‘Je kunt niet doen alsof.’

Annemarie Roding werkt als geestelijk verzorger in verpleeghuizen, waar zij in gesprek gaat met ouderen met dementie. De opleiding voor Geestelijk Verzorger gaat ervanuit dat je tegenover iemand zit die jou begrijpt en cognitief kan antwoorden, iets wat met de doelgroep van Annemarie niet altijd gaat. ‘Ik heb toen zelf moeten ontdekken hoe dat in de praktijk gaat.’

 

Bron: Annemarie Roding

Heb je hier een aparte benadering voor?

De basis is hetzelfde, maar de uitwerking is heel anders. Je zoekt wat voor iemand belangrijk is in het leven. Dit kan volgende week weer anders zijn, maar dan is het op dit moment belangrijk. Je probeert dan

iemand weer in verbinding te brengen met dat wat hem of haar altijd

energie en kracht gaf. Om het nu vol te houden in deze situatie. Ieder mens is anders, dus dat kan op heel verschillende manieren. Je luistert heel geconcentreerd, om tijdens die ontmoeting belangrijke dingen naar voren te halen. Ik ben niet alleen, maar er is ook nog iets anders in mijn leven waar ik kracht uit kan halen.

 

Ga je daar dan dieper op in?

Als dat lukt. Niet altijd. Soms zijn mensen het dan alweer vergeten, dan was het een momentopname.

‘Als Joep voor een tweede keer bij iemand komt, kan je terugkomen op het vorige gesprek. Dat kan bij mij nooit. Dat is wel verschillend, maar de basis is altijd goed luisteren.’

 

Werd je geholpen, de eerste keer dat je er werkte?

Nee. De voorganger was al een half jaar weg. En het was meer zo van: Nou, hier. Doe maar. En dat is ook wel goed gegaan. Heel veel dingen moet je zelf ontdekken en ook zelf fouten in maken. Niet leuk, maar het gebeurt wel.

 

Werd je vanuit de studie genoeg ondersteund om het werkveld in te gaan?

Nee. Nadenken over de vragen die mensen krijgen als ze heel erg ziek worden of waarbij mensen in hun omgeving sterven: Wat doet God in al dit lijden, hoe zit dat dan? Daar had je het dan niet over. Terwijl dit juist hele relevante vragen zijn voor ons leven als gelovigen, maar ook voor de levens van mensen die we ontmoeten. Ook als ze niet gelovig zijn, vragen mensen zich soms af.

 

Krijgen jullie die vraag vaak? Waarom gebeurt mij dit? Misschien ook m.b.t. het geloof?

Ja.

 

Wat antwoorden jullie daar dan op?

Er is geen antwoord. Ook heel opvallend, mensen die niet gelovig zijn en ziek worden, stellen ze ook wel eens de vraag: waarom doet God mij dit aan? Terwijl ze eigenlijk niet geloven. Dat is ook een soort gevoel van wat heb ik fout gedaan? Ik wil snappen waarom dit mij overkomt. Het moeilijke is dat je dat niet kunt weten.

Ik zie het ook altijd wel als een geschenk als iemand je die vraag durft te stellen. Dus hoe lastig het ook is, het is wel goed dat het gebeurt.

 

Neem je je werk ook mee naar huis?

Er wordt wel eens gezegd dat je je werk niet mee naar huis moet nemen, maar ik denk eigenlijk dat dat niet kan. Dat je het helemaal niet mee naar huis neemt… ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat dat mogelijk is in deze sector. Ik heb er ook nooit mee gezeten, hoor.

 

Joep: ‘We gaan wel eens een dag wandelen, en dan komen er opeens allemaal verhalen voorbij van mensen die je die week hebt gezien.’

Soms ben ik ook wel eens in mijn tuintje aan het werk, en dan denk je opeens terug aan een bepaalde ontmoeting. Dus ja, we nemen het wel eens mee naar huis en dat is voor ons ook helemaal niet erg. Het scheelt wel, dat als er iets is wat je echt dwars zit, dat je dat elkaar kunt vertellen.

 

Wat zijn de minder leuke momenten van je werk?  

Het gebeurt niet vaak, maar een enkele keer is iemand zo in nood, dat je weinig kunt doen. Als iemand bijvoorbeeld heel erg in paniek is. ‘Ik moet nu naar huis.’ Of ‘Mijn moeder weet niet waar ik ben.’

Vorige week was er bijvoorbeeld een vrouw, zij lag in bed en elke twintig seconden schreeuwde zij van de pijn. Toen heb ik bij haar gezeten. Je zou eigenlijk soms meer willen doen dan je kunt doen. En dat blijft, altijd denk ik wel, erg lastig.

 

Wat zijn de leukste momenten?

Er zijn wel heel veel leuke dingen. Ik kan eigenlijk niet zo goed kiezen.

Als je ver in de dementie komt, kunnen de meeste mensen niet meer praten. Je hebt ook een speciale kerkdienst voor mensen met dementie. En, dit heb ik meerdere keren meegemaakt, dan vraag ik aan een mevrouw die niet spreken kon: Mag ik voor u bidden? Waarop ze antwoordde: Ja, natuurlijk!  Dan heb ik heel veel plezier. Omdat zij zich kennelijk zoals vroeger voelde, dat dat spreken dan ook ineens weer lukt. Hoe het werkte, dat weet ik niet.

Joep: ‘Daar denken mensen vaak niet aan. Als mensen horen dat je in een verpleeghuis werkt, denken ze pff… dat zal wel zwaar zijn.’

Dan zeg ik altijd: ja dat is soms ook zwaar, maar het is ook heel mooi. Er wordt iedere dag gelachen. Mensen kunnen soms zo verassend uit de hoek komen. Dat is echt heel erg leuk.

 

Wat doet het beroep met je?

Je kunt niet doen alsof. Als je doet alsof bij iemand met dementie, dan hebben ze je door, dan kom je nergens. Je moet zo puur mogelijk zijn om het contact te laten slagen, omdat zij dat ook zijn. En ik denk wel dat ik dat meer, nog steeds we, aan het leren ben, om dat in het dagelijks leven te zijn.

 


Meer weten over het beroep en de loopbaan van Annemarie?

Lees meer..

 

Loopbaan

Annemarie heeft Gemeentepredikant Gestudeerd aan de Protestantse Theologische Universiteit. Hiervoor heeft zij Godsgeleerdheid / Geestelijke Verzorging gestudeerd aan de Universiteit in Utrecht, waar zij de specialisatie Geestelijke Verzorging heeft gekozen.

 

Werktijden

‘Het zijn eigenlijk kantoortijden.’

Annemarie werkt drie, binnenkort vier dagen in de week tussen negen uur en vijf uur. Vaak omdat er maar weinig mensen zijn die ’s avonds nog op zijn.

 

Door Joyce Voorrips