Gay of niet. Wat maakt het uit?

Thirsa van Brug (16) komt uit een strenggelovig, christelijk gezin en ze merkt dat haar ouders het lastig vinden om haar geaardheid te accepteren. Nika Woudstra (17) komt uit een erg progressief gezin en zegt hier geen last van te hebben. Waar ligt het verschil?

Nika Woudstra (links) en Thirsa van Brug (rechts)

92% van de bevolking van Nederland vindt dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen het leven moeten kunnen leiden zoals zij willen. Daarentegen vindt 29% van de bevolking het aanstootgevend als zij een mannenkoppel zien zoenen, voor een heterokoppel is dit maar elf procent. Het percentage van LHBTI (Lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender en interseks) jongeren dat gepest wordt is twee keer hoger dan jongeren die hetero zijn en gepest worden[1]. Deze cijfers laten zien dat Nederland een tolerant land is, tot op zekere hoogte. Er zijn nog zeker mensen in Nederland die de LHBTI-gemeenschap niet accepteren.

Hoe zou je je geaardheid beschrijven?

Nika: “Ik ben biseksueel. Het is niet iets wat constant is. Toen ik net uit de kast kwam dacht ik een voorkeur te hebben voor jongens en daarna had ik een sterke voorkeur voor meisjes. Op dit moment is het vrij gelijk verdeeld.”

Thirsa:Gay. Ik heb wel veel getwijfeld.”

 

Hoe ben je uit de kast gekomen?

Nika: “Ik heb het de eerste persoon verteld toen ik vijftien was. In de maanden daarna heb ik het aan steeds meer mensen verteld. Bij mijn ouders was ik niet van plan om uit de kast te komen. Ik wilde gewoon een keer thuiskomen met een vriendin en zo laten zien dat ik ook op vrouwen val. Dit was niet gelukt. Op school moesten we een test invullen om te laten weten hoe je je voelde. Ik vulde in dat het niet goed met me ging en ik biseksueel ben. Hierdoor moest ik op gesprek komen bij een vrouw van de GGD. Zij wilde mijn ouders inlichten. Ik vond dit verschrikkelijk en ik ben uiteindelijk uit de kast gekomen naar mijn ouders doormiddel van een briefje, die ik op de tafel had neergelegd. Ik ben toen meteen naar school gegaan zodat ik niet thuis was wanneer ze het briefje lazen.”

Thirsa: “Ik ben heel langzaam uit de kast gekomen, ik heb het niet meteen aan iedereen verteld. Ik ben ook nog niet volledig uit. Ik begon bij mijn beste vriendin, wat heel grappig was, want we kwamen tegelijk uit de kast. Later dat jaar heb ik het aan meerdere mensen verteld, waaronder ook mijn moeder.”

 

Wat was de reactie van je ouders?

Nika: “Ik kreeg via WhatsApp een heel lang bericht van mijn ouders. Ze schreven daarin dat ze het eigenlijk al wisten en dat ze het prima vonden. Daarna hebben we het er nooit meer over gehad, behalve een keer in de auto. Ik was met mijn vader onderweg en hij vroeg aan mij: ‘Dus, bi betekent jongens en meisjes, toch?’.”

Thirsa: “Mijn moeder is niet negatief over mijn geaardheid, maar ook niet positief. Ze wist niet zo goed wat ze ermee aan moest. Nu accepteert ze het veel beter en koopt ze vaak dingen met regenbogen erop voor me. Best schattig. Ik merk wel dat ze er soms moeite mee heeft. Ze vraagt eens in de zoveel tijd of ik toch niet hetero ben. Ik ben nog niet uit bij mijn vader. Ik vind het heel eng om uit te komen naar hem. Mijn ouders zijn beiden streng christelijk en mijn vader kijkt niet positief naar LHBTI-gemeenschap, dus uitkomen naar hem laat ik voorlopig even liggen.”

 

Heb je veel twijfels gehad aan je geaardheid?

Nika: “Heel veel. Ik hoorde veel verhalen van mensen die het al wisten toen ze heel jong waren, maar ik had dit totaal niet. Toen ik het me echt realiseerde schrok ik erg. Ik wilde hetero zijn dus heb ik een jaar lang ontkent dat ik ook op meisjes val. Ik vertelde mezelf elke dag dat ik hetero was. Uiteindelijk accepteerde ik het wel. Ik heb op een gegeven moment gedacht dat ik lesbisch was. Ik voelde me niet aangetrokken tot jongens. Ik hield dit best lang vol, tot ik gevoelens kreeg voor een jongen. Zo ben ik erachter gekomen dat ik toch biseksueel ben.”

Thirsa: “Ik heb heel veel getwijfeld. Ik dacht eerst dat ik biseksueel was met een voorkeur voor jongens. Dit veranderde langzaam naar een 50/50 verhouding. Dit bleef best lang zo, tot de eerste lockdown. Toen realiseerde ik me dat ik me niet aangetrokken voel tot jongens en dus lesbisch ben.”

 

Hoe ervaar je LHBTI+ om je heen?

Nika: “Op de middelbare school had ik veel LHBTI-vrienden. Het is heel leuk om mensen uit de gemeenschap te leren kennen. Ik was de eerste uit mijn vriendengroep die uit de kast kwam en daarna volgden veel meer. Je voelt je dan toch minder alleen.”

Thirsa: “Vroeger merkte ik er helemaal niets van. Nu heb ik wel meer LHBTI-vrienden. Het is heel fijn om die mensen om je heen te hebben. Op school heb ik de GSA** opgezet en daar leer je ook veel mensen kennen die zich hetzelfde voelen als jij.”

 

Ervaar je veel homofobie?

Nika: “Om mij heen niet echt. Al zat ik op de middelbare school vaak naast een strenggelovige jongen. Hij wist dat ik biseksueel ben. Hij zei tegen mij: ‘Ik accepteer je keuze niet, maar ik accepteer jou wel.’ Dit vond ik niet prettig maar ik trok me er niet veel van aan. Tot hij ineens elke dag een bijbel mee naar school nam en elke kans gebruikte om mij te laten zien waar staat dat mijn keuze een zonde is en hoe ik mijn leven kon verbeteren. Hij stuurde ook Bijbelverzen naar mij en mijn vriendinnen die ook deel zijn van de LHBTI-gemeenschap en probeerde ons te overtuigen een ‘andere keuze’ te maken.”

Thirsa: “Ik weet dat het speelt in mijn familie maar ik merk er niet heel veel van. Op school merk ik het wel. Met Paarse Vrijdag* hadden we posters opgehangen waarop stond dat je mag zijn wie je wil zijn. Eromheen stonden alle geaardheden. Medeleerlingen hadden alles doorgekrast behalve hetero. Daaraan merk ik dat het niet geaccepteerd wordt.

 

*Paarse Vrijdag: is een dag waarop leerlingen en studenten hun solidariteit kunnen tonen met LHBTI door het dragen van de kleur paars.

**GSA: afkorting voor “Gender and sexuality Alliance” – dit is een groep leerlingen die er op school voor zorgen dat iedereen zichzelf kan zijn, ongeacht gender en seksuele oriëntatie.

[1]https://www.movisie.nl/artikel/positie-christelijke-lhbtis-versterken-wat-kan-gemeente-doen