Interview | Hans Christian Andersen museum opent in Odense ‘’Het is niet gebaseerd op musea maar juist op theater’’

Interviewer – Anne Rutten – 25-04-2022

Odense – In Odense is een aantal weken geleden een museum geopend met sprookjes van schrijver Hans Christian Andersen. Het is een museum dat erg interactief is waardoor je niet alleen kijkt naar de kunst maar ook bezig kan zijn. ‘’Dit maakt het een museum voor jong en oud.’’

Henrik Lübker is de creatief directeur van het Hans Christian Andersen museum. Volgens hem staat er al sinds 1908 een museum op de huidige plaats in Odense. ‘‘Vaak zie je dat musea worden gebouwd rond de plaats waar kunstenaars geboren zijn. In 1905 is de geboorteplaats van Andersen gekocht en daaromheen is alles gebouwd. Andersen heeft veel gereisd en heeft in verschillende plaatsen gewoond. Als je zijn verhaal, het oorspronkelijke verhaal, wil vertellen dan zul je terug moeten gaan naar zijn geboorteplaats, waar het allemaal begonnen is. Er zijn veel monumenten en andere zaken van hem in Kopenhagen. Er is ook een Hans Christian Andersen experience museum in Kopenhagen, maar dat is in mijn ogen een goedkope versie die alleen opzoek is naar toeristen. Het is het beste als je het museum dicht bij de geboorteplaats houdt.’’

De constructie van het nieuwe museum dat geopend is, duurde twee tot drie jaar. De hele bouw van het museum, vanaf de eerst baksteen, duurde zeven jaar. ‘‘Het moeilijkste van het vormen van de plannen voor het museum is dat iedereen zijn eigen ideeën en meningen heeft over de sprookjes. Sommigen wilden dat het een soort speeltuin werd voor kinderen en anderen wilden dat het een ervaring werd voor volwassenen. Ik denk dat Andersen beide niet representeert. Zijn sprookjes hebben een speelse kant maar het is ook kunst, het is dus voor kinderen én volwassenen. Het moeilijkste is om te bedenken hoe je iets maakt dat geschikt is voor kinderen maar ook voor volwassenen.’’

Hans Christian Andersen is erg bekend in Denemarken maar mensen uit andere landen kennen hem ook. Meer dan de helft, zo’n 70% van de bezoekers van het museum (voor de renovatie) kwam uit een ander land. Er waren juist veel mensen die speciaal naar Odense kwamen om dit museum te bezoeken. Dit maakt Andersen ook populair bij mensen buiten Denemarken. Nu is het even afwachten of er na COVID-19 nog steeds veel toeristen komen naar het nieuwe museum.

Het museum is eerder gebaseerd op het theater dan op andere musea vertelt Lübker. ‘‘Musea willen graag vertellen wat nou echt de waarheid is. De sprookjes van Andersen laten je juist afvragen wat die waarheid is. Aan het einde van het verhaal weet je niet wat echt de waarheid is, maar moet je dat juist eerst uitvinden. Wat bedoelt hij nu eigenlijk met dit verhaal? Daardoor is de combinatie van Andersens sprookjes en een museum heel bijzonder, dat past eigenlijk niet bij elkaar.’’

‘‘Ik vind dat de architectuur erg aansluit met het verhaal dat de sprookjes willen vertellen. Het verrast je continu met nieuwe dingen en nieuwe ruimtes. En dat is ook precies wat er gebeurt in de verhalen van Andersen. Je denkt dat je het verhaal kent, dat je weet wat er gaat gebeuren, en dan opeens gaat je broek praten of zoiets dergelijks. Je kan even ontsnappen aan de echte wereld en de realiteit. Het is heel uniek dat de architectuur binnen een museum iets toegevoegd aan het verhaal dat verteld wil worden.’’

Henrik Lübker is met het concept gekomen voor het museum. Vervolgens heeft hij een team gecreëerd van mensen en kunstenaars. ‘‘Ik heb ze de vrijheid gegeven om creatief om te gaan met de sprookjes en daarbij heb ik ervoor gezorgd dat in dat team de juiste mensen zitten om er een mooi museum van te maken. Vooral de rol van curator heb ik dus uitgevoerd in dit proces.’’

Lübker vertelt enthousiast over zijn favoriete sprookje van Hans Christian Andersen: ‘‘Andersen heeft zoveel mooie sprookjes geschreven maar de mooiste is toch echt ‘De kleine zeemeermin’. Het is een verhaal over verlangens. Door de manier waarop het verhaal geschreven is, lijkt het net alsof het niet wil eindigen. Andersen pakt niet, zoals bij Disneyfilms, een mooi en vrolijk einde maar hij pakt juist een tragisch einde en plakt daar nog een einde aan vast en nog een einde. De voornaamste boodschap die hierbij wordt meegegeven is om hoop te houden. In het museum zie je in eerste instantie de kleine zeemeermin niet. De plaats bevindt zich in de zee. Je gaat liggen op kussens en kijkt naar boven. Zo zie je het beeld dat de kleine zeemeermin ziet door het water, daar zie je het licht. Als je ligt hoor je mooi gezang van zeemeerminnen en je hoort de zussen van de kleine zeemeerminnen praten over de eerste keer dat zij naar boven zijn gegaan. Het hele idee is dat het een soort ruimte wordt waarin je ook dat gevoel van verlangen krijgt. Het verhaal wordtverteld maar tegelijkertijd kan je het ook voelen.’’ 

Alle verhalen zijn te horen in verschillende talen. ‘‘We proberen alles erg uniek te maken. Daardoor zijn de verhalen in bijvoorbeeld het Deens anders verteld dan de verhalen in het Duits, omdat het allemaal toch net anders is. Dat maakt het uniek.’’

‘‘Het mooiste aan Andersen vind ik dat hij een soort kwetsbaarheid heeft. Hij is gewoon echt een mens. Hij probeert heel zijn leven begrepen te worden en dat maakt hem heel kwetsbaar. Hij begrijpt niet goed wie hij zelf is maar hij probeert zichzelf te begrijpen en is dus echt op zoek naar zichzelf, dat is erg mooi.’’