‘Ik zie nu dat mijn vak niet alleen bestaat uit “moeilijkheden en problemen”’

 

12-01-2020 | Isis Bakkers

Chantal van den Bergh (59) is psychiater en helpt mensen met het oplossen van hun problemen. Soms hoort ze van haar patiënten heftige verhalen over wat ze in hun leven hebben meegemaakt. Aan het begin van haar loopbaan, vond Van den Bergh het een hele uitdaging om met deze verhalen om te gaan. Nu ze meer ervaring heeft en zich persoonlijk nog verder heeft ontwikkeld, valt het haar niet meer zwaar.

Suïcides en agressie
“Suïcides zijn traumatiserend. Ik kan stress krijgen door de verantwoordelijkheid die ik heb als iemand suïcidaal is of wegloopt en heb dan het gevoel dat ik er niets tegen kan doen. Ondanks dat ik weet dat het niet mijn schuld is, twijfel ik dan wel of ik goed heb gehandeld.
Toen ik in opleiding was, had ik te maken met een patiënt die ‘echt dood’ wilde. Van mijn begeleider mocht ik hier niet over praten en alleen de behandelmogelijkheden waren bespreekbaar. Deze patiënt heeft zich uiteindelijk toch verhangen en dagen later is hij pas gevonden. Suïcides zijn heel erg en het went nooit. Ondanks dat ik wist dat hij dood wilde, ben ik blij dat ik hem in onze gesprekken heb kunnen overtuigen om een afscheidsbrief aan zijn dochter te schrijven.”

 

“Ondanks dat ik weet dat het

niet mijn schuld is, twijfel ik dan wel

of ik goed heb gehandeld.”

 

“Agressie vind ik naar. Sommige patiënten kunnen onverwachts uit de hoek komen en dan kan ik me bedreigd voelen. Ik heb weleens een dreun gehad, maar dat maken veel mensen mee die in de psychiatrie werken. Vroeger kwam ik meer in aanraking met mensen met agressie; ik werkte onder andere bij de crisisdienst en op een gesloten afdeling. Daar komt agressie meer voor. Bij het bezoeken van patiënten in de isoleercel moest ik stevig in mijn schoenen staan. Om escalaties te voorkomen, moest ik goed kunnen aanvoelen en inschatten wanneer iemand agressief werd, zodat ik op het juiste moment weg kon gaan. Na een bezoek stond ik te trillen op mijn benen en ik moest er dan even van bijkomen. In die tijd was ik kwetsbaarder en stopte ik het weg. Tegenwoordig ben ik sterker en kan ik situaties heel goed aanvoelen. Onacceptabel gedrag wordt nu niet meer geaccepteerd als uitsluitend symptoom van een ziekte. Als iemand dit soort gedrag vertoont, geef ik mijn grenzen aan.”

 Ellende hoort bij het leven
“Een aantal jaar geleden had ik een afdeling onder me met zware problematiek. Dagelijks hoorde ik heftige verhalen en psychotische belevingen van mensen die ik moest uitwerken. Ellende hoort bij het leven, maar omdat ik zelf veel dingen in mijn leven heb meegemaakt, was zó veel ellende zwaar voor mij. De problemen van mijn patiënten resoneerden soms met mijn eigen problematiek. Ik nam te veel hooi op mijn vork, heb me te veel laten meevoeren en ik werkte te hard. Ik ben over mijn eigen grenzen gegaan en belandde in een burn-out.

In mijn vak kun je door heftige verhalen van anderen belast worden. Dit heet secundaire traumatisering. Hier heb ik ook even last van gehad. Als psychiater moet je zelf ook in therapie gaan en je moet je eigen verleden verwerkt hebben om dit geen rol te laten spelen in de behandelingen van de patiënten.”

 

“Ik ben over mijn eigen grenzen gegaan en

belandde in een burn-out.”

