‘Als ik het vertelde, zou ik de kerk niet meer in mogen’

Bart (18) komt een beetje stil en onzeker over. Dat is ook niet zo raar. Hij is christelijk, en heeft ontdekt dat hij op mannen valt – iets dat in zijn dorp nog steeds als iets verschrikkelijks wordt gezien. Hij vertelt hoe hij hiermee omgaat en hoe deze twee tegenstrijdige delen van zijn leven samengaan.

Ik woon in een zeer christelijk dorp. Mijn opa en oma zijn zeer christelijk, en hebben mijn ouders ook christelijk opgevoed. Dat is ook weer aan mij doorgegeven. Ik heb zelfs jaren als misdienaar gewerkt in de kerk. Dan help je de priester tijdens de mis, met bijvoorbeeld wijn naar het altaar brengen. Er zijn een paar homo’s in mijn dorp maar die zijn niet meer welkom in de kerk. Ze waren eerst ook christelijk, maar hun geloof is nu beschadigd.

Vroeger, voor ik het van mezelf besefte, zou ik homoseksualiteit soms beledigen, of als scheldwoord gebruiken. Ik had er een afkeer van, misschien ook omdat ik het gevoel had dat ik het zelfs was. Ik begon dat te ontdekken op mijn zestiende. Nadat sommige meisjes met mij een relatie wilden hebben en dat niet lukte, ben ik na gaan denken: hoe komt dat? Ik begon te merken dat ik me meer voelde aangetrokken tot jongens dan tot meisjes.

Ik had het er moeilijk mee, vooral omdat je er alleen voor staat op dat moment. Je bent bang om aan iemand raad te vragen, of om te vragen hoe het zit en wat je moet doen. Dan is het ook belangrijk dat je mensen buiten je omgeving opzoekt, om daarmee te praten en je hart te kunnen luchten. Ik ben dus gaan praten met andere homo’s. Die hebben me heel erg geholpen om een gevoel dat ik eigenlijk niet wou hebben – want ik wilde niet homo zijn, ik wilde niet anders zijn dan anderen – normaal te vinden en niet als iets raars te zien. Ik wilde het in het begin niet aanvaarden, maar op een gegeven moment moet dat. Het is wie je bent. Maar ik heb het aan niemand verteld.

Ik vond het heel moeilijk. Als gelovige kon het gewoon niet dat je op een man viel. Dat is nu wel iets aan het verminderen; ze reageren anders dan eerst, maar je hebt ook nog steeds christelijke dorpen waar het absoluut niet kan. De christenen in mijn dorp zouden het niet aanvaarden omdat het zo ouderwets is.

Als je jong bent, wordt je in de armen gesloten en zeggen ze dat ze je nooit zullen laten vallen. Maar als je als man vertelt dat je van een man houdt, ben je ineens buitengesloten. Dat is een van de redenen dat ik het eerst aan niemand vertelde. Ik wilde als ik over straat loop geen boze blikken zien, dat gebeurt ook wel. Vooral van oudere mensen en jongeren die streng zijn opgevoed. Die begrijpen het niet, of willen het niet begrijpen. Na een jaar vertelde ik wel het aan mijn beste vriendin. Zij was niet echt gelovig, dus dat hielp; zij bekeek het vanuit een iets normaler standpunt. Ze heeft me er heel goed in gesteund, ik kon altijd naar haar toe met mijn verhaal. Mijn ouders heb ik het later ook verteld, op een avond tijdens het eten. Ze schrokken, maar ze voelden het al wel aankomen, dus dat viel mee. Ze aanvaardden het maar ze vinden het wel heel jammer. Het was ook niet echt een optie het niet te aanvaarden, omdat ze bang waren dat ik misschien ergens anders heen zou gaan. Dus ze hebben hun geloof een beetje opzij gezet. Ze zijn de enige christenen in mijn omgeving die ik het heb verteld. Ze hebben het er wel nog steeds moeilijk mee. Ik heb nu drie maanden een vriend en je merkt dat ze niet graag willen dat ik naar hem toe ga, ze willen liever dat ik bij hun blijf. Ze willen me er niet echt in steunen. Ze vinden het niet fijn en dat is moeilijk, je wilt ze niet kwetsen. Mijn ouders hebben mijn vriend ook nog niet ontmoet, ik zijn ouders al een aantal keer. Zij zijn niet gelovig, dus dat scheelt. Ze accepteren hem volledig, en mij ook.

Vrienden van mijn ouders merken dat ik de laatste tijd vaak weg ben, als ik naar mijn vriend ga. Ze vragen dan waar ik heen ga en wat ik ga doen. Dat is ongemakkelijk, want ik wil het ze niet vertellen. Het is ook moeilijk omdat ik op Kerstavond met mijn vriend heb afgesproken. Normaal ben je dan met familie, en als je er niet bent gaan ze vragen stellen. Ik zie ook vrienden minder omdat ik zo vaak weg ben.

Ik weet niet of ik het ooit aan de rest ga vertellen. Als ik dat ooit doe zou ik er ze goed op voorbereiden, zodat ze het misschien zelf al een beetje ontdekken. Ik heb sommige vrienden die wat moderner zijn. Misschien dat ik het hen ooit net zoals die vriendin vertel. Ik denk dat ze het zouden accepteren, een aantal worden steeds minder gelovig. Je ziet dat de strenge christelijke opvoeding die ze hebben gekregen afneemt.

Ik begin nu zelf soms ook te twijfelen aan mijn geloof. Ik geloof dat wat in de Bijbel staat een basis is om op te leven en te bouwen, maar ik denk dat de mensen die de Bijbel nu verkondigen en erover vertellen, zoals de Paus, meer dan alleen de basis vertellen. Ze verbieden bepaalde groepen mensen; dat staat niet in de Bijbel. Er staat wel in dat homoseksualiteit een zonde is, maar ook dat je iedereen moet kunnen vergeven. En dat doen ze niet. Ik zou niet meer welkom zijn in de kerk, als ik het zou vertellen. Ze verkondigen dat iedereen in de armen van God wordt gesloten. Ze zeggen in de mis, ‘ook al heb je een zonde begaan, je bent nog altijd welkom.’ Maar in de werkelijkheid worden mensen buitengesloten.

Soms voel ik me best ongelukkig. Soms denk je, ik sta er eigenlijk alleen voor.