“Ik wil gewoon verhalen schrijven, als ik dat niet doe ben ik niet compleet”

Rik van Woerkum, ook wel bekend onder haar pseudoniem Rik Raven, is een schrijver met een bijzonder verhaal. Ze schrijft verhalen, ondanks ze op jonge leeftijd bij een ongeval zwaar hersenletsel opliep.

Rik heeft tot nu toe vier boeken op haar naam staan, en ze is momenteel aan twee nieuwe titels bezig. Ze omschrijft haar boeken zelf als “magisch-realistische thrillers, vergelijkbaar met de stijl van Stephen King.”

Hoe ben je ooit begonnen met schrijven?

“Ik bedacht altijd al verhalen, ook als kind. Bij het spelen was ik bijvoorbeeld degene die bedacht wie iedereen voor moest stellen. Rond mijn twaalfde begon ik ook echt verhalen op te schrijven. Ik had de serie ‘The Twilight Zone’ gezien, en wilde zelf ook zoiets kunnen schrijven.”
“Na het ongeluk was ik alle verhalen kwijt, en er ontstonden ook lang geen nieuwe meer in mijn hoofd. Ik heb het in de jaren na dit ongeval nog vaak geprobeerd, maar er zat gewoon niks meer in mijn hoofd. Zo’n twintig jaar na dit ongeluk las ik ‘De Donkere Toren’ van Stephen King. Na het lezen van het boek dacht ik: ‘Dit kan ik ook, misschien zelfs wel beter.’”
“Ik heb hierna een korte schrijfcursus gevolgd. Dit was echter heel moeilijk voor me vanwege mijn hersenletsel waardoor mijn cognitie een stuk trager is dan bij andere mensen, daar werd ik meteen een Stephen King copycat genoemd, wat ik eigenlijk vooral als compliment zag.”

Wat voor ongeval heb je eigenlijk meegemaakt?

“Op 6 januari 1984, toen ik 17 was, heb ik een verkeersongeluk gehad. Ik zat op de brommer. Toen ik een kruispunt wilde oversteken kwam er een auto aan die ik over het hoofd gezien had, ik werd vol in mijn zij geraakt. Ik belande met een verbrijzeld been en in coma in het ziekenhuis.”

Hersenletsel is een ruim begrip. Hoe komt het bij jou tot uiting?

“Het ongeval had een hoop gevolgen. Ik heb veel fysiek letsel opgelopen, zoals een verbrijzeld been en een verlamming aan de linkerhelft van mijn lichaam, maar hier ben ik redelijk van hersteld. Het hersenletsel heeft ook meerdere gevolgen gehad. Zo is mijn cognitie een stuk trager geworden, daarnaast heb ik veel geheugenverlies opgelopen. Ik vergeet bijvoorbeeld namen van mensen. Daarnaast heb ik sinds heb ongeluk afasie, een taalstoornis. Dit is een ruim begrip, bij mij betekent het dat ik vaak niet op de woorden kan komen die ik wil zeggen.”

Hoe ga je met dit hersenletsel om als schrijver?

”Ten eerste duurt bij mij alles een stuk langer. Ik denk trager dan de meeste mensen dankzij mijn hersenletsel, daarom duurt het schrijven van een boek, of zelfs een zin lang bij mij. Misschien is dat wel de reden dat ik nog nooit echt last heb gehad van een writer’s block. Het feit dat ik vaak niet op woorden kan komen helpt me ook niet bij het schrijven. Ik moet een zin vaak duizend keer proberen op te schrijven, voordat het eindelijk eens een goed lopende zin is.”
“Ook in het dagelijks leven merk ik er veel van. Ik ben eigenlijk iemand die alles wat er moet gebeuren meteen af wil ronden, maar dit gaat simpelweg niet meer. Ik moet alles plannen en opschrijven, waarna er een last van mijn schouders afvalt. Ik hoef het dan namelijk niet meer te onthouden, waardoor er weer plek in mijn hoofd vrijkomt voor mijn verhalen.”

Precies op dit moment in het gesprek gaat er een alarm op Riks telefoon af, een signaal dat ze de hond eten moet geven.

Wil je dat je lezers weten dat je hersenletsel hebt?

“Eerst wilde ik dat niet, ik was bang dat mensen mijn boeken geen kans zouden geven, puur om het feit dat ze geschreven zijn door iemand met hersenletsel. Alsof iemand met hersenletsel per definitie niet kan schrijven. Tegenwoordig maak ik me daar geen zorgen meer over.”
“Ik draag tegenwoordig ieder boek op aan mijn lotgenoten. Op het titelblad van elk van mijn vier boeken staat ook ‘Opgedragen aan al mijn NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) -lotgenoten.’ Ik probeer ze daarmee een steuntje in de rug te geven.”
“Ik merk vaak dat mensen in het dagelijks leven, bijvoorbeeld op straat of in de winkel, me onderschatten zodra ik een gesprek met ze aanknoop. Door mijn hersenletsel praat ik soms als een kip zonder kop, wat mensen de verkeerde eerste indruk kan geven. Niemand zou verwachten dat ik een schrijver ben. Daarom neem ik op schrijversbeurzen vaak een soort andere identiteit aan. Ik sta daar minder als mezelf, en meer als de schrijver van een boek.”

Je zei eerder dat je als kind al verhalen bedacht. Had je ooit verwacht, of gehoopt, later professioneel schrijver te worden?

“Daar kan ik niet echt antwoord op geven. Ik kan me weinig herinneren van voor het ongeval. Ik ken ongeveer de rode draad, maar specifieke herinneringen zijn er weinig overgebleven.”

Waarom schrijf je onder een pseudoniem?

“Ik vind Rik van Woerkum, of mijn volledige naam Hendrikje van Woerkum, simpelweg niet passen bij het soort verhalen dat ik schrijf. Die naam past meer bij een schrijver van streekromans, en niet bij een schrijver van thrillers. Daarom heb ik besloten een pseudoniem aan te nemen.”
“Ik heb de naam Rik Raven gekozen omdat de raaf een prachtige vogel is met een mythische betekenis. Dat deze naam door alliteratie ook nog eens makkelijk te onthouden is, was in eerste instantie toeval, maar dat gelooft natuurlijk niemand.”