Een gezin met achttien kinderen: Hoe is dat?

Leven met 12 zussen en 5 broers. Wat een ellende, zou je denken, maar volgens An Oerlemans is dit juist heel erg leuk. Ze vertelt ons over haar jeugd en haar familie.

Zou u in het kort iets over uzelf kunnen vertellen?

“Ja tuurlijk! Ik ben An Oerlemans en ik ben 77 jaar oud. Samen met mijn partner Wim Oerlemans, die 78 jaar oud is, woon ik al bijna 40 jaar in Udenhout. Samen hebben we een zoon en een dochter gekregen.”

Hoe was het vroeger om te leven in een familie met 17 broers en zussen?

“Met twintig man woonden we in Berkel-Enschot, een dorpje in de buurt van Udenhout. Ik heb 5 broers en 12 zussen. Met de familie hadden we een groot stuk land waarop we allerlei verschillende gewassen teelden. Ook hadden we veel paarden, koeien, geiten, kippen en schapen. We hadden niet veel geld, maar waren wel allemaal heel gelukkig. Ik ben het vierde kind die mijn ouders kregen. Samen met mijn oudere broer en twee oudere zussen verzorgden wij de rest van de kinderen. Iedere ochtend voordat we met zijn allen naar school liepen, moest iedereen een emmer aardappels geschild hebben, anders was er ’s avonds geen eten. De jongens sliepen boven op de hooizolder. De meisjes sliepen beneden in stapelbedden van drie bedden hoog. In de winter of tijdens slecht weer kwamen mijn broers bij ons slapen, omdat het anders te koud was. Ik weet nog wel dat ik op een avond toen het stormde met vijf mensen in één bed sliep. Zo had iedereen het lekker warm en voelden we ons veilig.”

Was er altijd genoeg eten voor iedereen?

“We mochten niet klagen. Ik ben in ieder geval nog nooit iets tekort gekomen vroeger. Mijn moeder, Wies van de Wouw, kende veel mensen in ons dorp. Zo had ze afspraken met de bakker en de slager in ons dorp. We kregen altijd de restjes vlees voor de helft van de prijs. Ook gingen er in één week tachtig broden op. Dit waren dat broden die net over datum waren, en niet meer verkocht konden worden. Zelf hadden we ook veel gewassen en dieren op onze grond, die we ook gebruikten voor het eten. Ik weet nog wel dat ik voor mijn 8ste verjaardag een varken mocht slachten. Er was gewoon een regel voor iedereen: als je niet werkt, heb je geen eten. Daarom werkte iedereen voor zijn/haar eten.”

Hoe zag een week in uw leven eruit vroeger?

“Ik ging, samen met mijn broers en zussen, vijf dagen in de week naar school. We moesten ’s ochtends om 07:00 uur aanlopen, wilden we op tijd op school zijn. De school was namelijk 45 minuten lopen, en de les begon om 08:00 uur. Voordat we aanliepen moest ik altijd helpen om mijn jongere broertjes en zusjes aan te kleden, sommige waren hier nog te klein voor. Ik heb de basisschool afgemaakt en daarna ging ik drie dagen in de week naar de huishoud school. Als ik uit was op de basisschool moest ik meteen naar huis om te gaan werken op het land, of mijn moeder te helpen met het huishouden. Op zaterdag gingen we wel eens met een paar zussen uit, maar dit stelde niet heel veel voor. In het dorp was een café waar we dan om 18:00 uur heen gingen, en om 22:00 uur weer thuis waren. Dit was vroeger normaal, maar tegenwoordig is de jeugd om 22:00 uur nog nergens te bekennen. Op zondag ochtend ging heel de familie naar de kerk. Ik had hier altijd een hekel aan. Iedereen moest dan nette kleren aan en een paar uur lang stil zitten in de kerk. Verschrikkelijk! Toch ging ik iedere week mee.”

Had u ook veel vrienden?

“Ik had een aantal vriendinnen ja, maar ik was vooral samen met mijn zussen. Omdat we met zoveel waren zag ik mijn familie meer als een grote vriendengroep. Je kon en kan altijd wel bij iedereen terecht, dat vind ik altijd heel fijn. Er zit ook 20 jaar verschil tussen het eerste en het laatste kind.”

Vindt u dat juist leuk of niet?

“Vroeger niet altijd, maar nu wel. Omdat ik een van de oudsten was moest ik altijd voor mijn jongere broertjes en zusjes zorgen, dit was soms wel vervelend.”

 Leeft iedereen nog in uw familie?

“Nee, helaas niet. Ik ben de 4e in het gezin, maar toch heb ik al een aantal broers en zussen moeten verliezen. Toch kijk ik met een positieve blik op mijn familie. Iedereen heeft een goed leven gehad en het is heel fijn om te weten dat je altijd bij je familie terecht kan. We spreken elkaar ook iedere zondag nog tijdens het koffie drinken in ons oude huis. Daar woont nu mijn oudste broer. Oude herinneringen komen dan terug en dat is heel erg fijn.”

Is uw visie op het leven anders dan anderen, door zo’n grote familie?

“Ik weet wel dat ik anders heb moeten leven dan anderen kinderen vroeger, maar aan de andere kant, ik ben ook niets anders gewend. Ik denk wel dat het goed is als mensen er achter kwamen hoe wij vroeger leefden.”