Het leven van topjudoka Elisabeth Willeboordse

Elisabeth geeft een clinic

Elisabeth (wit pak rechts) tijdens een judoclinic in Rio 2014

Elisabeth Willeboordse (39) is geboren in Zeeland. Daar is ze ook begonnen met judo. Inmiddels is ze meervoudig Europees Kampioen en haalde ze in 2008 de bronzen medaille op de Olympische Spelen. Ze vertelt ons over de mooie maar ook over de zware periodes in haar topsportcarrière.

“Ik ben begonnen met judo op mijn negende. Na een jaar nam ik al deel aan wedstrijden en bleek daar talent voor te hebben. Toen ik meedeed aan het Nederlands Kampioenschap onder 16 jaar en om het brons verloor had ik door dat er meer uit te halen viel. Dat is het moment dat ik echt meer wilde. Ik wilde het beste uit mezelf halen. Dat zeg je als kind niet maar het was wel zo. Elke wedstrijd steeds beter worden en niet willen verliezen. Rond mijn achttiende kreeg ik als doel de Olympische Spelen halen en winnen.”

Elisabeth is begonnen met judo bij Sportschool Geelhoed. Haar trainer was Wim Geelhoed. Toen ze de havo had afgerond stapte ze over naar een andere school en een andere judoclub; Jan de Rooy.

Was de overstap moeilijk?

“Ja, hier heb ik echt een trauma aan overgehouden. Ik was al een topsporter dus in mijn ogen was het logisch dat ik overstapte; ik wilde gewoon beter worden. Van het een op het andere moment was ik niet meer welkom bij Wim omdat ik overgestapt was. Ik was mij van geen kwaad bewust. Jan de Rooy ving me wel goed op. Voor mij ging er aan de ene kant een wereld open en aan de andere kant was ik niet meer welkom. Dat heb ik heel moeilijk gevonden.

Ik denk niet dat ik vanuit Zeeland de top had kunnen halen. De top in Zeeland was zo klein dat je op een gegeven moment niet meer verder komt. Als je zelf ergens de beste bent, moet je op zoek gaan naar anderen die minimaal hetzelfde dan wel een hoger niveau hebben dan jij. Dat was er in Zeeland steeds minder, gewoon onvoldoende. Wim heeft altijd gezegd ‘ik vond dat jij nog niet weg hoefde’ maar ik denk dat ik op dat moment de juiste keuze heb gemaakt.”

Op welke prijs ben je het meest trots?

“De Olympische medaille, daar is een heel gevecht aan vooraf gegaan. In 2004 was het heel moeilijk. Ik kwam in juni terug van een voorste knieband operatie. Het herstel duurde al een jaar. Toen mocht in september mijn concurrente naar het WK terwijl zij geblesseerd was. Op dat moment had ik nog niks bewezen omdat ik het hele seizoen niet had gedraaid. Zij ging naar het WK en verloor in de eerste ronde. Op dat toernooi kon je je plaatsen voor de Olympische Spelen van 2004. Vanaf dat moment gingen we de concurrentiestrijd aan.

Ik brak in 2003 tussen kerst en oud en nieuw mijn enkel en dacht dat het er niet meer in zou zitten maar ik heb alsnog een paar toernooien aan het eind van het seizoen gedraaid. Ik mocht naar het EK omdat ik beter presteerde dan zij. Ik moest in de finale komen om mij te plaatsen voor de Olympische Spelen, maar verloor in de halve finale terwijl ik met een koka* voorstond. Ik was er helemaal klaar mee, iedere keer de Olympische Spelen net niet halen. Ik heb het negen maanden moeilijk gehad en in 2004 dacht ik ik stop ermee. Ik bedacht medicijnen te gaan studeren met het oog op als het niet lukt om te combineren dan stop ik met judo. In september 2005 zou ik beginnen met mijn studie. In april werd ik Europees Kampioen. Ik ging er weer in geloven en probeerde het te combineren.”

Op wie kon je terugvallen in deze periode?

“De bondscoach heeft sowieso altijd in mij geloofd, Jan de Rooy, mijn ouders. Maar mijn ouders vonden het altijd zo’n strijd voor mij, hoe ik eraan kapot ging. Zij hadden liever gehad dat ik was gestopt, maar ze geloofden wel altijd in wat ik kon.”

Nadat Elisabeth gestopt is met topsport judo heeft ze in 2014 samen met Nick Peperkoorn ‘stichting Judo2Inspire’ opgezet. De missie is “elk kind stimuleren keuzes te maken die leiden tot goed burgerschap.” Ze hebben vanuit de stichting een project “Geo goes Dutch” waarmee ze judoka’s uit Rio naar Nederland halen om ze te belonen voor hun goede gedrag door ze een week in Nederland te laten judoën. Met één van de judoka’s in Rio gaat het op dit moment niet zo goed, vanuit Nederland proberen ze ook te helpen.

“De kinderen die vanuit het project naar Nederland zijn gekomen daar is iets mee gebeurt, sowieso hebben ze een hele mooie ervaring mogen meemaken waar de meesten op een positieve manier gebruik van maken in het dagelijks leven. Rafael ook, maar hij gaat door een hele moeilijke privé periode.

Ik heb contact gezocht met onze contactpersoon in Rio van de school van Rafael die hem ook persoonlijk kent. Ik heb hem gevraagd de problemen te inventariseren en te bepalen wat hij eigenlijk nodig heeft. Dan kunnen zij in Rio kijken wat zij kunnen doen en gaan wij kijken wat wij vanuit hier kunnen doen. De problemen zijn daar geïnventariseerd en vanuit hier coördineer ik de zorg. De kinderen hebben in Nederland in een gastgezin gezeten, hier hebben ze een band mee opgebouwd. Het gastgezin van Rafael heeft ook met hem contact opgenomen, dat vind ik mooi.”

In 2013 zette Elisabeth een punt achter haar topsportcarrière. Ze was toen 34 jaar.

Wat is de belangrijkste reden geweest om te stoppen?

“De reden dat ik stopte is een combinatie van dingen. Ik had mentaal geen zin meer in de concurrentiestrijd en ik moest ook mijn studie afmaken. Ik merkte dat het op toernooien niet meer beter ging en had genoeg van de spanningen en teleurstellingen. Eigenlijk wilde ik in 2010 al stoppen, maar toen dacht ik dat het niet kon vanwege privéredenen, ik was al 2 jaar iets aan het doen dat ik niet leuk meer vond. Ik ben nog steeds niet helemaal gewend denk ik. Als topsporter trainde je heel hard en daarna had je rust. Ik sliep soms wel 12 uur per dag. Toen ging ik coschappen lopen en maakte als coassistent soms weken van 70 uur en dat is best wel pittig. Van het een op het andere moment was ik blij als ik 7 uur per nacht kon slapen. De eerste jaren ben ik chronisch moe geweest en had geen fut meer om te sporten. Ik kon geen goede balans vinden en ik mis judo nog steeds. Het spelletje vind ik onwijs leuk en ik mis het wereldje. Ik ben er nog niet helemaal overheen en heb nog geen goede balans gevonden. Ik kan inmiddels wel tegen 7 uur slaap, dat scheelt.”

Was het een moeilijke keuze om te stoppen?

“Nee. Ik vind het alleen jammer dat ik het niet eerder heb gedaan.”