Bonje bij de Bennekel?

Gestel – Het eerste wat opvalt als je de bus uitstapt bij de Sibeliuslaan, is dat er zo ver je kan kijken maar één parkje ligt. Het gebrek aan groen valt meerdere bewoners op, maar wat je met het blote oog niet ziet, is dat er een sprake is van een buurt die door anderen een probleemwijk wordt genoemd: de Bennekel.

Wanneer je bij het Frans Leharplein aankomt, lijkt het op het eerste gezicht een rustige omgeving. Hoewel het er niet zwart ziet van de mensen, houden de winkels zich prima staande. Op het lage muurtje staat en zit een groepje mannen relaxed wat te kletsen. De eerste scheur in dit vredige beeld ontstaat als wij een man uit de Hoogstraat spreken. Na een korte introductie stellen wij de allesbepalende eerste vraag: vindt u het een fijne wijk? Na wat gemompel begint meneer te praten: ‘’Er zijn wel veel problemen, die kant op’’, en hij wijst naar de richting van het pleintje. ‘’Qua woningen is het een beetje gemengd en hier in de straat verzamelen zich vaak groepen mensen. Dit is geen normaal stuk weg’’, doelend op het feit dat er aan de andere kant van de weg geen huizen staan, ‘’en het is toch tamelijk anoniem. Ik heb het idee dat er daardoor af en toe dingen gebeuren.’’ Hij vertelt dat hij graag meer toezicht zou willen en dat we het beste richting de andere kant van het marktpleintje kunnen kijken.

Dus dat doen we. Daar spreken we eerst met een buitenlandse vrouw, te horen aan haar accent. Ze bevestigt dat wat ons eerder opviel; er is ontzettend weinig groen. Verder heeft ze naar eigen zeggen nergens last van. Als we aan de overkant van de weg een man spreken, vertelt hij ons nergens last van te hebben. We vertellen dat we net iemand spraken die ons zei dat er aan deze kant van het plein ‘wel eens dingen gebeuren’. Maar meneer heeft er geen last van, hij ziet het alleen. ‘’Het is wat je last noemt. Kijk, dit stukje Hoofdstraat hoort bij de Bennekel. En dat is gewoon een achterstandsbuurt, hierachter. Ja, daar gebeurt wel eens wat, maar dat is ook in Woensel West.’’ Na nog wat vertelt te hebben zegt hij dat we maar eens naar achter moeten, naar de Bennekelstraat.

Daar zien we gelijk het verschil: er lopen jongeren rond en het lijkt echt een volksstraat. De mensen die we aanspreken vertellen ons ook dat er niks mis is met de buurt. ‘’Ik vind het kei gezellig hier’’, vertelt een vrouw ons. ‘’Heb nooit problemen.’’ Wanneer we besluiten dat we nog één persoon gesproken willen hebben, doet een man open. We vragen hem eerst of hij ergens last van heeft -nee- en vertellen dan voorzichtig wat we hebben gehoord over deze straat. Zijn antwoord verbaast ons: ‘’Als je er woont heb je er niet veel last van. Er zijn wel dingen die gebeuren, criminele activiteiten. Maar als je je er niet mee bemoeit, heb je er geen last van.’’ Er blijkt dat er weinig wordt gecontroleerd, al blijkt dat wel nodig.

Misschien iets voor gemeente Eindhoven om hier nog een blik op te werpen?