Depressie: een periode van pessimisme 

Naar Cody-James Taylor/Duskphotographybycj

 

Door Cody-James Taylor

 

Ermelo – Robin Boutkan (17) lijdt al sinds zijn dertiende aan zware depressie. Hij heeft veel meegemaakt, waardoor hij vaak paniekaanvallen krijgt. Hij zit momenteel in gedwongen opname bij de high intensive care (HIC) Johannesbos* en krijgt voor de komende tijd verplichte zorg. 

 

*Johannesbos is een kliniek in Ermelo die (onder anderen) zware psychiatrische problemen bij volwassenen behandelt.

 

Zou je jezelf even willen voorstellen?

 

‘’Ik ben Robin, ik ben 17 jaar oud en ik kom uit Bussum. Ik zit momenteel in een kliniek in Ermelo.” 

 

Wat heb je precies meegemaakt?         

                            

‘’Ik heb thuis heel veel huiselijk geweld meegemaakt. Ik ben ook seksueel misbruikt en gepest. Uitgescholden en bedreigd, omdat ik transgender ben. Door al deze dingen bouwden mijn negatieve gedachtes steeds meer op. Dit allemaal heb ik meegemaakt sinds ik twaalf jaar oud was, en die gevoelens zijn sindsdien eigenlijk nooit verdwenen. Uiteindelijk ben ik voor het spoor gesprongen, maar ik werd door de handhaving weer omhoog getrokken.’’  

                                                                                                 

 

Wat ging er in je hoofd rond, toen je van dat spoor getrokken werd?  

 

‘’Ik was net uit een kliniek gegooid toen ik echt op een dieptepunt zat. Ik was boos, want ik kreeg gewoon niet de hulp die ik toen nodig had. Ze stuurden me weg, omdat ik ‘stabiel genoeg was om weer vrij rond te gaan lopen’. Ik wist even niet meer wat ik moest en daarom liep ik op het spoor af. Ik ben die hulp bij meerdere zorgverleners ontnomen. Vaak was dat zo omdat ze vonden dat ik op dat moment nog ‘oké genoeg’ was, al zei ik dat dat niet zo was. Nu zit ik weer wel opgenomen. Ik krijg hier veel hulp, en de medicijnen helpen ook met het verminderen van paniekaanvallen.’’ 

 

Zijn er specifieke redenen voor deze gevoelens?

 

‘’Het opbouwen van heel veel trauma’s die uiteindelijk bij elkaar te veel worden voor mij om te handelen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik nooit over ze heen zal kunnen komen, en dat ze nooit zullen verdwijnen. Elke keer dat ik een stap naar voren neem doe ik gelijk weer 2 stappen naar achteren.’’ 

 

Hoe leidde jij jezelf af van die gedachten voordat je bij de kliniek opgenomen werd?

 

‘’Werken. Echt heel veel werken. Meestal meer dan 50 uren in de week. Ik was elke week helemaal uitgeput. Als ik niet aan het werken was, dronk ik veel alcohol en gebruikte ik verschillende soorten drugs. Even de realiteit vergeten. Elke avond wel.’’  

 

 Zouden die gevoelens misschien iets te maken kunnen hebben met de zoektocht naar je eigen identiteit?

 

 ‘’Toen ik meer dan 3.5 jaar geleden uit de kast kwam, was het ook heel moeilijk. Ik begreep mezelf nog steeds niet helemaal en mijn familie al helemaal niet. Je leeft ook in een lichaam met een stem waar je gewoon niet tevreden mee bent. Dat het niet van jou is. Die frustratie speelt wel een rol, ja. Nu is het wat minder geworden op dat gebied, omdat ik al aan de testosterone zit, wat helpt. Ik heb ook Asperger*, wat niet helpt.’’    

 

*Asperger is een vorm van autisme. Mensen met Asperger hebben vaak een normale intelligentie, of juist bovengemiddeld. 

 

Voel je je daardoor ook soms niet begrepen?

 

‘’Ja. En uiteindelijk sloot ik mezelf ook af van de buitenwereld, en leefde ik een beetje in mijn eigen wereld met uitzondering van een kleine vriendengroep en voor de rest niemand. Ik word soms ook echt heel boos en dan doe ik mezelf pijn door die woede. Die deuken in m’n deur bestonden ook nog niet voordat ik hier kwam. Ik heb een beetje een agressieprobleem.’’ 

 

Heb je vrienden naar wie je toe kan als je steun nodig hebt?

 

‘’Ja, ik heb dus die ene vriendengroep. Ik houd ze altijd op de hoogte met hoe het gaat en waar ik mee zit. Sommige vrienden kwamen zelfs langs bij de kliniek waar ik op dat moment zat. Ze kwamen toen ik naar buiten mocht ook gewoon meteen naar me toe, wanneer ik zei dat het niet zo goed ging met me.’’  

 

Dus je bent eigenlijk de afgelopen tijd best vaak van plek gewisseld?

 

‘’Ja, dat klopt. Vijf klinieken, om precies te zijn. Verschillende afdelingen ook. Eerst in Hilversum, daarna ergens in Almere, daarna weer Hilversum en nu hier in Ermelo. En binnenkort word ik ook weer teruggebracht naar Hilversum. Hier vind ik het eigenlijk best wel fijn, alleen is het af en toe wel best saai. Ik zit hier op een volwassenenafdeling, dus leeftijdsgenoten ga ik hier niet vinden. Het is ook best vervelend, want daardoor krijg ik ook zo’n gevoel van eenzaamheid. Maar goed, ik mag binnenkort weer naar buiten en kan ik weer mijn vrienden zien wanneer ik wil.’’ 

 

Hoe zit het met je ouders? 

 

‘’M’n ouders begrepen me ook niet. En door mijn agressie vond ik het ook niet fijn om thuis te zijn omdat er altijd ruzie kwam. Ik houd wel van ze en zij ook van mij, maar dat is anders dan elkaar begrijpen. Ik ga binnenkort weer terug naar huis, en hopelijk zal er niet te veel spanning ontstaan.’’ 

 

————————————————————————————————————————————————————————————————————————-

Ervaar je zelf ook zulke gevoelens en gedachten? Aarzel dan niet om hulp te zoeken bij vrienden, familie of kennissen. Bezoek 113.nl, en bel 113 voor professionele hulp. You matter.