‘Soms kan ik me heel erg alleen voelen in mijn huidskleur’

Josephine Scholte-de Jong

De inschrijvingen voor de Taalwedstrijd van Kunstbende Zeeland zijn in volle gang. Vorig jaar won Josephine Scholte-de Jong (17) de wedstrijd. Zo opende ze haar gedicht:

‘Waar kom je vandaan?

Middelburg

Nee, maar eerst?

Uh, Brabant

Ik bedoel waar ben je geboren?

Utrecht

Oh, maar-

Maar je bedoelt waarom is zij zwart?! Waarom heeft zij een kleur?! Waarom is zij niet blank?!’

Het gedicht, getiteld De zwarte met het witte hart, gaat over Josephines tweestrijd tussen haar Surinaamse, zwarte kant en haar Nederlandse, witte kant. Met het gedicht wil ze aandacht vragen voor racisme in Nederland.

Eigen ervaringen

Zelf heeft Josephine nog geen ervaring gehad met racisme op professioneel of werkgebied. Ze denkt dat dit mede komt doordat ze “best wel blank is opgevoed’’. ‘Als mensen mij aan de telefoon spreken en mij later in het echt zien, maak ik wel mee dat ze verbaasd zijn. Ze hadden verwacht dat ik blank zou zijn. Dat komt denk ik doordat ik netjes ABN praat.’

Het is niet altijd makkelijk om met gekleurde huid in de Zeeuwse hoofdstad Middelburg te wonen. Josephine ging naar een grote middelbare school waar ze één van de weinige niet-witte leerlingen was. ‘Ik heb er hele goede vrienden gemaakt, maar in mijn tweede jaar werd ik wel erg gepest vanwege mijn huidskleur. Ook merkte ik dat mensen niet snapten waar ik vandaan kwam. Soms kan ik me heel erg alleen voelen in mijn huidskleur. Ik heb mede door mijn huidskleur meningen ontwikkeld vanuit mijn oogpunt. Soms was de rest van mijn klas het totaal niet met me eens. Ook riepen ze dan vervelende dingen naar me als ik voor mijn mening uitkwam.’

Aandacht

De laatste jaren van haar middelbare schooltijd begon het Josephine op te vallen dat er maar weinig aandacht was voor de slavernij bij de geschiedenislessen. Ook merkte ze dat er bij levensbeschouwing en maatschappijleer maar weinig tijd werd besteed aan de multiculturele samenleving, of praten over vooroordelen en racisme. Josephine pleit dan ook voor verbreding in lesprogramma’s. ‘Ik denk dat bredere kennis positieve invloed heeft op hoe mensen denken.’

Josephine is blij dat er steeds meer acties komen die aanzetten tot nadenken over racisme en het Nederlandse slavernijverleden. Zo werd The Black Achievement Month georganiseerd, waarbij in het onderwijs aandacht werd besteed aan zwarte helden. Ook kwamen er het afgelopen jaar nieuwe films en series uit over racisme: ‘Het is een super goede start. Van mij mag het onderwerp nog meer aandacht krijgen. Mensen die nu nog heel sterk voor Zwarte Piet zijn, gaan niet uit zichzelf een documentaire kijken die een kritische toon over Zwarte Piet heeft.’ Zelf in gesprek gaan de meest stugge Zwarte Piet-aanhangers vindt Josephine lastig. ’Ik heb altijd in mijn hoofd gehad: Wanneer mensen niet met me willen praten en alleen gaan schreeuwen en lelijke dingen gaan roepen, kan ik niet met ze praten. Dan denk ik: ‘Jij wil mij niet horen, ik wil jou op zo’n manier niet horen, dus wij begrijpen elkaar nu niet.’ Het beste wat we kunnen doen, is via het onderwijs zorgen dat kinderen jong al te maken krijgen met verschillende culturen en ideeën. Als je op een school met alleen maar blanke kinderen zit en er geen ruimte is voor gesprek over andere ideeën, bijvoorbeeld over Zwarte Piet, dan wijk je daar later in je leven moeilijker van af.’

Gedicht

lees hier het gedicht van Josephine: De zwarte met het witte hart

Het gedicht van Josephine ontstond na aanleiding van een schoolproject in haar eindexamenjaar. ‘Voor Nederlands moesten we een aantal boeken lezen. Ik merkte dat we in Nederland vooral boeken hebben van blanke schrijvers over blanke mensen, met blanke onderwerpen. Ik ben heel erg geïnteresseerd in het zwarte aspect van de Nederlandse cultuur. Toen kwam ik De zwarte met het witte hart tegen. Ik kon me erg vinden in het verhaal.’

In Josephines gedicht staan Kwasi en Kwame voor Josephines blanke identiteit en haar zwarte identiteit. Kwasi en Kwame zijn twee hoofdpersonages uit het boek De zwarte met het witte hart. In het boek past de Kwasi zich aan de Nederlandse cultuur aan, zijn neef Kwame vindt dat moeilijk. ‘Voor mijn gevoel is die tweestrijd iets wat altijd in mijn leven zal zijn. Soms denk ik wel: ‘’Waarom heb ik nou een donkere huidskleur?’’. Voor mijn gevoel zou ik als ik blank was makkelijker met mijn blanke vrienden mee kunnen praten. Dan had ik misschien beter bevriend kunnen zijn met ze. Nu hebben we wel eens duidelijke meningsverschillen over bijvoorbeeld racisme.’

Begrip

Binnen haar vriendengroep gaan discussies vaak over Zwarte Piet, het woord ‘neger’ en de behandeling van minderheidsgroepen in Nederland. Tijdens deze gesprekken heeft Josephine soms het idee dat andere jongeren haar als minder Nederlands zien door haar mening en huidskleur. ‘Voor mijn gevoel ben ik echt Nederlander. Ik ben in Nederland geboren, hier opgevoed en ik spreek netjes Nederlands. Vroeger deed ik ook mee met Sinterklaasfeest, dat vond ik heel leuk. Doordat ik er nu anders over denk word ik ineens als minder Nederlands gezien en word ik buiten gesprekken gehouden. Dat doet wel pijn: Ik ben toch gewoon Nederlands?’

Door Emma Roelse