat het met Carnaval een heel eind gedaan is, de mens is door alle festivals op een begeven moment verzadigd.” Het is nog maar de vraag hoelang carnaval landelijk te vieren is. “Carnaval dat geef ik nog tien jaar en dan gaat het terug naar 2 à 3 dagen. De dinsdag gaat er al afvallen. Kijk maar in Schijndel op dinsdag, dan kun je een kanon afschieten.”