‘Biologisch is niet van dat opgejaagde spul’

20140202221403_MG_0128.Marina van EschDe consumptie van biologisch voedsel stijgt al vijftien jaar. “Het is kwalitatief veel beter, ” zegt Marina van Esch van biologische boerderij en winkel ‘De Schoffel’. “De supermarkten kunnen niet hetzelfde assortiment bieden als wij.”

Aan de rand van het Brabantse dorpje Lennisheuvel ligt aan een landweggetje ‘De Schoffel’. Binnen scharrelen wat klanten rond met een winkelkarretje. Een jongeman helpt een vrouw aan de kassa. De winkel is strak en de schappen zijn gevuld. Een laag houten schot houdt de mopshond in de keuken, achterin de winkel. Daar zit ook Marina van Esch.

Marina en haar man Kees wonen in zijn ouderlijk huis. Kees had eerst nog een fulltime baan toen Marina begon met vijfhonderd kippen. Toen is ze eerst op de markt begonnen Sindsdien is het enorm gegroeid en verbouwen ze nu ook seizoensgebonden groenten op zo’n drie hectare grond. “Het is eigenlijk een uit de hand gelopen hobby, ” glimlacht Marina, “We staan nu ook op drie markten hier in Brabant: Tilburg, Breda en Den Bosch.” Ze werken met drie gezinnen op de boerderij en in de winkel. “Eén zoon doet hier de winkel en één doet de boekhouding, de tuinbouw buiten en de markt. En dan nog wij met z’n tweeën, ik en mijn man. We hebben nog wel iemand van een uitzendbureau, een stagiaire en een meisje van de WSD(werkvoorziening voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt).”  In 2013 heeft De Schoffel, het bestaande zonne-energiesysteem uitgebreid. Op de stallen zijn zonnepanelen geplaatst.

“Het is eigenlijk een uit de hand gelopen hobby.”

Biologisch eten
“Biologisch is niet van dat opgejaagde spul. Het is kwalitatief en qua smaak veel beter. We gebruiken geen kunstmest, geen onkruidbestrijding en het moet allemaal handmatig gedaan worden vind ik, daarom heten wij ook De Schoffel. Het andere wordt kunstmatig grootgebracht, dat heeft niks meer met de natuur te maken. Dan wordt de 20110615_04natuur als het ware ‘verkracht’.” Biologische voeding wordt gekeurd en gecertificeerd door Skal, dat is een bedrijf dat is ingesteld door het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Je kunt je bedrijf bij Skal aanmelden en dan komen ze keuren of je aan de eisen voldoet. “Wij halen wat we niet zelf kunnen maken bij de groothandel in Uden vandaan. Die is ook gekeurd door de Skal. Aan de producten zit een kaartje met een nummer zodat we altijd de teler kunnen achterhalen. Ik weet niet of er in geen enkel product E-nummers zullen zitten, maar ze zijn dan in elk geval wel goedgekeurd door Skal. Niet ieder E-nummer is slecht.” E-nummers zijn stoffen die worden toegevoegd om producten te verbeteren, bijvoorbeeld voor de smaak of kleur. Die stoffen zijn goedgekeurd door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).

Een trendonderzoek van Bionext laat zien dat de biologische omzet met elf procent is gestegen ten opzichte van 2015. “Nederlanders kopen wel steeds meer biologisch voedsel. Ik weet niet wat het prijsverschil is tussen de supermarkt en hier, maar het is veel beter van smaak. Mensen geven zowel om het milieu en de gezondheid als ze weten waar het vandaan komt. Ze willen eigenlijk niet dat producten met het vliegtuig, de milieuvervuiler, moet komen. Wij trekken ook onze grens bij Spanje, verder dan dat halen we onze producten niet. Voedsel dat uit Egypte en Israël komt hoeven de klanten niet meer.”

“We eten gewoon vlees hoor, we zijn niet roomser dan de paus.”

“Zo’n kant-en-klaarmaaltijd is niks voor mij. Wij eten natuurlijk veel uit onze eigen winkel. Bij onze producten hoef je ook niks meer toe te voegen. Je hoeft het niet op smaak te maken, want dat is het al. Ik gebruik nooit zout, want in winkel-300x225een aardappel op zich zit al zout.” Marina staat iedere dag gewoon in de keuken. Op woensdag kookt ze zelfs voor iedereen die aan het werk is, want dan zijn ze tot half acht open. “We eten gewoon vlees hoor, we zijn niet roomser dan de paus.”

Klanten
“Wat niet? Jong, oud, alles. Ze komen van wijd en zijd.” Klanten komen van overal uit Brabant: Eindhoven, Rosmalen, Vught en Schijndel. “We krijgen heel veel positieve reacties van de klanten, daarom komen ze terug. En reclame verspreidt zich van mond tot mond en zo komen ze hier. Voor de klant is wel belangrijk: de eigen producten. Je krijgt ook vaak de vraag of iets een eigen product is. Dan pakken ze eerder meer dan dat ze minder pakken.”

“Wij staan garant voor kwaliteit, zo houd je het vol.”

“Er is geen concurrentie. De grote supermarkten hebben alleen maar het houdbare product in de winkel liggen. Die hebben geen goede krop sla. Die kunnen gewoon niet hetzelfde assortiment geven als wij.” Bij een supermarkt moet je de eerste levensbehoefte voeding kunnen krijgen. De Schoffel verkoopt ook frisdranken, bieren, wijnen, chips en koek. “Alles wat we lokaal kunnen halen, halen we lokaal.” De winkel wisselt ook veel uit met andere lokale bedrijven. Zo haalt ze bijvoorbeeld het vlees bij collega’s uit Asten en Spoordonk. “Er zijn alleen niet zoveel bedrijven hier in de buurt. In Brabant komt er niks bij. Sowieso al de laatste twintig jaar weinig en de laatste vijf jaar zelfs helemaal niks meer. Het wordt niet meer, maar ook niet minder. Dat komt omdat het heel hard werken is. En dat doet men tegenwoordig liever niet meer. We doen alles handmatig en werken niet met bestrijdingsmiddelen. Waarom zou je het niet doen? Wij staan garant voor kwaliteit, zo houd je het vol.”

 

Door Jelle Oosterveld