‘Mevrouw Anorexia had totale grip op mij’

Er waren momenten dat ze het even niet meer wist. Lucy leed aan anorexia nervosa, hoe zag haar leven er uit tijdens deze heftige periode?

“Ik ben Lucy, ik ben 18 jaar en ik leed aan anorexia nervosa. Het gaat nu gelukkig goed met me, ik ben sinds februari dit jaar weer helemaal op gewicht en in juli heb ik mijn therapie volledig afgerond.

Het is begonnen toen ik een jaar of zestien was. Ik ben een aantal jaar geleden aan de pil gegaan omdat ik extreem veel bloed verloor tijdens mijn menstruatie. Mijn lichaam veranderde daardoor al snel in een vrouwelijk lichaam, hier kon ik maar moeilijk aan wennen. Vanaf dat moment ben ik minder en gezonder gaan eten, ik wilde zo graag een strakkere buik. Ik bewoog veel, ik voetbalde drie tot vier keer per week en fietste nog drie keer per week. Op mijn zeventiende verjaardag zagen mijn ouders pas hoe dun ik geworden was. Ik ben een week op vakantie geweest met een vriendinnetje voor mijn verjaardag, daarna heeft mijn vader contact opgenomen met de dokter. Hij stelde de diagnose anorexia vast.

Vanaf dat moment kwam mevrouw anorexia pas echt in beeld. Pas toen de behandeling met therapie begon, ging ze tegenstribbelen en werd het echt zwaar. Daarvoor was ze er ook al maar dat merk je niet, omdat je doet wat ‘zij’ wilt. Ik kreeg moeite met eten, ik had veel ruzie met mijn ouders en kreeg nog meer bewegingsdrang. Ik kreeg van de dokter een eetschema waarbij ik zes keer per dag moest eten. Een van mijn ouders zat er elke ochtend bij tijdens het ontbijt, toen moest ik 2 boterhammen eten met zoet beleg en een nutridrink (300 kcal). Om elf uur at ik meestal yoghurt met fruit. ’s Middags kon dat natuurlijk niet, dan moest ik het echt alleen doen. Ik at dan 3 boterhammen met iets te drinken. Ik heb niet altijd alles opgegeten, dan at ik bijvoorbeeld alleen de boterham die ik op zich wel wilde eten. Om drie uur at ik dan weer een koekje of een stuk fruit. Het avondeten was gewoon een normaal bord en ’s avonds moest ik dan nog iets lekkers nemen als pepernoten of chips. Ik vond het lastig om alles weg te krijgen op één dag. In het begin krijg je snel buikpijn, omdat je maag eigenlijk niks meer kan verdragen. Langzamerhand wennen je darmen er wel weer een beetje aan.

“Daarvoor was ze er ook al maar dan merk je het niet, omdat je doet wat ‘zij’ wilt”

Voor mijn familie is het ook een hele zware periode geweest. Ze hebben veel angst gevoeld, omdat in hun achterhoofd altijd een kans was dat ik dit niet zou overleven.  Ik zag mijn broertjes nauwelijks nog, ze trokken zich veel terug op hun kamer. Tijdens het eten was het vaak oorlog, ik huilde veel en ik was bang om weer aan te komen. Zij moesten echt opletten wat ik at en of alles er ook echt in ging. Als ik dan niet wilde eten, mocht ik pas van tafel als ik het op had gegeten. Als ik op zo’n moment niet meewerkte, werden zij ook verdrietig.

In mijn dieptepunt woog ik nog maar 43 kilo en droeg ik soms maat 164, mevrouw anorexia had totale grip op mij. Ik sportte extreem veel, soms deed ik wel 110 buikspieroefeningen op een dag. Voor wat ik bewoog moest ik tussen de 2500 en 2700 kcal binnenkrijgen, ik at er vaak maar rond de 500. Dit zorgde ervoor dat ik weinig energie had en slecht sliep, toch drukte ik mijn slaaploosheid altijd weg. Ergens in je achterhoofd weet je wel dat dit niet goed voor je is maar toen zat zij zo in mijn hoofd, dat ik er niet goed over na kon denken. Het moment dat ik het even niet meer wist, is er zeker wel geweest. Dan praatte ik erover met mijn therapeut en probeerde ik vooral veel leuke dingen te doen.

 

Ik heb veel therapie gevolgd, eerst alleen en daarna in een groep. Deze combinatie heeft mij weer op de been geholpen. We waren toen vooral bezig met opdrachten maken en praten met elkaar, zo werden we ons bewust van de ernst van de ziekte. Toen ik begon met de groepstherapie waren zij nog een stuk dieper dan ik was. Ik was al op de goede weg. Het heeft me enorm geholpen, ik herkende dingen die ik zelf eerst ook fout deed waardoor ik hen ook kon  helpen.  Tijdens de behandeling ben ik zoveel mogelijk naar school geweest. Ik doe de opleiding sport & recreatie en ik liep stage in een sportschool. Met voetbal moest ik wel stoppen en ik mocht ook niet meedoen met de lessen die in de sportschool werden gegeven. Ik hielp wel mee met de dagelijkse werkzaamheden en coachte mensen mondeling tijdens oefeningen.

Toen ik met mijn ouders tijdens een weekendje weg het Leontienhuis bezocht, is de knop pas echt omgegaan. Ik denk dat dat is, omdat zij zelf ook anorexia heeft gehad en ze is een oud wielrenster. Zij is echt een voorbeeld voor mij, van zo’n persoon neem je nou eenmaal sneller iets aan dan bijvoorbeeld van je ouders.

“Waar ik ziek mee ben geworden, ben ik ook mee beter geworden”

Ik ben super trots dat ik deze vreselijke ziekte overwonnen heb. Ze zeggen altijd: ‘als je beter wilt worden dan moet je gaan eten’, daar hebben ze ook wel gelijk in. Maar ik heb zelf gemerkt dat het eten makkelijker is, wanneer er iemand mee eet als jij moet eten. Ik vond het zelf fijner als bijvoorbeeld mijn vader met me mee at, dan als ik alleen zou zitten of dat hij zat te kijken van ‘hé eet eens door’. Waar ik ziek mee ben geworden, ben ik ook mee beter geworden, mijn perfectionisme en doorzettingsvermogen. De weg is voor iedereen anders, maar ben blij met wie je bent en hoe je bent!”

Liefs van Lucy

 

De naam van de persoon is veranderd i.v.m. privacy