Hoe je stap voor stap gelukkiger wordt – Interview met Adriaan

Geluk is niet vanzelfsprekend. Adriaan (26) legt uit hoe hij gelukkig heeft gevonden toen zijn leven niet veel voorstelde.

Je kan hem al van veraf spotten met zijn een meter tweeënnegentig. Adriaan de Wolf is helemaal in het zwart gekleed. Hij past niet echt in het vrolijke koffiezaakje waar we hebben afgesproken. Als hij dichterbij komt zie je dat de zesentwintigjarige echt zo’n typische babyface heeft.

Hij glimlacht en steekt zijn hand naar mij uit. We bestellen allebei een kop thee en praten over van alles en nog wat voordat we echt beginnen.

Dit interview gaat over het vinden van geluk, het worstelen met depressie en het accepteren van jezelf. Dit alles heeft met elkaar te maken volgens Adriaan. Maar om zijn verhaal echt te kunnen snappen beginnen we bij het begin:

Allereerst vraag ik naar zijn jeugd. Dat ligt gevoelig. “Ik ben veel gepest als kind. En nee, niet alleen vanwege mijn naam. Eigenlijk was ik gewoon veel te lief. En dat soort types worden nou eenmaal gepest. Ik heb er nu wel vrede mee, maar ik denk er niet graag aan terug.” Hij gooit twee suikerklontjes in zijn thee. “Het was niet mijn fout, en misschien niet eens die van de pestende klasgenoten. De schuld ligt bij onze maatschappij. Zo werken mijn gedachten nou eenmaal. Daarom kan ik nooit echt boos worden op een individu. Ik probeer juist de wereld een beetje te veranderen door een iemand per keer te beïnvloeden.” Dat klinkt nog best vaag. Ik besluit door te vragen naar zijn tienerjaren en later op deze uitspraak terug te komen.

“Ben je gelukkiger geweest als tiener?”

Adriaan lacht, maar er zit geen humor in. “Nee.”

Ik kijk hem vragend aan.

“Ik kwam erachter dat het niet normaal is om zo ongelukkig te zijn. Ik dacht dat iedereen dat voelde. Dit bleek achteraf een naam te hebben: depressie.” Hij friemelt aan zijn bruine krullen. “Toen ik een jaar of twintig was ging ik professionele hulp zoeken. Ik vond het nooit echt nodig want ik ben niet verslavingsgevoelig. Ik rookte niet, deed amper drugs en dronk ook gewoon net zoveel als de gemiddelde student.” grinnikt hij. “Maar na een tijdje sloot ik mezelf wel alleen op in mijn studentenkamer en praatte met bijna niemand. Dat moest veranderen. Ik wilde gelukkig worden.” 

We worden uit het verhaal getrokken door de serveerster. Ze vraagt of we wat willen eten. Adriaan bestelt een bosbessen muffin. “Goed, waar waren we gebleven?”

“Ik ging op zoek naar antwoorden. En niet op een coole manier. Ik ging geen bergbeklimmen, reizen of god ontmoeten. Ik heb om drie uur ’s nachts het internet doorgespit.” Hij haalt onverschillig zijn schouders op en trekt een gek gezicht. “De eerste stap om gelukkig te worden is: ‘Live your truth’. Mijn eerste gedacht was dan ook: ‘Wat de fuck betekent dat nou weer?’” 

Het klinkt inderdaad een beetje als een motivatie poster van de lokale yogaclub. 

“Dit is het probleem,” begint hij, “je groeit op in een samenleving waar van alles van je verwacht wordt. Trouw met een vrouw, heb een paar kinderen en verhuis op je zeventigste naar Zuid-Frankrijk. Dromen en hobby’s zijn geen prioriteit. Ik ging rechten studeren omdat het ‘officieel’ klinkt. Of ik gelukkig was deed er niet toe.” Adriaan verheft zijn stem en kijkt mij indringend aan. “Als je dat blijft volhouden, dan word je nooit gelukkig. You gotta live your truth.”

Achter ons kijkt een ouder stel zijn kant op. Adriaan bloost en lacht vriendelijk naar hen. Als hij weer naar mij kijkt vraag ik: “Wil je dan niet met een leuke vrouw trouwen?”

“Misschien wel, maar ik ben niet van plan om te trouwen. En als het dan toch zo ver gaat komen, is het waarschijnlijk met een man.” Hij neemt een grote slok thee. “Vandaar die regenboog button op je rugzak?” Adriaan knikt. “Die heb ik van mijn broertje gekregen.”

“Je ziet overal regenbogen,” merk ik op, “Vorige week reedt er een vuilniswagen rond met regenbogen er op.” Adriaan schiet in de lach. “Dat ben ik! Dat is nou echt een goede representatie van mij.”

“Het is nu helemaal in. Iedereen houd opeens van regenbogen”, zeg ik. Adriaan onderbreekt mij: “Ik niet, ik bedoel, heb je mijn outfit gezien?” Hij wijst naar zijn zwarte kleding. “Ik waardeer dat het zoveel voorbij komt, maar het is gewoon niet voor mij.”

“Eerder zei je dat je de wereld per individu wil veranderen, wat bedoel je daar precies mee?” Vraag ik. Adriaan strekt zich uit en draait aan zijn ring. “Na veel therapiesessies heb ik geleerd dat als je zelf een blije uitstraling hebt, je vanzelf andere mensen die open staan voor geluk aansteekt. Daarom moet je jezelf omringen met mensen die jou goed doen. Het is niet mijn taak om negatieve mensen te veranderen, want dat begint bij jezelf. En dat weet ik als geen ander.”

De serveerster komt aan met de muffin. Adriaan bedankt haar netjes. “Maar Adriaan,” start ik, “wat is jouw ’truth’ dan?” Hij kauwt langzaam en denkt eventjes na. “Ik ben gewoon mijzelf. Ik omring mijzelf met andere authentieke mensen die mij blij maken. Want de drie dingen waar ik gelukkig van word zijn lachen, eten en seks. Dus dingen die in en uit mijn mond komen.” Ik verslik mij bijna in mijn lauwe thee. Adriaan moet lachen. “Maar even serieus; om echt blij te worden heb ik mijzelf moeten accepteren. Ja, ik blijf altijd last hebben van depressie. Dat is iets dat blijft terugkomen. Ik ben gestopt met mijn opleiding en ik ben niet helemaal hetero en dat is oké. Ik word elke dag weer een beetje gelukkiger.”