‘Onze school is geen cel binnen de Nederlandse maatschappij’

15 december 2019 – Saar Boonstra

Hij noemt zichzelf een calvinistische moslim. Dat is dan ook hoe hij zijn scholen runt. Abdelsadek Maas is directeur van scholengemeenschap Yunus Emre, waaronder vier islamitische basisscholen in Den Haag vallen. Hij is trots op het feit dat het aantal leerlingen binnen het islamitisch onderwijs in 10 jaar met 60% is toegenomen, want dat is volgens hem niet voor niets.

Abdelsadek Maas vertelt over zijn scholenbeleid en hoe deze bijdraagt aan de Nederlandse identiteit.

Is iedereen welkom op deze school of zitten er alleen islamitische kinderen op?

Binnen Yunus Emre voeren we een open aanname beleid, waar we hebben weinig niet-islamitische kinderen. Als school is er voornamelijk een focus op de soennitische geloofsbeleving. Dat betekent dat er veelal leerlingen zitten die een relatie hebben met Turkije, Noord-Afrika en land tot aan Indonesië. Dat betekent natuurlijk niet dat anderen niet welkom zijn.

Welke leerwijze wordt er gehanteerd?

Wij geven eigenlijk gewoon Nederlands onderwijs. We spreken Nederlands tijdens schooltijd en kinderen krijgen ook gymles en Engels als vreemde taal. Daarnaast zijn alle lessen gemengd: jongens en meisjes zitten gewoon door elkaar. Nee, niet jongens aan de ene en meisjes aan de andere kant. Écht door elkaar.

Op welke manier wordt er dan aandacht besteed aan het islamitisch geloof?

Middels godsdienstlessen waarin ze de hoofdlijnen van de islam leren. Gekoppeld aan deze godsdienstlessen leren ze het leven van verschillende profeten, wat deels overeenkomst met de andere wereldgodsdiensten zoals het christendom en jodendom. Ook het hindoeïsme wordt behandeld op kennisniveau. We vinden het belangrijk dat onze kinderen veel van de wereld meekrijgen, maar wat er 3000 kilometer verderop gebeurt gaat ons niks aan. We kunnen ons daar niet mee bemoeien en willen dat ook buiten de school houden. Neem de staatsgreep in Turkije, daar hebben wij helemaal niks mee te maken. We zeggen dan nadrukkelijk tegen zowel personeel als ouders en kinderen dat het niet de bedoeling is dat te benoemen. Onze focus ligt op Nederland annex Europa.

Wat is de toegevoegde waarde van bijzonder onderwijs als er thuis al voor een religieuze opvoeding wordt gekozen?

Het niveau waarop wij kennisleer bieden. Daarnaast vinden we de relatie met de maatschappij heel belangrijk. Onze leerlingen leren met meningsverschillen om te gaan en hoe zij dichter tot elkaar kunnen komen. Ze leren hoe de maatschappij in elkaar zit en hoe zij als burgers daarin mee kunnen draaien. Dat is iets wat ze niet altijd thuis meekrijgen.

Maar er zijn mensen die zeggen dat het bijzonder onderwijs niet meer van deze tijd is.

Grote flauwekul.

Is het juist van deze tijd?

Absoluut. In het bijzonder onderwijs zit juist de groei, niet in het openbaar onderwijs. Dat is dan ook wat nu naar voren is gekomen door DUO: het islamitisch onderwijs is in de afgelopen tien jaar met 60% toegenomen.

Dat het aantal scholen en leerlingen toenemen betekent dat de kwaliteit van onze scholen is verbeterd. Islamitische basisscholen scoren de afgelopen 5 jaar de hoogste schoolresultaten op de eindtoets. Dat zegt genoeg.

Waar komt die groei vandaan?

Dat heeft denk ik te maken met de emancipatie van de moslims in Nederland. Zij zijn vanuit een arbeidsmigratie vrij laag opgeleid naar Nederland gekomen. Waar zij zich eerst richtten op de basisbehoeften, zijn ze zich daarna gaan oriënteren op andere vlakken. Zoals nu dus scholing. Binnen Nederland hebben we de mogelijkheid tot schoolstichting, wat ik een groot goed vind. Het vrijheid van onderwijs is een van de succesfactoren van ons onderwijs. De burger is hier directer betrokken bij het onderwijs dan in andere landen en naar mijn mening is dat alleen maar positief.

