“Mijn ziekste jaren waren ook de meest blije”

Anouk Apeldoorn

Anouk Apeldoorn (50) was jobcoach en theatermaker en is nu bijlesdocente. In 2004 werd schildklierkanker geconstateerd die sindsdien chronisch is gebleken. “Ik wil echt nog lang niet dood, in die zin ben ik echt levenslustig. Maar aan de andere kant zou het best kunnen.”

Kwaad is bij mij ook levenslust

“Als jongere ben ik heel depressief geweest, het is niet zo dat ik altijd blij van mezelf was. Ik ben niet levenslustig grootgebracht, best wel deprimerend. Ik moest werken zodat later het leven leuk zou worden. De levenslust zou ooit de prijs worden. Als ik eindelijk een goed mens was geworden zou dat het cadeau zijn aan het eind van de rit. Maar toen ik door kanker maar een prognose van vier jaar had dacht ik: verdomme, ik ga in die vier jaar nooit zoveel plezier krijgen als waar ik nu al dertig jaar hard voor werk. Ik vond dat ik alle jus uit het leven moest halen en dat ik pas dood ging als ik het zelf bepaalde. Wat natuurlijk niet waar is, maar ik was van mening dat ik nog lang niet genoeg genoten had. Als dit mijn leven is moet het echt een stukje leuker. Het voelde als een switch en ik werd er heel kwaad van. Kwaad is bij mij ook levenslust. Ik heb nog nooit zo’n levenskracht ervaren als toen ik hoorde dat ik ziek was, dat gevoel kan ik nog steeds iedere dag oproepen. Levenslust en kracht zijn een soort natuurlijke drugs.”

 

“Je moet ook altijd vertrouwen hebben in de mensen om je heen”

Clichés

“Mijn ziekste jaren zijn ook mijn meest blije jaren geworden. Ik dacht, als het leven nu zo slecht is, moet er wel een goede periode aankomen. Een soort vertrouwen hebben. Je moet ook altijd vertrouwen hebben in de mensen om je heen. Ik dacht toen ik ziek werd dat ik al mijn vrienden kwijt zou raken, wat niet zo bleek. Je raakt er altijd een paar kwijt, daar niet van. Maar hoe ziek en beroerd ik ook ben, er blijven altijd mensen die nog wel iets leuk aan me vinden. Dan merk ik pas wat er echt toe doet. Dat je het samen goed hebt, dat je samen relaxed bent, dat je samen een knus moment hebt. Al heb ik één knus moment, dan is mijn dag al te verdragen. En toch ook humor, al ben ik nog zo ziek, humor helpt mij altijd. Mijn levenslust en plezier verandert er enorm van. Dat heb ik toen gemerkt, het zit hem echt niet in succesvol zijn of interessant of mooi zijn. Dat lijkt allemaal wel belangrijk in het leven, maar ik denk dat dat allemaal niets met levenslust te maken heeft. Het is niet voor niets een cliché, in één klap is alles gerelativeerd. Bij alles denk je, jee was dat nou zo belangrijk?

 

“Ik kan heel goed weinig uitvreten en toch gelukkig zijn”

 

Gelukkig gaan mensen via mij daar ook wel anders over denken, worden ze ook minder ijdel en minder oppervlakkig. Het druk maken om uiterlijkheden, status en ego maakt het leven niet lustiger. Sterker nog, ik denk dat het best veel mensen ook nog veel eenzamer maakt. Ik kan heel goed weinig uitvreten en toch gelukkig zijn. Ik denk ook niet dat levenslust in de massa zit. Ik denk dat als veel mensen bij elkaar zijn, ze zich veel kunstmatiger gaan gedragen.”

Andere visie

“Vroeger moest alles veel blitser, dan moest je iets hips te vertellen hebben. Terwijl nu denk ik, als je op je gemak bent met iemand, is dat eigenlijk best uniek. Heel weinig mensen zijn met elkaar op hun gemak. Het is goud waard om je kalm bij iemand te voelen.

 

                         “Als het niet je laatste dag is, is de dag erna echt een kater”

 

Het is absoluut waar dat ik anders in het leven sta doordat ik die stomme kanker gekregen heb en dat ik niets meer zomaar voor lief aanneem. Dat maakt dat de leuke dingen extra leuk zijn. Aan de andere kant zeg ik altijd, alles wat ik in mijn leven nog doen wil, moet in de komende vijf jaar gebeuren. Of het nou vijf jaar is of niet. Mijn levenslust zit niet in het motto ‘leef iedere dag alsof het je laatste is’, want dan zou ik elke dag dronken zijn. Dat is heel oppervlakkig. Als het niet je laatste dag is, is de dag erna echt een kater hoor.

Ik heb dat wel gehad in het begin. Toen ik net van die kanker hoorde ging ik vaak feesten, was ik vreselijk dronken en dan was ik gewoon een hele dag kwijt. Die kater van de ene up-dag was het gewoon niet waard. Je merkt dat in verhouding de dip altijd groter is dan de up. Dat was hem niet.”

Meegenieten

“Maar ik leef ook niet als het eeuwige leven. Ik wilde nog naar Amerika en China reizen en nog een keer ergens in het buitenland wonen. Al die dingen kan ik nou wel vergeten. We zitten hier in een land met de beste medische wetenschap, dus oké, vette pech. Toch heeft me dat niet minder levenslustiger gemaakt moet ik zeggen.

 

“Zoals ik vroeger met een rugzak op reis ging en treinen, dat gaat nu niet meer lukken”

 

Ik zou het wel graag meegemaakt hebben. Zoals ik vroeger dan met een rugzak op reis ging en treinen, maar dat gaat nu niet meer lukken. Naar China gaan was het eerste dat niet door ging, maar toen gingen vrienden van mij naar China in de tijd dat ik best ziek was. Die stuurden me iedere dag bakken met foto’s en filmpjes en ik heb genoeg fantasie om dan zelf net te doen alsof ik er geweest ben. Dat werkte super positief. Dat maakt me denk ik ook wel levenslustig. Ik vraag aan de mensen om mij heen altijd dat wanneer ze op vakantie gaan of iets leuks doen, ze mij even meenemen. Al zijn het maar een paar foto’s. Dan speel ik dat ik ook op Lowlands sta. Terwijl in het echt ik er niet eens aan moet denken, dat is veel te heftig allemaal. Ik kan in ieder geval ontzettend goed meegenieten met andermans plezier. Dat is echt gekomen doordat ik weet dat ik niet meer alles zelf kan gaan doen.

Ik hoop nog wel een keer een reis door Europa te maken, dat zou moeten kunnen. Vroeger moest ik voor een congres even naar een hotelletje, maar nu kan ik echt genieten van de luxe in een hotel. Als je zoveel op een ziekenhuis bed gelegen hebt is een hotelkamer heel leuk. Dat is denk ik ook mijn levenslust, dat ik een soort kinderlijk plezier heb gekregen in allemaal dingen die ik daarvoor gewoon bij mijn werk vond horen. De jus en de lol van de dingen zat er minder in toen ik altijd maar aan het werk was en ik haastig leefde.”