Stichting Lezen en Schrijven gaat de strijd aan tegen analfabetisme en laaggeletterdheid: ‘Misschien verplicht leesuur invoeren op de middelbare school’

Voor analfabeten en laaggeletterden is het heel lastig de coronapersconferenties te volgen, dit blijkt uit een artikel van 1Limburg. Van alle vijftienjarigen in Nederland heeft 17,9% een leesniveau waarbij zij een verhoogd risico lopen op laaggeletterdheid, meldt de Onderwijsinspectie. Zorgwekkende berichten, vindt ook Haas de Groot, adviseur bij Stichting Lezen en Schrijven. Zij gaat de strijd aan tegen analfabetisme en laaggeletterdheid. Hoe pakt de stichting dit probleem aan en wat komt daar allemaal bij kijken?

Haas de Groot: “Als adviseur van Stichting Lezen en Schrijven kijk ik mee met gemeenten en partners en adviseer hoe zij de aanpak tegen laaggeletterdheid en analfabetisme het beste kunnen uitvoeren.” Ze heeft meerdere opleidingen gevolgd: Docent Nederlands, Toegepaste Taalwetenschappen en Remedial Teaching. “Ik heb gewerkt bij de inburgering, waar ik les gaf in de Nederlandse taal. Ook op een ROC, waar ik docent Nederlands was. En nu ben ik adviseur bij Stichting Lezen en Schrijven.” Haas probeert, samen met anderen, analfabetisme en laaggeletterdheid tegen te gaan.

Aanpak

Het doel van de stichting is om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland kan lezen en schrijven. ‘Want onze samenleving is sterker als iedereen kan meedoen’, staat vermeld op de site. De stichting is landelijk actief. Nederland heeft 35 arbeidsmarktregio’s, in iedere arbeidsmarktregio is minimaal een adviseur actief. “Sommige adviseurs richten zich op de aanpak van gemeenten en sommigen bemoeien zich met nieuwe materialen of trainingen. Binnen arbeidsmarktregio Midden-Gelderland ben ik de adviseur op het gebied van onderwijskundige of taalkundige zaken, omdat dat mijn achtergrond is.” Er zijn een aantal landelijke en regionale projecten die uitgevoerd worden. Een voorbeeld van een landelijk project is ‘aanpak laaggeletterdheid gemeente’, zo probeert de stichting laaggeletterdheid tegen te gaan. In Arnhem is een regionaal project gestart genaamd ‘het taalhuis’. Het doel is om een netwerk en plek te creëren voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. De stichting wordt ook benaderd door grote bedrijven, zoals het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) en de Nederlandse Spoorwegen (NS). Met het CBR heeft de stichting gekeken hoe de communicatie tijdens rijexamens verbeterd kan worden. Met de NS is overlegd of de automaten om tickets te kopen wel duidelijk genoeg zijn voor laaggeletterden. Op de site is een E-learning pakket beschikbaar, in deze korte cursus leer je hoe je kan achterhalen of iemand moeite heeft met lezen en schrijven. “Wij helpen met het trainen van de vrijwilligers, die bijvoorbeeld een taalmaatje zijn. Dat houdt in dat ze een-op-een begeleiding geven aan laaggeletterden of analfabeten. Of we gaan met de gemeente in gesprek, als mensen met een uitkering zich melden. Gemeenten moeten meedenken wat het beste is: scholen richting een beroep of scholen op taal. Op die fronten adviseren wij en gaan we samen de uitwerking in, om bijvoorbeeld projectplannen en functieomschrijvingen te schrijven.”

“Laaggeletterden vind ik geef fijn begrip, het is net als laagopgeleiden. We moeten mensen niet in hoog en laag kwalificeren. Als je een nieuw begrip kunt verzinnen voor ‘laaggeletterdheid’ dan ben je een held. Het verschil tussen de begrippen laaggeletterdheid en analfabetisme is niet voor iedereen duidelijk. Wij proberen mensen dat bij te brengen.” In het kort: een analfabeet kan helemaal niet lezen of schrijven, een laaggeletterde heeft moeite met lezen of schrijven.

Niveaus

In Nederland zijn er verschillende taalniveaus: instroom, 1F, 2F, 3F en 4F. 1F houdt in dat iemand het niveau taal beheerst van eind basisschool. Het niveau instroom zit daar nog onder, iemand beheerst dan nog niet het taalniveau van eind basisschool.

De gehele bevolking in Nederland kan onderverdeeld worden in niveaus en in een schema gezet worden, zoals in de afbeelding hieronder. De bevolking die in dit schema in niveau 1 valt, is (zeer)laaggeletterd. Onder de rode lijn bevinden zich de zeer laaggeletterden en analfabeten. De stichting richt zich voornamelijk op niveau 1 en probeert deze mensen te helpen om de taal beter te beheersen.

Migranten

Van de laaggeletterden en analfabeten heeft 35% een migratieachtergrond. De inburgeringseis in Nederland wordt verhoogd, migranten moeten een hoger Nederlands niveau hebben. Dit wordt bepaald met behulp van de Europese niveaus. Die Europese niveaus zijn ook ingedeeld in verschillende taalniveaus: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Nu staat de inburgeringseis op A2 (niveau eind basisschool, staat gelijk aan het Nederlandse 1F niveau). Vanaf volgend jaar wordt dit B1 (niveau eind vmbo/mbo3, staat gelijk aan het Nederlandse 2F niveau). Haas de Groot: “Dit betekent dus dat de eisen strengen worden. Dit is om mensen te motiveren om zo’n hoog mogelijk niveau te halen, maar er zijn op dit moment al veel mensen die A2 niet halen, laat staan B1. Voor die groep is daar een aparte route voor, ze hoeven dat hoge niveau niet te halen, maar moeten wel laten zien dat ze zich kunnen redden in de maatschappij.”

“Er is een grote groep migranten die jaren geleden de inburgeringscursus heeft afgerond, maar doordat zij binnen hun eigen kring geen Nederlands spreken zakt dat weg. We proberen om nu meer lessen en cursussen aan te bieden, die worden gegeven door vrijwilligers. Zo zijn er ook ‘taalmaatjes’ die een-op-een laaggeletterden en analfabeten begeleiden. Er zijn heel veel mogelijkheden, maar het is lastig om al die mensen te bereiken.”

Financiën

Het grootste deel van de projecten van de stichting wordt bekostigd door de overheid. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zet in op de aanpak van laaggeletterdheid en analfabetisme. Zij hebben Stichting Lezen en Schrijven daarin een opdracht gegeven. Ook wordt de stichting gefinancierd via donateurs en de Vrienden Loterij.

Ambassadeurs

De ambassadeurs van Stichting Lezen en Schrijven zijn Kees Tol, Anita Witzier en Rene Karst. “Het is mooi om te zien dat deze mensen zich warm maken voor dit onderwerp”, aldus Haas. Begin dit jaar gaf Tyrell Malacia, voetballer van Feyenoord, in een interview aan dat hij een echte boekenwurm is. Hij las de biografie van Michelle Ombama en gaf aan daar dingen uit op te pikken. “Toen heeft een collega van ons hem benaderd om te kijken of hij iets voor de stichting kan betekenen. Als je idool boeken leest, kan het voor anderen ook interessant zijn om te gaan lezen.” Prinses Laurentien stond aan de oprichting van de stichting. Ze was voorzitter en ambassadeur, maar werkt inmiddels nog op de achtergrond voor de stichting.