“Ik wist opeens waar al dat strijdbare in mij vandaan kwam”

Bron: Ton Sondag

Ton Sondag (1961) werd geadopteerd op zijn tweede vanuit Breda naar Vlissingen en als vijftienjarige jongen ging hij varen en vertrok vanuit Zuid-Afrika. Pas op zijn 35e leerde hij zijn biologische moeder kennen. Ton draagt een boeiend, maar vooral bijzonder verhaal met zich mee door zijn enerverende leven als binnenlands adoptiekind.

 

 

Niet uit de buik van mama
“In groep acht moest ik na school op de bank zitten en zeiden mijn ouders dat ik niet uit de buik van mama kwam, dat ik geadopteerd was en dat we vanavond ‘rode kool met gehakt aten’. Dat was het. Mijn ouders waren niet erg kundig in hoe dat is gegaan. Het gekke is dat ik het heb opgevat dat ik toch bijzonder ben. Dat was voor mij heel fijn.

Ik ben geboren in Breda. Mijn biologische moeder was een schoonmaakster bij de Spaanse ambassade en haar toenmalige vriendje is mijn biologische vader. Ze was zeventien toen ze zwanger raakte, je kan je voorstellen dat je dat niet wil. Haar ouders wilde het al helemaal niet dus de steun van thuis was ook niet aanwezig. Ze heeft nog getwijfeld maar uiteindelijk is ze naar Moedersheil in Breda gegaan, een opvang voor ongehuwde vrouwen. Normaal gesproken wordt het kind dan binnen drie maanden bij een familie geplaatst, maar bij mij heeft dat op een of andere manier twee jaar geduurd.”

Zuid-Afrika
“De verhouding met mijn adoptieouders was niet echt geweldig. Op den duur dacht ik dat ik gewoon weg moest. Toen kwam er een bericht in de krant dat er een opleiding begon voor scheepsgezel. Je kwam dan aan boord en bleef dan ongeveer een halfjaar werken. Dat heb ik toen gedaan. Na zoveel jaar dat ik me niet fijn heb gevoeld dacht ik dat ik dat maar moest gaan doen. Dan heb ik in ieder geval een soort van vrijheid. Toch zat ik regelmatig als vijftienjarig jongetje huilend op het voordek van het schip met de gedachte ‘mama, waar ben je?’. Het was toch wel heel wat tussen al die ruige mannen midden op de oceaan.

Ik realiseer me nu beter, nu ik zelf ook kinderen heb, dat ik mijn kinderen niet zo vroeg uit huis zou laten gaan. Maar dat is mijn karakter en leven, denk ik. Ik heb veel dingen meegekregen waar ik heel dankbaar voor ben omdat het me allemaal een beeld van de wereld heeft gegeven die veel ruimer is dan de meeste mensen op die leeftijd. Je kijkt wel met andere ogen naar de wereld.”

“Het was toch wel heel wat tussen al die ruige mannen midden op de oceaan”

Twee halfbroers
“Pas op mijn 35e heb ik mijn biologische moeder leren kennen. Ik keek in mijn geboorteregister en kwam haar adres te weten. Ik ben meteen naar haar toegereden en toen ik aanbelde realiseerde ik me dat het Sinterklaasavond was. Allemaal kinderen kwamen aan de deur die hun vader erbij riepen. Ik zei dat ik opzoek was naar Yvonne. Hij zei dat het z’n zus was en dat ik op Youri leek. Dat bleek één van mijn halfbroers te zijn. Zo hoorde ik ook opeens dat ik twee halfbroers had.

Een paar weken later bezocht ik mijn biologische moeder. Het was een klein vrouwtje, die zenuwachtig en trillend met de koffie aankwam. Ik had fotoalbums meegenomen uit mijn babyperiode zodat ik haar iets kon laten zien. Je ziet weleens hoe dat gaat in programma’s, zoals in Spoorloos, maar in mijn belevenis is dat totaal anders geweest. Je staat tegenover een vreemd persoon. Er is geen vioolmuziek en cameraploeg bij. Toch bleek zij mij in het kwadraat te zijn. Ik wist bijvoorbeeld opeens waar al dat strijdbare in mij vandaan kwam. Het ging allemaal plekjes krijgen. Maar het heeft jaren geduurd totdat we werkelijk iets van een verbinding kregen. Ze voelde zich heel schuldig want ze zag ook hoe ik heb gestruggeld.

Fotografie
“Ik was vijftien, mijn vriendjes gingen naar school toe en het leven ging verder. Ik was op safari geweest in Afrika, op oude Harley’s gereden in Cuba, per trein naar Tokio. Ik had een heleboel dingen meegemaakt waarvan ik dacht dat het leuk zou zijn om het te laten zien aan anderen als ik thuis zou komen. Daar is de fotografie een beetje mee begonnen: als een soort souvenir-jagen. In de eerste instantie is het ook heel lang een masker voor me geweest. Als je niet weet waar je vandaan komt en opgroeit in een omgeving die totaal anders is dan bij je biologische ouders dat doet iets met je. Dat maakt je onzeker. Op deze manier kon ik me verschuilen achter de camera om zo beter naar de wereld te kijken.

Fotografie is naar mijn mening werkelijk verbinding leggen met mensen. Ook al is het maar heel kort, het is voelbaar en je kan het niet goed verwoorden. Ik merkte dat ik door het groeien in mezelf ik beter ben gaan fotograferen. Daar ben ik trots op. Ik kwam erachter dat dit mijn pad was.”

Project Adopted
Ton portretteerde tijdens dit project mensen en liet hen hierbij vertellen over hun adoptieverhaal
“Bij het project is het zo dat je kunst en zorg bij elkaar brengt en dat vind ik heel mooi. De kracht ervan is dat de foto’s doen triggeren. Je ziet mensen met een indringende blik en raakt nieuwsgierig naar het verhaal erachter. Het blijkt dan dat het verhaal van grote invloed is geweest op iemands leven. Bij de een meer dan de ander, maar iedereen krijgt zo’n moment in zijn leven dat hij dat merkt.

Voor mij is het fotoproject ook heel helend. Ik kwam erachter dat mensen die ik totaal niet kende tegen dezelfde dingen aanliepen als ik. Dat is dus normaal, dacht ik. Dat brengt rust. Alleen al omdat je kan zeggen dat het niet allemaal aan jou ligt.”

Bron: Ton Sondag

Gwyneth Oomens