Ik denk dat veel mensen het islamitisch onderwijs associëren met het boek Help! Ik word volwassen, wat een tijdje terug in het nieuws was. Hoe denkt u over dat boek?

Wij hebben net als vele anderen kritiek op dat leerboek. We hebben het wel aangeschaft, maar puur ter oriëntatie voor onze leerkrachten. Op de eerste plaats vinden we het niet leeftijd adequaat. De verhoudingen tussen man en vrouw en alle hoedanigheden moet je niet op die manier die deze auteur aangeeft benaderen. Vanuit de islam zijn er natuurlijk posities en die maken we zeker ook kenbaar. Maar we nemen daarin een afstandelijke houding. Het is aan onze leerling zelf om daar keuzes in te maken. Vanuit de Koran en de Soenna worden er wel allerlei dingen gezegd, maar dat betekent niet dat je allemaal enge dingen moet gaan doen met elkaar.

In hoeverre draagt een islamitische basisschool bij aan de ‘Nederlandse identiteit’?

Ik ben een Nederlander die moslim is geworden. Mijn kinderen hebben een Marokkaanse moeder. Wat ik mijn kinderen en leerlingen wil meegeven is dat er een brede oriëntatie is. Nederland is op vele manieren met gebieden gekoppeld buiten ons land zelf en dat ook al heel lang. Nederland had als kolonie het grootste moslimland van de wereld, daar moest dan ook studie gebeuren. Ik vind het belangrijk dat die studie voortgezet wordt.

De toekomst van onze kinderen ligt niet 3000 kilometer verderop, ergens in het Midden-Oosten. De toekomst van onze kinderen ligt hier. Daar moet je dan ook het onderwijs op richten. Dat doen we in de eerste plaats op Nederland, maar we richten ons ook op Europa omdat daar naar mij mening de meeste kansen voor moslims liggen.

Over dat identiteitsbeleid van Yunus Emre; daarin staat dat speelgoed en ander materiaal dat kinderen van huis meenemen in overeenstemming moet zijn met de identiteit. Waar moet ik dan aan denken?

Dat moet je ten eerste niet zo heel erg streng nemen. Wij vieren bijvoorbeeld geen Sinterklaas. We respecteren het katholieke geloof en de bijbehorende feestdagen, maar we zijn niet katholieks. Als kinderen met een pop van Sinterklaas aankomen zeggen wij: ‘Dat hoeft niet.’ We reageren er niet paniekerig op, we hebben gewoon onze eigen andere feestdagen en normen en waarden. Zo waren er bij de gymles leerlingen die tenues droegen van FC Barcelona, waar een kruisje in voor komt. Daar hebben we vervolgens dan wel een gesprek met ze over. Ik zou liever zien dat ze tenues dragen van de school zelf, want die hebben we ook. Maar paniekerig doe ik er niet over. Onze school moet namelijk geen cel zijn binnen deze maatschappij waarbij we ons afsluiten van andere geloven.

‘Met 1 islamitische basisschool zet je kinderen veel verder van elkaar, dat vinden wij niet gewenst’ -Kelly van Rijn, gemeentebelangen Westland.

Creëer je door bijzonder onderwijs inderdaad geen kloof tussen kinderen?

Ik ben zelf protestant-christelijk en heb dus ook op christelijke scholen gezeten. Toen wij verhuisden van Transvaal naar Mariahoeve moest ik lang lopen naar een christelijke school, omdat die er in Mariahoeve niet was. Ik ben daar geen slechter mens van geworden.

Tegen mevr. Van Rijn zou ik daarom willen zeggen: ‘Dit is het Nederlandse systeem, mevrouw.’ Het onderwijs is op deze manier georganiseerd. Neem Limburg en Brabant. Daar is via het katholiek onderwijs geëmancipeerd. Katholieken hadden vorige eeuw nog heel weinig te vertellen. Via het onderwijs zijn ze omhoog geklommen, want mensen die onder druk staan proberen beter te presteren. Vandaar dat ik het ook geen wereldwonder vind dat islamitische scholen beter functioneren. Ze moeten wel want ze hebben zich te bewijzen. Dat is met de katholieken idem dito geweest, dus wat is het probleem nu?

Ik vind dit soort uitspraken, als dat van Van Rijn, reacties uit angst. En angst is een slechte raadsheer. Dat moet zij weten, want dat is een Nederlands spreekwoord. Open je voor de wereld. Wat zij doen is een beweging maken terug in de tijd. Die tijd is geweest en die komt niet meer.