“Leefbaarheid, verblijfsklimaat, veiligheid”

Door Rosalie van Blijenburgh

Het is een regenachtige middag in Kanaleneiland, Utrecht. Er wordt gebouwd in de straat waar het gebouw van het CCV staat. Eenmaal aangekomen in het gebouw vertellen twee portiers in de lobby dat het CCV op de achttiende verdieping zit en dat lift B open zal gaan. 

Een half uur na aankomst vindt het gesprek plaats met Sten Meijer, een goedgeklede, lange man met donker haar. Hij werkt inmiddels al bijna twaalf jaar bij het CCV als adviseur.

Het CCV is kort voor het centrum van criminaliteitspreventie en veiligheid en het heeft een intermediaire functie tussen gemeentes en de overheid.

  • Denkt u dat als er op het nieuws positief wordt gesproken over de veiligheid in Nederland, dat dan het gevoel van veiligheid zal gaan toenemen?
    Dat sowieso, maar vanuit de aanname zou ik wel durven te zeggen dat als je misschien zaken positief of vreemd neerzet of misschien ook soms een handelingsperspectief biedt , dat dat wel positief kan uitpakken op de veiligheidsbeleving. Kun je dat nog opdelen in denken, voelen en doen.”

    Als mensen denken slachtoffer te worden, is het de vraag of ze deze gevoelens een plek kunnen geven, kunnen adresseren of kunnen omzetten. Dit betekent dat er iets verandert in het gedrag. Zo kunnen er extra maatregelen worden genomen, waardoor jij je veiliger gaat voelen.

    “Als je alleen maar in de fase van voelen blijft hangen en je niet het idee hebt dat er een oplossing voor is, dan kan dat negatief uitwerken. En als berichtgeving jou daarbij kan helpen om jou een handelingsperspectief te bieden, dan zou dat op die manier dus positief bij kunnen dragen.”

  • Hoe denkt u dat mediaberichtgeving het gevoel van veiligheid aanpast? Wat voor effect kan deze berichtgeving veroorzaken bij mensen?
    De vraag is altijd, in hoeverre werkt mediaberichtgeving echt door op het veiligheidsgevoel? Het hangt af van hoe onveilig mensen zich voelen als ze het bericht tot zich nemen en het hangt af van het type bericht.
    Vaker is het zo, hoe dichter bij, hoe meer impact het kan hebben.
    Het effect verschilt altijd per individu. De reuring op het moment dat het gebeurt is hoog, de vraag is vervolgens, hoe is het opgepakt door de autoriteiten.
  • Wat zou de staat kunnen doen om het veiligheidsgevoel bij mensen te vergroten?  Vindt u dat de staat momenteel genoeg doet om het veiligheidsgevoel van mensen te vergroten?
    Als je kijkt naar het regeerakkoord, zie je dat thema’s als ondermijning en cybercrime hoog op de politieke agenda’s staan. Dat betekent ook dat je in de uitvoering de doorweging op de veiligheidsbeleving meeweegt. De vraag is: vind jij als overheid dat mensen zich ergens voldoende bewust van zijn? Dan kan er een mediacampagne gevoerd worden, met daarin accenten die niet onnodig onveiligheidsgevoelens aanwakkeren en dat is de weegschaal op het speelveld waar je die balans in moet zoeken. Soms zul je er misschien voor kiezen om wat harder in te zetten en soms zul je misschien wel afwegen.
    Ik denk dat het binnen zo’n thema dat het dan wel verstandig is om die afweging te maken. Ik vind het al winst als de afweging aan zich al gemaakt wordt. In plaats van dat het terzijde wordt geschoven en redelijk directief gecommuniceerd wordt.”


