“Ik ben wel ‘de zoon van,’ maar ik gebruik mijn vaders succes niet als klimrek”

Yuri Nagelkerke is een artiest en lokale bekendheid in het dorpje Reusel en omgeving. Ik sprak met hem over wat nieuwe technologie met de kunst doet, over hoe de mensen in Reusel hem kennen, over de band met zijn vader, en over nog veel meer.

Yuri in zijn atelier (foto door Max Krijnen)

Als ik binnen kom in het huis waar Yuri met zijn ouders woont, word ik meteen begroet door een hoop kunstwerken. Yuri en zijn vader zijn allebei kunstenaar, en ze hebben het huis volhangen met hun eigen kunstwerken. Ook laat Yuri me zijn atelier zien, waar hij aan allerlei dingen bezig is.

 

Hoe zou je jouw kunst omschrijven? Welke stroming behoort het toe?

“Mijn kunst is pop-art. Dat is een stroming uit de jaren ‘70 waarbij veel wordt gewerkt met kleuren. Het gaat hierin vooral om wat spontaan bij de artiest opkomt. Het hoeft zoals bij traditionele kunst niet echt natuurgetrouw te zijn, de artiest heeft een stuk meer vrijheid.”

 

Je beschildert vaak beeldjes in plaats van een doek. Wat spreekt je hierin meer aan?

“Ik vind dit leuker omdat ik mezelf hierbij minder aan de traditionele richtlijnen hoef te houden. Ik vind bijvoorbeeld vaak dingen bij de kringloopwinkel of gewoon op straat die ik in mijn kunstwerken kan gebruiken.”

 

Waar haal je de inspiratie voor je kunstwerken vandaan?

“Die ontstaat vaak tijdens het schilderen. Ik heb van tevoren meestal niet echt een idee over hoe iets eruit gaat zien, ik kies vaak alleen de achtergrondkleur. De rest van het kunstwerk volgt vanzelf. Ik denk ook niet dat elk kunstwerk een diepere mening hoeft te hebben. Zolang het fijn is om naar te kijken, en mensen het graag in hun huis hebben hangen, is het volgens mij een goed kunstwerk.”

 

Je vertelde dat je ook veel fotografeert, en dit ook als kunstvorm ziet. Denk je dat de moderne technologie zoals de smartphone goed of slecht is voor de fotografie?

“Fotografie is zeker een kunstvorm. Ik maak zelf graag natuurfoto’s, vooral foto’s van wolkendekken vind ik mooi. Ik denk dat de nieuwe technologie goed is voor de fotografie. Het wordt zo veel toegankelijker voor mensen om aan fotografie beginnen. Zelfs met mijn smartphonecamera kan ik heel mooie plaatjes maken. Het zorgt ook voor een hoop verschillende invalshoeken, en er komen meer alledaagse voorwerpen aan het licht.”

 

Geldt dit ook voor andere kunstvormen?

“Ja. Je kunt bijvoorbeeld tegenwoordig ook een hele film in elkaar zetten met je smartphone en gratis editingsoftware. Ik denk dat we nu in een heel visueel tijdperk zitten. Waar virtual reality een paar jaar geleden nog als een soort science-fiction gezien werd, is het nu voor bijna iedereen beschikbaar. Ook hierin kan kunst gemaakt worden. Daarnaast ontstaan er ook veel nieuwe kunstvormen door ontwikkelingen in de technologie. Zo kan er bijvoorbeeld met hologrammen of met slimme edit-trucjes ook kunst gemaakt worden.”

 

Je vader is een behoorlijk bekende schilder, zelfs internationaal. Denk je dat het succes van je vader jou als artiest geholpen heeft of juist niet?

´Het heeft me een impuls gegeven om bewust te gaan schilderen. Ik heb een lange tijd niet veel gedaan, maar ik wist dat ik toch aan het werk moest en moest gaan solliciteren. Mijn vader zei vervolgens dat ik ook maar moest gaan schilderen. Ik schilderde als kind altijd al, maar dankzij mijn vader ben ik het echt serieus gaan nemen.”
“Ze hebben me ook nooit gezien als ‘de zoon van.’ Ik zie mezelf ook niet echt als concurrent van mijn vader. Ik ben wel de zoon van, maar ik ben toch een onafhankelijke kunstenaar. Ik gebruik mijn vaders succes ook niet als klimrek, en hanteer ook mijn eigen stijl.”

 

Lokaal sta je ook wel bekend als de ‘zwerver van Reusel.’ Heb je deze bijnaam zelf ooit gehoord?

“Nee, deze bijnaam kende ik zelf nog niet. Ik zwerf zelf ook helemaal niet. Ik denk wel dat ik begrijp waar het vandaan komt. Ik ben vaak vroeg wakker, en ga overal te voet heen. Ik ben dus vaak op straat te zien. Ook ben ik vaak op straat op zoek naar inspiratie, ik zoek bijvoorbeeld rond de glasbak en prullenbakken naar dingen die ik in mijn kunstwerken kan gebruiken, dit heet dan ‘object trouvé’ (Frans voor ‘gevonden object’). Ook maak ik graag foto’s van paddenstoelen, waarvan de mooiste achter de bushalte in een soort gootje groeien. Mensen hebben, denk ik, nadat ze me één keer gezien hebben meteen een oordeel klaar. Je hebt sowieso in een klein plattelandsdorp zoals dit nogal snel een bijnaam.”