 

“Als ik een heftig verhaal heb gehoord of iets heftigs heb meegemaakt binnen mijn werk, dan praat ik er met een vriendin over of ga ik het bos in. Verder sport ik veel. Ook heb ik een intervisiegroepje waarin ik de dingen waar ik tegenaan loop kan delen met anderen en erover kan praten. Na een suïcide is er altijd een briefing. Ik kom dan met mijn collega’s bij elkaar en we gaan in overleg. In teams hebben we zorg en aandacht voor elkaar en dat is heel steunend. Ik zorg nu goed voor mezelf, bewaak mijn grenzen en ik kan afstand nemen.”

 Therapieën
“Ik ben een tijdje ziek geweest en het heeft lang geduurd voordat ik weer beter was. Zeker na deze periode heb ik een paar keer gedacht dat ik nooit meer psychiater wilde zijn. Ik had geen zin in problemen, maar ik had geen concrete alternatieven. Wat ik wél wist, is dat ik leuke en creatieve dingen wilde doen. Ik wilde veranderen en ontwikkelen in mijn vak.”

“In de geneeskunde wordt er gericht gevraagd naar de klachten en symptomen van een patiënt. De combinatie hiervan vormt een ziektebeeld. Er wordt een diagnose gesteld en een behandeling volgens de richtlijnen volgt. Ik maak op een andere manier contact. In het begin laat ik het uitvragen van de symptomen los en laat ik mensen uitgebreid hun verhaal doen. Zo kan ik zien wat er wezenlijk aan de hand is. Later stel ik gerichte vragen om een diagnose te kunnen stellen. In de behandeling maak ik patiënten bewust, ondersteun ik ze en ik geef ze eigen verantwoordelijkheid. Soms vertel ik wat over mezelf als dit in een behandeling van toevoegde waarde is. Verder spreek ik mijn patiënten aan op hun gezonde kanten en op hun mogelijkheden.”

“In mijn praktijk heb ik een eigen stijl van werken. Ik vind het belangrijk om de klachten in een breed perspectief te plaatsen. Ik kijk naar de krachten en talenten van mijn patiënten, maar ook naar zijn of haar levensloop. Omdat thema’s en problemen vaak van generatie op generatie worden ‘doorgegeven’, betrek ik de familiegeschiedenis hier ook bij.
Het gaat bij mij ook om balans. Denk hierbij aan voelen en denken, lichaam en geest en inspannen en ontspannen. Ik stimuleer patiënten om hun gezonde en creatieve delen in zichzelf te benutten en mild naar zichzelf te zijn. Dit maakt mijn werk inspirerend. Door de omgang met mijn patiënten blijf ik zelf ook leren en ontwikkelen.”

“Momenteel heb ik zo’n vijf patiënten op een dag. De sessies duren drie kwartier en af en toe moet ik er even van bijkomen. Ik neem tussen twee sessies door een kwartier pauze, waarin ik een kopje thee drink of even kan bellen. Doordat ik mijn agenda goed beheer en deze pauzes neem, laat ik me niet opjagen. De aantekeningen die ik maak zet ik op een andere dag in het elektrisch dossier, omdat het voor mij anders te veel wordt.”

“Nu zit ik goed in mijn vel en zie ik dat mijn vak niet alleen bestaat uit ‘moeilijkheden en problemen’. Het mooiste aan mijn vak vind ik dat ik samen met een patiënt een persoonlijke tocht loop. Het hoort bij het leven om obstakels tegen te komen en ik ben er om mijn patiënten te leren hoe zij hier het beste mee om kunnen gaan. Het geeft voldoening als ik mensen kan helpen om hun problemen te verwerken en het een plekje te geven, waardoor ze weer verder kunnen. Als ik onder tijdsdruk kom, dan krijg ik stress en ben ik moe, maar meestal geeft mijn vak energie. Mijn patiënten en ik kunnen samen lachen en het effect van de therapie is echt ‘kicken’.”

*Wegens privéomstandigheden is de naam van de psychiater gefingeerd.*