Veteranenstichting helpt bij het verwerken van oorlogstrauma’s: ‘We geven een duwtje in de rug’

Stichting Veteranen Hart van Brabant helpt oudgedienden bij het verwerken van oorlogstrauma’s. Pim van der Velden zette de organisatie zes jaar geleden op en binnenkort hoopt hij met de stichting een eigen pand aan de Matterhornstraat in Tilburg te betrekken, om nog meer activiteiten te organiseren. Van der Velden vertelt hoe de veteranenstichting van grote waarde kan zijn voor levenslust na oorlog.

Hoe krijg je je leven weer op de rails als je jarenlang gevochten hebt in een oorlogsgebied? In contact komen met andere veteranen helpt enorm, vindt Pim van der Velden. Hij weet er alles van: Van der Velden is zelf uitgezonden geweest naar Bosnië. Om samen met andere veteranen de gebeurtenissen in oorlogsgebied te verwerken, begon hij met Veteranen Hart van Brabant. ‘’We zijn deze stichting niet gestart vanuit een negatieve gedachte. We zijn goed in het organiseren van leuke dingen, maar de zorg loopt altijd op de achtergrond mee.’ 

Wat is het doel van deze stichting?
‘’Ons doel is om veteranen en hun omgeving met elkaar in contact te brengen. Dat klinkt heel simpel, maar het wordt lastig als je veteranen treft die krassen of deuken hebben opgelopen. Gelukkig valt dat bij het overgrote deel van de veteranen mee, maar praten over wat je hebt meegemaakt is altijd goed.’’

Pim van der Velden

In Midden-Brabant zijn ongeveer 2500 veteranen. Merken jullie ook dat de belangstelling voor jullie organisatie groot is?
‘’Ja. Het wisselt wel per activiteit, want we organiseren ook dingen voor mensen die een specifieke missie hebben gedaan. Maar over het algemeen is er een goede harde kern die we regelmatig zien.’’

Wat voor activiteiten organiseren jullie bijvoorbeeld?
‘’We hebben dus af en toe thema-avonden. Die willen we wel meer gaan houden, maar omdat we in ons nieuwe pand nog bezig zijn, moeten we nu steeds zaaltjes afhuren. Als ons onderkomen af is, willen we wel meer van dat soort avonden gaan houden. Verder houden we eens per maand een borrel, waar veteranen elkaar kunnen ontmoeten.’’

Op welke manier kunnen veteranen elkaar helpen op zo’n avond?
‘’Veteranen nemen elkaar soms mee op pad. Ze trekken elkaar achter de geraniums vandaan. Soms heeft een oudgediende het wat zwaarder, qua herinneringen. Anderen nemen zo iemand dan op sleeptouw.’’

‘We geven veteranen een duwtje in de rug, een luisterend oor en een kop koffie’

En hoe is het over het algemeen met hulp voor veteranen gesteld?
‘’Steeds beter eigenlijk.’’

Het was ooit minder?
‘’Ja. In het geval van die Indië-veteraan (Charles, uit het eerste deel – red.) bijvoorbeeld: die kwam terug uit Indonesië in Amsterdam, kreeg z’n punten en hij kon naar huis. Dat was de nazorg. Tegenwoordig, als iemand uit een missie terugkomt – uit Mali bijvoorbeeld – gaat de veteraan eerst naar Kreta om daar met de missiegenoten tot rust te komen. Pas daarna keer je terug naar Nederland. En in Nederland word je ook nog gevolgd door geneeskundigen. Een groot verschil met vroeger. Zijn we er dan al? Nee. Er kunnen altijd dingen verbeteren.’’

Stichtingen als die van jullie kunnen bijdragen aan die verbetering?
‘’Nou, in lokaal opzicht kunnen we zeker wel ondersteunen. Wat we kunnen bieden is een duwtje in de rug, een luisterend oor en een kop koffie. Maar we zijn nog steeds geen hulpverleners. Als er meer hulp nodig is, moeten we dat overlaten aan professionals.’’

Tot slot: welke ambities hebben jullie als stichting nog?
‘’Ambities moet je altijd hebben. De eerste prioriteit is ons pand: dat willen we wel snel afhebben. We organiseren ieder jaar de regionale Veteranendag en we werken samen met de gemeente met alles wat te maken heeft met veteranen. Maar er gaat zeker nog meer gebeuren. Er liggen nog wat dingen in de ijskast.’’

Wat voor dingen bijvoorbeeld?
‘’Samenwerkingen met andere stichtingen. Veel andere veteranenorganisaties zijn relatief klein, die kunnen niet zomaar een pand aanschaffen. Wij hebben gelukkig subsidie gekregen van de gemeente Tilburg, waardoor we nu een eigen honk hebben. We willen andere organisaties voor veteranen de gelegenheid bieden om van ons pand gebruik te maken. Zo creëer je meer draagvlak.’’

 

Dit was het laatste deel van een drieluik artikelen over levenslust na oorlog.