Ellen (28) vertelt over haar specialisme binnen Sterk Huis: ‘Alle jongeren hebben een eigen verhaal en achtergrond’

Ellen Panjoel (28) werkt al 8 jaar bij de organisatie Sterk Huis. Een organisatie die er is voor ‘iedereen die hulp nodig heeft’, zo beschrijven ze hun brede doelgroep. Ze werkt op een KWG (kinderwoongroep) voor alleenstaande, minderjarige vreemdelingen. Een groep jongeren die zonder ouders naar Europa, in dit geval Nederland, komt.

“Na het behalen van mijn MBO diploma maatschappelijke zorg specifieke doelgroepen, ben ik als inval bij de vrouwenhulpverlening gaan werken binnen Sterk Huis. Daar konden ze me uiteindelijk geen vast contract aanbieden, dus toen ben ik gaan kijken wat er nog meer in de organisatie mogelijk is. In de periode tussen de vrouwenhulpverlening en mijn huidige baan ben ik naar Zuid-Afrika gegaan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Daar werkte ik in een instelling waar pleegmoeders heb ondersteund met de opvoeding van hun pleegkinderen. Na deze reis zag ik een interne vacature voorbij komen voor Mentor AMV (alleenstaande, minderjarige vreemdelingen) en dit leek me direct interessant. De uitdaging die ik zag, zat hem in de communicatie met jongeren. De meeste jongeren spreken weinig tot geen Nederlands, dus het leek me een mooie uitdaging om te kijken naar manieren waarop je elkaar beter kan begrijpen en ze hierin kan begeleiden.”

“Als de jongeren in Nederland aankomen, verblijven ze eerst in een POL (procesopvanglocatie). Daar doorlopen ze de algemene asielzoekersprocedure. Zodra ze een verblijfsvergunning krijgen wordt er gekeken naar wat voor hun een geschikte opvanglocatie is, en zo kunnen ze dan bij ons terecht komen. De voornaamste reden voor jongeren om naar Nederland te komen is omdat het onveilig is in het eigen land. Het doel is dan om hun gezin naar Nederland te krijgen en hier een nieuw bestaan op te bouwen. Het is echter vaak een proces van meerdere jaren voordat de familie is overgekomen.”

“Er wonen op dit moment 9 jongeren bij ons, uit onder andere Eritrea, Syrië en Kenia. Deze jongeren hebben soms al enige vorm van scholing gehad. Dit is niet te vergelijken met hoe wij het in Nederland gewend zijn. Ook kan de scholing tussen de landen waar onze jongeren vandaan komen verschillen van niveau. Ze zijn verplicht om naar school te gaan in Nederland. Hierin ondersteunen wij ze dan bij hun huiswerk. Wij geven geen les aan jongeren, maar het kan wel eens voorgekomen dat jongeren op een wachtlijst staan om te kunnen beginnen met school. Tijdens deze periode gaan wij op zoek naar lesstof zodat ze alvast bezig zijn met de Nederlandse taal. Als ze lang moeten wachten voordat ze naar school kunnen zorgen we er ook voor dat ze een gezond dag- en nachtritme hebben.”

“Je bent zowel praktisch als emotioneel betrokken. Je leert ze bijvoorbeeld dat ze naar school moeten, hoe ze moeten koken of hoe een vaatwasser werkt maar ze hebben ook een verhaal: hun familie is vaak nog in het land van herkomst. Onze jongeren zijn dus vaak alleen in Nederland. Ze vinden het vaak lastig om te praten over wat ze allemaal hebben mee gemaakt. De reis naar Europa is een traumatische gebeurtenis geweest. Dit kan ik goed op mijn werk laten. Er zijn schrijnende situaties maar dat neem ik niet mee naar huis. Natuurlijk grijpen deze situaties me ook aan, maar het is belangrijk om daar nuchter en professioneel mee om te gaan.”

“Er zijn zeker wel eens conflicten door de verschillende culturen binnen de woongroep. We organiseren wekelijks huisvergaderingen om onder andere dit hierin te bespreken. Tijdens deze huisvergaderingen maken we zaken bespreekbaar zoals huisregels, corveeroosters en zijn er themavonden waar we onderwerpen bespreken zoals seksualiteit en HACCP.”

“Het leren van de Nederlandse taal is een grote uitdaging tijdens de integratie. Jongeren willen vaak snel een baantje, maar de praktijk leert dat het van belang is dat om al wel wat Nederlands te kunnen spreken en te begrijpen. We helpen de jongeren graag bij het vinden van een baantje en het machtig worden van de Nederlandse taal.”

“Het is onze taak om jongeren kennis te laten maken met Nederland. Uiteraard is hier ook plek voor hun eigen geloof en cultuur. Het is een stukje herkenning en geeft hou vast. We werken volgens een methodiek waarin wet- en regelgeving voorbij komt. Tijdens het traject kom je zaken tegen die met wet- en regelgeving te maken hebben. Het werkt voor jongeren vaak goed om hier uitleg over te krijgen op het moment dat je iets tegenkomt wat hiermee te maken heeft.”

“In de meeste groepen wonen jongens en meisjes van elkaar gescheiden. Bij ons is dit niet het geval. Er zijn wel eens meisjes die dit lastig vinden, omdat ze in hun eigen cultuur minder met jongens omgaan. Wij leren deze jongeren dat het in Nederland normaal is om als jongens en meisjes goed met elkaar om te gaan.”

“Na hun achttiende gaan ze in principe zelfstandig wonen. Ze krijgen dan wel nog vaak 18+ begeleiding, maar hier zijn andere medewerkers binnen Sterk Huis verantwoordelijk voor. Het traject begint dus bij mijn woongroep. Deze woongroep geeft 24-uurs begeleiding. Als jongeren voor hun achttiende voldoende vaardigheden hebben ontwikkeld en toe zijn aan meer zelfstandigheid is er een mogelijkheid om door te stromen naar een andere locatie. Daar krijgen ze dan bijvoorbeeld maar 4 uur per dag begeleiding.”

“Ik zit écht op m’n plek. Alle jongeren hebben een eigen verhaal en achtergrond. Uiteindelijk is het doel dat iedereen dezelfde vaardigheden leert, maar de manier waarop dit het beste werkt is per jongere verschillend. Voorlopig is er nog meer dan genoeg uitdaging. We hebben een leuk team waar we elkaar goed aanvullen.”