Verdachte drugshandel-zaak in Sas van Gent krijgt een voorwaardelijke celstraf

Foto: door Pascal Lenstra

MIDDELBURG – De rechtbank heeft Jeffrey de K. veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. In de winter van 2018 trof de politie grote hoeveelheden soft- en harddrugs aan in zijn kringloopwinkel, Malle Pietje in Sas van Gent. Daarnaast is er een mislukte hennepkwekerij gevonden in de kelder. “Hier komt u goed mee weg”, is het oordeel van de politierechter na twee jaar onderzoek.

De politie vond in zijn tweedehandswinkel Malle Pietje in Sas van Gent een halve kilo cocaïne, anderhalve kilo softdrugs, 890-xtc pillen en meer dan 100 joints. Ook zijn er in de kelder 228 wietplanten aangetroffen. De politie heeft naar aanleiding van de aangetroffen drugs drie mannen aangehouden, onder wie de eigenaar van de winkel, Jeffrey de K.

Ongeveer twee jaar na dato staat de hoofdverdachte terecht in de rechtbank van Middelburg. Jeffrey de K. wordt ervan verdacht dat hij tussen juli 2017 en 23 februari 2018 handelde in harddrugs. Ook wordt hij ervan verdacht in die tijd een hennepkwekerij te hebben gehad in de kelder van zijn winkel en dat hij dit niet alleen heeft kunnen doen. De verdachte bekent dat hij in het bezit was van drugs en deze heeft doorverkocht. Ook bekent hij dat hij een hennepkwekerij had, maar het telen mislukte. Hij schud pas zijn hoofd wanneer de officier van justitie zegt dat hij dit nooit alleen heeft gedaan. Hij is het hier overduidelijk niet mee eens.

Als de rechter vraagt naar waarom hij deze feiten pleegde, antwoordt hij duidelijk. “De winkel, Malle Pietje in Sas van Gent, liep slecht. Ik kon de kosten niet meer betalen en kwam terecht in een neerwaartse spiraal.” Het ging alleen maar slechter met zijn winkel en met hemzelf. “Ik hoopte door een hennepkwekerij op te zetten mijn bedrijf overeind te kunnen houden.” Hij zocht op internet hoe het moest en ging aan de slag. Bij de juridische consequenties stond hij niet stil. “Een coffeeshop mag, dan mag ik het toch ook?”.

Niet alleen gedaan?
De rechter gaat er in een vogelvlucht doorheen. Hij begrijpt niet dat de verdachte dit in zijn eentje op poten heeft gezet. Jeffrey de K. maakt duidelijk dat een werknemer hem hielp om spullen binnen te laden die nog waren voor de wietteelt. De medewerker was onwetend volgens de verdachte. “Hij wist niet van de kelder”. De werknemer stelde toen geen vragen aan de verdachte over wat er in de kelder speelde.

De officier van justitie vraagt aan de verdachte of er vaker dezelfde mensen langskwamen om drugs te kopen. Jeffrey de K. weet dat eigenlijk niet. Maar hij antwoord toch met een ja. Vervolgens vraagt de advocaat aan de verdachte wanneer hij is begonnen met de verkoop van harddrugs. Hierop antwoordt hij: “Dat moet in ieder geval later dan de hennepkwekerij zijn geweest.”

De rechter gaat verder in op de persoonlijke omstandigheden van Jeffrey de K. De verdachte zat in zijn jeugdjaren op atletiek. Hij heeft tijdens het sporten een breuk opgelopen. Hij zit daarom regelmatig in een rolstoel. Ook werkt hij tegenwoordig als rijinstructeur en is hij gestopt met zijn winkel. Hij is zoals hij zelf aangeeft ‘tevreden met wie hij is en wat hij heeft’.

In het requisitoir van de OvJ geeft hij aan dat hij niet gelooft dat de verdachte zonder enige hulp 228 hennepplanten kon telen in de kelder van Malle Pietje. Ook is er een bekertje gevonden in de kelder dat DNA-sporen bevat van een ander persoon, van wie het onderzoek nog loopt. De officier houdt bij de strafeis rekening met de deels afgekeurde status van de verdachte. Doordat Jeffrey de K. zelf aangeeft dat hij slecht ter been is, eist hij geen taakstraf. Als de officier deze zin uitspreekt begint de verdachte hevig nee te schudden. Hij is het daar klaarblijkelijk niet mee eens. De officier eist een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

Wanneer de advocaat begint te spreken herhaalt ze het dossier tot ergernis van de rechter. De rechter wil namelijk nieuwe argumenten horen. Ze gaat verder en ze is het niet eens met de officier van justitie wat betreft de niet op te leggen taakstraf. “De verdachte kan wel een paar uur per dag werken. Hij zit niet altijd in een rolstoel”, aldus de advocaat. Verder stelt zij dat de strafbare feiten drie jaar geleden hebben plaatsgevonden en het met de cliënt nu veel beter gaat. Ze eist daarom dat als de rechter tot een veroordeling komt er een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

De rechter vraagt aan Jeffrey de K. of hij nog wat wil zeggen. “Nee”, is het duidelijke antwoord van de verdachte, dus gaat de rechter uitspraak doen. De rechter zit grotendeels op de lijn van de advocaat en de officier van justitie. Hij gaat mee in de redenering van de advocaat dat er pas harddrugs in het spel kwam tussen 19 januari 2018 en 23 februari 2018. De rechter gaat daarnaast mee in de redenering van de OvJ over het feit dat Jeffrey de K. die hennepkwekerij niet in z’n eentje heeft opgebouwd. Hij stelt dat er DNA van een ander persoon is gevonden. Ook heeft de verdachte weldegelijk een gesprek gehad met zijn medewerker over de hennepkwekerij.

De politierechter komt na de genoemde feiten bij de uiteindelijke straf. Hij houdt rekening met zijn fysieke gesteldheid en zal daarom geen taakstraf opleggen. De rechter komt met een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden. “In Nederland wordt er zwaar gewogen aan drugs, zeker in deze hoeveelheden, in het criminele circuit. Sinds 2018 heeft u echter geen nieuwe strafbare feiten gepleegd. U komt hier dus goed mee weg.”, is het slotwoord van de politierechter en daarmee is de zaak afgedaan.