‘Als zorgcoördinator moet je wel feeling voor je vak hebben’

Studenten ervaren steeds vaker prestatiedruk. Zorgteams krijgen het steeds drukker met studenten die aanhikken tegen dit probleem. Ik sprak hierover Isolde Scheijvens, zorgcoördinator op het Summa College in Eindhoven.

Faye van Os 13 januari 2020 – de Volkskrant

In het nieuws komt regelmatig naar voren dat studenten last hebben van prestatiedruk, wat krijg jij hier van mee?
‘Ik ken natuurlijk niet alle studenten maar het feit dat er een zorgteam is zegt al dat de ondersteuning echt nodig is. Elke school heeft een zorgcoördinator en een zorgteam: een schoolmaatschappelijk werker, iemand van GGZ, zorgcoaches en een leerplichtambtenaar.
Meestal ervaar ik signalen zoals een student die verzuimt, of een loopbaanbegeleider die bij ons meldt dat een student niet goed mee kan. Dan gaat de loopbaanbegeleider in gesprek met de student. Als blijkt dat die student prestatiedruk ervaart, verwijs ik de student door naar de zorgcoach. Hebben die studenten dan nog extra zorg nodig, dan kom ik ook bij het gesprek. We gaan dan samen met ons zorgteam bekijken welke oplossing we de student kunnen bieden.

 


Beeld: Isolde Scheijvens

Ik merk ook dat studenten heel veel willen en ook moeten. Veel studenten maken bijvoorbeeld mee dat ze naast hun studie ook nog een zorgtaak hebben thuis. Dat kan gaan om een zieke ouder of dat een van de ouders niet meer in beeld is. Een student wil ook een sociaal leven hebben. Velen studenten hebben ook een bijbaan. Ze hebben dat soms nodig om rond te komen, als hier vervolgens ook nog school bij komt kijken, dan wordt het allemaal iets teveel en dat is ook een vorm van prestatiedruk.’

Ik merk dat studenten vaak stress hebben van hun studieschuld. Herkennen jullie dat?
‘Ja wij hebben nu een case lopen met een student die er al 8 jaar over haar studie doet. Ze heeft al een paar keer gewisseld van studie en heeft ondertussen ook een pauze gehad. Dan gaan we samen met het zorgteam kijken hoe we dit voor haar kunnen oplossen, zodat ze geen studieschuld heeft. Maar het feit dat deze studente zich toch zorgen maakt over hoe ze zo snel mogelijk haar diploma kan halen, is ook een vorm van prestatiedruk.’

Wat voor oplossingen biedt jij deze studenten dan?
‘We gaan eerst kijken of de student ook echt hulp wil. Als ze geen hulp willen, kunnen we van alles aanbieden maar als daar vervolgens niks mee wordt gedaan heeft onze hulp ook geen zin. Dan zullen ze het toch op eigen kracht moeten doen, met de basishulp die wij sowieso wel bieden. Maar als een student aangeeft dat hij wel onze hulp wil. Dat kan bijvoorbeeld om financiën gaan, kan de schoolmaatschappelijk werker helpen. Wat mijn rol dan is, is zoeken waar het probleem ligt en waar wil je de hulp op gericht hebben. Dan ga ik contact leggen met de schoolmaatschappelijk werker. Ik doe dan de aanmelding, en dan gaat de schoolmaatschappelijk werker die persoon uitnodigen en volgen er gesprekken met de student. Dat hoeft niet altijd teruggekoppeld te worden naar school, tenzij het zinvol is en het ten goede komt van de student. Soms zijn er dan tips voor ons hoe wij beter met het onderwijs om moeten gaan, bijvoorbeeld door een maatwerkrooster. Hier bij laboratoriumtechniek duren lessen meestal tot half 5. Als iemand heel vermoeid is of heel veel zorgtaken heeft, dan kunnen wij met de student in overleg besluiten dat ze bijvoorbeeld lessen gaan skippen.’

Maar kan ik jou dan vergelijken met een studentenpsycholoog of zit ik er dan flink naast?
‘Nee dat is het niet. Er zit binnen ons zorgteam wel een psychiatrisch verpleegkundige vanuit de GGZ. Die kan gesprekken hebben met de student en dan vervolgens weer door verwijzen. Maar mijn rol is echt het coördineren. Ik ben de spil tussen alle mensen in dat zorgteam, ook de externe zorg bijvoorbeeld de leerplichtambtenaar.

Voor het beroep zorgcoördinator moet je wel feeling hebben. Je moet gevoel hebben voor wat er speelt bij een student. Sommigen docenten vinden het moeilijk om door te vragen, bang voor wat er los komt bij een student. Het zorgteam en ik als zorgcoördinator zijn er dan om te helpen. Soms sluit ik aan bij een gesprek, als bijvoorbeeld een zorgcoach niet meer weet wat te doen.’

Heb je ook weleens te maken met studenten die met heftige verhalen bij je komen?
‘Ja, maar wat voor de één heftig is kan voor de ander niet heftig zijn. We maken weleens mee dat een zusje van een student komt te overlijden, of suïcide. Dat de student zich van het leven beroofd of een poging heeft gedaan. Dan ga je zoeken naar oplossingen. Als de wil er is, en de opleiding past bij iemand, dan gaan we kijken naar een aangepast traject of je wordt een tijdje ziek gemeld om toch wel die binding met klasgenoten te houden. Je ziet heel vaak dat studenten het dan heel fijn vinden om school los te laten, die schrijven we dan uit en zodra ze weer er klaar voor zijn komen ze soms nog weleens terug.’

Heb je er soms last van, dat je problemen van studenten mee naar huis neemt?
‘Ja, dat heb ik regelmatig. Wel in die zin dat ik er naar mijn idee professioneel mee om ga. Ik doe het werk heel graag, maar het is soms ook verdrietig. Tijdens de kerstvakantie heb ik dan wel even tijd om tot rust te komen, dan staat de school stil. Dan lijkt het alsof er voor twee weken geen problemen zijn.

Wij helpen als zorgteam ook bij zaken zoals organiseren of plannen. Dan kijken wij wat we kunnen aanbieden en zoeken zorgcoach en student samen naar een geschikte oplossing. En dan zien wij ook dat door onze hulp een student weer goed naar school gaat.

Veel 1e jaar studenten vinden het vaak een grote stap om van middelbaar onderwijs naar Mbo te gaan. Daarom volgen we vooral de eerstejaars en als we dan vervolgens merken dat er iets niet goed gaat dan signaleert de loopbaanbegeleider dat. Als het dan nodig is om extra hulp te bieden, dan gaat dat weer via het zorgteam. De loopbaanbegeleider is het eerste aanspreekpunt, alles wordt besproken met de student en soms worden ook ouders gecontacteerd. Daarin is er wel een verschil tussen Hbo en Mbo want wij houden nog best veel contact met ouders.

Het komt ook weleens voor dat ouders mij bellen. Maar ouders kunnen mij dingen vragen maar ik mag die informatie niet verschaffen i.v.m. privacy. Zeker als ze minderjarig zijn en we maken iets mee op school waar de ouders over geïnformeerd moeten worden laten we dit de studenten ook weten.’