“Het is keihard werken. Maar het is ook heel leuk.”

Martien Voorrips (63) werkt al enkele jaren op de Koninklijke Visio in Rotterdam, school voor blinden en slechtzienden. Erg blij met zijn werk als docent Zorg en Welzijn, besteedt Voorrips in zijn lessen voornamelijk aandacht aan het werk in de keuken. Hier komen zijn jonge jaren als kok erg van pas

 

Voorrips is begonnen als banketbakker, maar hier kon hij ‘zijn ei niet kwijt’. Wel heeft hij al zijn bakkersdiploma’s gehaald ( “Tot specialistisch niveau toe. Ik ben zelfs nog eens de op-één-na beste banketbakker van Nederland geworden in 1976!”). Hierna heeft hij zijn jaren nog doorgebracht als dieetkok in instellingen en was hij chef de partie in verpleeg-, bejaarden- en ziekenhuizen. Dit vond hij erg leuk en is trots op de brede werkervaring die hij hier op heeft gedaan, waarop gelijk mijn volgende vraag luidde: ‘Maar waarom bent u dit dan niet blijven doen?’

Martien Voorrips (64), 2018
Foto: Joyce Voorrips

“In de keuken gingen ze over naar een ontkoppeld systeem. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld in twee dagen voor de hele week kookt. Alleen wij kookten het niet meer zelf, wij lieten het allemaal binnenkomen. Eigenlijk sta je dus alleen maar te verdelen en te controleren of de etiketten kloppen. Dat iemand die zoutarm dieet is ook echt zoutarm eten krijgt. Dat vind ik geen kok. Toen had ik zoiets van: ik wil hier weg.”

Zo stopte Voorrips in 2007 als dieetkok en werd student aan de opleiding Docent Zorg en Welzijn.

 

“Ik heb zorg en welzijn gekozen omdat dit dan wat breder is dan alleen koken.”

Bij zorg en welzijn ga je veel dieper op dingen in. Het blijft niet bij: oké, als je te veel drinkt dan worden je hersenen minder ontwikkeld. Dat is een leuk verhaal, maar het spreekt niet aan. Met Zorg en Welzijn stel je de vragen: is twee biertjes per dag slecht? Is dat veel of juist heel normaal? Dat soort dingen.  Ik vind dat het ontzettend ondergewaardeerd is.

 

 Zorg en Welzijn

“Het klinkt misschien heel gek, maar waar ik het meeste van geleerd heb is mijn minor. Didactisch zat de studie namelijk prima in elkaar, alleen was het pedagogisch wat minder sterk. Het ging meer om de handelingen en de lesopbouw. Bij mijn minor omgangskunde heb ik geleerd hoe je om moet gaan met grote groepen. Ik probeer zo laag mogelijk bij de leerling te staan, bijna gelijk. Er moet wel autoriteit zijn, maar ze moeten mij kunnen vertrouwen en zich veilig voelen. Dat is zeker bij deze doelgroep (slechtzienden en meervoudig beperkten) heel belangrijk. Ze moeten ook alles tegen me kunnen zeggen, maar het moet wel netjes blijven. Dit is andersom ook. Bij mijn minor heb ik geleerd: hoe hou ik een klas bij elkaar? Of hoe hou ik de leerlingen op één lijn? Want je hebt best wel leerlingen die heel erg aan het uitproberen zijn en hoe ga je daarmee om? Dit heb ik met mijn minor geleerd. Daar heb ik gigantisch veel aan. Nog steeds.”

 

Werktijden

Vier dagen in de week begint Martien zijn lessen om 08.30 en eindigt hij deze uiterlijk om 15.00. Maar ook docenten hebben huiswerk. “Als je een x aantal uur les geeft, heb je daarvoor een bepaalde tijd voor je lesvoorbereidingen,” vertelt Martien. Een standaardverhouding die voor alle docenten zou gelden. Toch besteden docenten hier vaak langer de tijd aan. Een oorzaak van het vele ‘huiswerk’ zit met name in de lesvoorbereiding.

“Ik verzorg de kooklessen zelf, omdat alle leerlingen specifieke problemen hebben. Je gebruikt wel de algemene basismethoden, zoals bijvoorbeeld snijtechnieken. En dat leer je ze aan. En verder ga je kijken, per leerling, naar: wat past bij die leerling?” Toch is Martien zich ervan bewust dat niet alleen hijzelf, maar ook veel andere collega’s vaak meer tijd thuis aan hun werk besteden dan eigenlijk zou moeten. Maar al met al vindt hij zijn werktijden ‘wel prima zo’.

 

Wat was het leukste moment dat je hebt meegemaakt in de tijd dat je werkend als docent bent geweest?

“Mijn leukste moment..” Een diepe zucht. “Ik heb er eigenlijk wel twee gehad.

“Dat een leerling tegen mij zegt: ‘Ja, maar u kunt wel goed zien en ik niet.’ Toen zei ik: ‘Blinddoek me maar en dan ga ik alles pakken in de keuken wat ik nodig heb. Dan ga jij zeggen wat ik moet pakken, maar ik moet alles snijden.’ Dus dat heeft hij gedaan en ik wist alles feilloos te pakken en ging gewoon snijden. En toen hadden zij zoiets van: ja, dan moeten wij dat ook kunnen!

“En een ander leuk moment.. Er was een meisje die thuis altijd op de bank zat en die had ik onder andere snijtechnieken geleerd. Op familiedag kwamen die ouders kijken en toen stond zij prei te snijden met zo’n groot scherp koksmes.” Hij gebaart een groot mes die bijna de lengte is van zijn bovenarm. “Nou, die moeder ging zowat van d’r stokkie! Oma vroeg of ik wel goed bij mijn hoofd was. Zij stond gewoon rustig te snijden zonder dat haar vingertjes eraf vielen. Dat vond ik geweldig! Nu kookt ze thuis ook.”

 

Wat zijn de minder leuke momenten?

“De minder leuke momenten… Ik heb jaren lang mb’ers, meervoudig beperkten, gehad die heel goed waren, die eigenlijk tegen praktijkonderwijs aanzaten. Nu heb ik klassen van een paar stapjes lager. Dat zijn kinderen van een leeftijd, hóóguit, zes jaar.”

Het is even stil en Martien vertelt vervolgens verder over een meisje dat niet kan lezen. “En dat is heel lastig om daar iets op te bedenken. Ik had al modules gemaakt, maar ik moet nu nieuwe modules maken om, bijvoorbeeld, een boterham te smeren. Lessen van de vorige mb-groepen kan ik hier niet voor gebruiken. Nee.”

 

“Wat ik leuk vind is dat het heel veel verschillende niveaus zijn waarin ik lesgeef. Ik geef les aan praktijkonderwijs, meervoudig beperkten, aan vmbo, aan mavo-  en havo onderbouw. En normaal gesproken zit je op een aparte school, maar ik heb het allemaal. En het is keihard werken. Het is best wel veel werk, maar het is ook heel leuk.

 

Door Joyce Voorrips