‘Ambulanceverpleegkundige is een spannend, maar ook zwaar beroep’

‘Nadat ik als omstander betrokken raakte bij een dodelijk ongeval, wist ik gelijk dat ik de acute zorg in wilde. Ik zag de lijnen die daar ontstonden: de politie, brandweer en ambulance. Dit is voor mij de doorslag geweest.’ Marieke van de Camp (43) werkt nu al twaalf jaar als ambulanceverpleegkundige en werkte hiervoor zeven jaar op de Intensive Care in het Radboud ziekenhuis.

Marieke wist al van jongs af aan dat ze iets in de zorg wilde gaan doen. Toen ze op haar 18ede opleiding hbo-verpleegkunde ging doen en later betrokken raakte bij een dodelijk ongeval, wist ze het zeker: ik wil de acute zorg in. ‘Het mooie aan het beroep is voor mij dat je nooit weet wat je tegen gaat komen. Je kunt in twee minuten tijd bij heel veel verdriet terechtkomen. Er zijn grote dingen die gebeuren bij mensen: ziekte, overlijden, ongelukken, geboortes die niet helemaal goed gaan, zelfmoord et cetera. Maar juist op die heftigste momenten kun jij iets goeds doen.’

Haar eerste werkdag is natuurlijk alweer enige tijd geleden, maar ze kan zich nog goed herinneren wat ze dacht en hoe ze zich voelde. ‘Wij komen met ons werk op de ambulance aan bij mensen die nog geen diagnose hebben en die mag jij dan bedenken. Dat is heel krom. Het voelde alsof ik twee linkerhanden had en dat heeft best lang geduurd. Dat is meer dan één dag geweest, dat gaat om maanden.’ Het werk op de ambulance is totaal anders dan haar vorige werk op de Intensive Care. Hier was zij verpleegkundige die zorgde voor mensen die van een hartoperatie aan het herstellen waren. Deze mensen liggen aan de beademing en worden ondersteund door machines en medicatie. ‘Ik wist natuurlijk al wel heel veel van zieke mensen, maar ik wist absoluut niet hoe ik met mensen om moest gaan die nog geen diagnose hadden.’

Als ambulanceverpleegkundige, maar ook op de Intensive Care, maak je van alles mee. Marieke geeft dan ook aan dat ze een boek zou kunnen schrijven over alle momenten die haar bijgebleven zijn of waar ze van geschrokken is. ‘Het meeste wat me is bijgebleven is het overlijden van kinderen. Daar heb ik heel veel last van. Dat zijn ook de dingen die ik nog heel helder op mijn netvlies heb staan. Een voorbeeld hiervan is de casus van een jongetje van twee jaar oud dat verdronken is bij zijn opa en oma in de sloot. Hij is gereanimeerd en naar het ziekenhuis gebracht waar hij na zeven dagen is overleden. Dit is inmiddels al meer dan tien jaar geleden, maar ik zie het verdriet van de ouders nog steeds voor me.’ Ze geeft aan dat ze hier in het dagelijks leven geen last meer van heeft, maar dat ze deze momenten ook nooit zal vergeten.

Bij een beroep als dit moet je snel handelen, elke seconde telt. Marieke vertelt dat je dan ook zelfverzekerd moet overkomen en kennis van zaken moet hebben. Maar ze is ook wel eens onzeker geweest over een keuze die ze heeft gemaakt tijdens haar werk. ‘Ik weet het nooit 100 procent zeker. Ik kan geen garanties geven, dat zeg ik er ook altijd bij: ik kan een werkdiagnose bedenken en een behandeling starten, maar ik kan er niet in kijken. Die techniek gaat er waarschijnlijk ook niet komen. Je kunt geen röntgen-ogen hebben, dus ik ben eigenlijk regelmatig onzeker. Maar ik heb natuurlijk heel veel kennis en dat is mijn houvast; dat wil niet zeggen dat ik dan 100% overtuigd ben van hetgeen wat ik denk.’

Na zeven jaar gewerkt te hebben op de Intensive Care, leek de switch naar ambulanceverpleegkundige voor Marieke een logische vervolgstap. ‘De ambulance is best een spannend beroep. Je weet niet wat je tegen gaat komen, je bent eigen baas, je bent veel buiten, je komt bij oude mensen, jonge mensen en er is geen dokter bij die even zegt wat er aan de hand is, wat er moet gebeuren en welke medicijnen je moet geven. Die kennis heb je allemaal zelf en die moet je zelf toepassen. Die spanning past wel bij mij.’

Marieke is nog steeds tevreden met de keuze om te switchen naar de ambulance. ‘Het is het mooiste vak dat er bestaat.’

‘Het komt relatief vaak voor dat er voor kleine dingen gebeld wordt naar de ambulance,’ geeft Marieke aan. ‘Bij de centrale meldkamer worden de meldingen wel gefilterd, maar het is maar net hoe mensen iets verwoorden. Soms kan de woordkeus niet helemaal duidelijk zijn, waardoor er van het ergste uitgegaan moet worden, maar dan is het toch net iets anders. Ik heb wel eens meegemaakt dat er een melding werd gemaakt van iemand met pijn op de borst. Aangezien pijn op de borst vaak samengaat met hartklachten, zijn wij hier met spoed naartoe gegaan. We kwamen daar aan en er deed een vrouw open in een ochtendjas. Toen we haar gingen onderzoeken, deed ze haar borst omhoog en daar zat een grote schimmelplek. Ja, dat is ook pijn op de borst, maar niet ambulancewaardig.’

Ook ambulancepersoneel moet tegenwoordig, net als andere beroepen, doorwerken tot hun 67e. Marieke: ‘Eerlijk is eerlijk, ik zie mezelf niet doorwerken tot mijn 67eop de ambulance, want het is lichamelijk heel zwaar. Wij moeten op de meest onverwachte momenten iemand naar beneden tillen waarbij elke seconde telt. Ik zie mezelf dat niet meer doen over 15 jaar.’ Vanwege het fysiek zware werk, maar ook vanwege de onregelmatige werktijden heeft Marieke ervoor gekozen om een nieuwe studie te gaan volgen. ‘Ik zal nog altijd blijven terugdenken aan wat ik de afgelopen twaalf jaar heb gedaan.’