  • Bij de kernindicatoren van de veiligheidsbeleving op jullie website staat dat de beschikbare indicatoren globaal wijzen op een breuk in de dalende trend op verschillende fronten vanaf 2008, zou u misschien kunnen uitleggen wat hiermee bedoeld wordt?
    Het CBS heeft gegevens als het gaat om hoe veilig of hoe onveilig de Nederlander zich voelt. Dat is op twee punten, namelijk algemeen en de buurt. Nu zie je dat het algemene veiligheidsgevoel vaak wat negatiever is dan dat voor de buurt.
    16% van de Nederlanders voelt zich wel eens onveilig in de buurt en ongeveer 34% van de Nederlanders voelt zich in het algemeen wel eens onveilig.
    Nu zie je dat het, tot tien jaar terug, rond de 40-45% zat . Nu zie je dat hij niet hoger wordt, hij weer een beetje op het niveau van toen, het zijn lichte stijgingen en dalingen. En nu weer de laatste jaren (vanaf 2013) daalt hij weer.

  • Hoe wordt lage objectieve veiligheid aangepakt, wanneer de subjectieve veiligheid hoog is?
    “Ja, dat is altijd een hele leuke. Want er zijn wijken bekend waar het objectief heel slecht gaat, maar waar mensen zich heel veilig voelen. En er zijn wijken waar het objectief wel goed gaat, maar waar de mensen zich wel onveilig voelen.

    De noemer objectieve veiligheid heeft vaak minder thema’s dan de noemer subjectieve veiligheid. Onder subjectieve veiligheid zitten veel meer maatschappelijke factoren die van invloed zijn op het gevoel. Bij objectief kijk je vaak vanuit de criminele omgeving. Terwijl het subjectieve, ook op het sociale en op het fysieke aspect zit. Dus pak je er veel meer zaken bij waarlangs je meet of iemand zich onveilig voelt. Dan kun je ook nog zeggen ‘ja is het dan onveilig voelen’, het is niet altijd onveilig voelen; het is soms ook dat mensen zeggen “ik voel me onveilig voor de ander” of “ik ben gewoon alert, omdat ik deze straat, buurt, wijk gewoon minder vertrouw dan mijn eigen wijk.” En dat zie je dus ook vaak, dat mensen zich binnen hun eigen omgeving heel veilig voelen, maar stappen ze buiten hun eigen wijk dan kan dat opeens omslaan.

    Je noemde net al het voorbeeld Tilburg – Amsterdam .Mensen die in Amsterdam wonen aanvaarden misschien ook een bepaalde onveiligheid of een bepaald risico, maar voelen zich niet daardoor per definitie ook onveilig.”

  • Welke vorm van onveiligheidsbeleving zou als ‘niet problematisch’ kunnen worden beschouwd?
    Dat vind ik altijd een hele belangrijke vraag. Wanneer is onveiligheidsbeleving problematisch? Een voorbeeld, er staat jeugd op straat, mensen voelen zich onveilig en vertonen vermijdingsgedrag. Dus ze hebben een oplossing bedacht, is dat problematisch? De mensen zeggen ‘ het is niet erg om dan een blokje extra om te lopen’. Als gemeente kun je je afvragen, wil ik dat mijn buurtbewoners vermijdingsgedrag vertonen? Vinden wij dat acceptabel? Dus daar kun je dan weer verschil zien van wat bewoners acceptabel vinden of wat een instantie, zoals een gemeente of politie, acceptabel vindt.

  • Hoe kom je er via social media achter hoe veilig burgers zich voelen?
    Je hebt whatsappgroepen, daar zou je natuurlijk, in hoeverre dat wordt teruggekoppeld, kunnen kijken wat er vooral gemeld wordt en waar mensen dan over praten. Wordt er überhaupt wel gemeld? Politie zit ook steeds meer op social media, dus je hebt facebookgroepen op wijkniveau, gemeenteniveau, sentimentenpeilen.

    Op buurtvergaderingen spreek je nooit iedereen en je hebt altijd een beetje dat de dominante mensen komen die al veel doen voor de buurt. En degenen die je juist wilt spreken komen niet.