Charles putte hoop uit zeven jaar oorlog: ‘Het heeft me veel gebracht’

Als iemand weet hoe je om moet gaan met oorlogservaringen, is het Charles Daponte wel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij meer dan twee jaar ondergedoken voor de Duitsers. Direct daarna vertrok hij met de marine mee naar Nederlands-Indië, om daar oorlogsslachtoffers te behandelen. Charles ontsnapte er ternauwernood aan de dood: ‘’Ik heb een verrekte hoop geluk gehad.’’

Wie het huis van Charles Daponte binnenstapt, belandt in een walhalla voor journalisten. Overal kranten, tijdschriften en boeken. Te midden van die stapels literatuur zit de inmiddels 95-jarige veteraan. Aan de muur hangen schilderijen van Indonesië, waar Charles in de jaren ‘50 tien jaar gewoond heeft. Zijn verhaal begint echter al eerder, in 1940. 

‘’Ik was 16 toen de oorlog begon. Het machtige Duitsland viel ons land binnen en uiteraard capituleerde Nederland al snel. In het begin vond ik de oorlog nog erg avontuurlijk, maar achteraf was het natuurlijk niet zo’n lolletje.’’ Charles woonde met zijn familie in Den Haag, waar de Duitsers al snel begonnen te bouwen aan de Atlantikwall, een verdedigingslinie van Portugal tot in Noorwegen. ‘’We moesten evacueren en we besloten te verhuizen naar Steenwijk. Na een jaar werd ik, zoals zoveel jongens van mijn leeftijd, opgeroepen voor de Arbeitseinsatz; dwangarbeid in Duitsland. Daar had ik natuurlijk geen zin in.’’

En dus dook Charles vanaf de zomer van 1942 onder. ‘’We zaten bij een boer. In een hutje tussen het riet. Goed verstopt voor de Duitsers dus. Maar tegen het eind van de oorlog werd ik overmoedig. Een beetje naïef.’’ Gniffelend vertelt Charles hoe hij wegliep uit het hutje en nog diezelfde dag werd opgepakt door iemand van de Landwacht. ‘’Ik was dom en werd gepakt en overgeleverd aan de Duitsers. Maar die hadden ook wel door dat ze de oorlog niet meer zouden winnen. Ik moest wel houthakken in de bossen bij Havelte, maar verder behandelden ze me goed.’’

Charles Daponte

Charles zat tijdens de Tweede Wereldoorlog dus ruim twee jaar verscholen voor de Duitsers. Een aangrijpende tijd, maar het weerhield de toen 21-jarige man er niet van om zich bij de marine aan te sluiten en af te reizen naar Nederlands-Indië, waar de oorlog nog altijd aan de gang was. ‘’In juli 1945 heb ik getekend bij het Korps Mariniers. Dan teken je het gevaar wel tegemoet, ja. Maar ik ben niet angstig ingesteld.’’ Ambitieus vertrok hij met een groep repatriërende Amerikanen naar de Verenigde Staten. Daar kreeg hij negen maanden mariniersopleiding. Charles: ‘’De oorlog was voorbij, dus in eerste instantie kon ik nergens terecht als marinier. Maar de Onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië begon, dus toen werd ik daarvoor opgetrommeld.’’

‘Soms was het afschuwwekkend. Dan was er een gewonde marinier die je met alle macht probeerde in leven te houden, maar die ging uiteindelijk toch dood’ 

In Nederlands-Indië kwam Charles terecht in een slagveld. Het was zijn taak om als verzorger de oorlogsslachtoffers te behandelen. ‘’Ik zag wel veel van de oorlog daar. Ik ging met iedere patrouille mee. Soms was het zelfs afschuwwekkend en ondankbaar. Dan was er een gewonde marinier die je met alle macht probeerde in leven te houden, maar die ging uiteindelijk toch dood.’’ Op de vraag hoe hij dit soort situaties verwerkte, reageert hij nuchter. ‘’Het was je taak om dit te doen. Ik pakte het heel professioneel aan, ook al lag er een kameraad van je op sterven. Ik zag het eigenlijk als een geval.’’

‘’In Indonesië ontmoette ik mijn vrouw. Ik ben bij haar gebleven, ze was geboren en getogen in Indië. Ik ben met haar getrouwd en ik had na de oorlog een baan gekregen in Indonesië.’’ Ondanks alles wat hij in Indonesië had meegemaakt, bleef Charles het land trouw. Na tien jaar is hij teruggekeerd naar Nederland, met vrouw en kinderen. ‘’In Indonesië kwamen opnieuw wrijvingen tussen de Nederlandse regering en Indonesië. En ik werd als Nederlander ook wel nagekeken, ik had nota bene tegen ze gevochten. Het was beter om terug te gaan.’’

Twee oorlogen meegemaakt en tóch de levenslust behouden om door te gaan. ‘’Ik heb een verrekte hoop geluk gehad. Maar oorlog heeft me veel gebracht. Relativeringsvermogen bijvoorbeeld. En dankbaarheid. Ik ben ooit teruggegaan naar Indonesië. Toen ik daar aan een oude man vertelde dat ik tijdens de oorlog marinier was, keek ie me verrast aan. ‘De mariniers, waren nette mensen’, zei hij. Van de mensen tegen wie ik vocht, heb ik dus uiteindelijk de meeste waardering gekregen.’’

 

Dit is het eerste deel van een drieluik artikelen over levenslust na oorlog. De andere verhalen verschijnen woensdag en donderdag.