Ad de Meijer over zijn syndroom: Klinefelter “De maatschappij doet alsof het onmenselijk is”

Momenteel wordt er door seksdiversiteit Stichting NNID een onderzoek gedaan naar de acceptatie van ’interseksen’. Man en vrouw zijn niet meer de enige genders die wij in de samenleving kennen. Naast transseksuele en non-binaire personen bestaan er dus ook interseksen. Zij hebben lichamelijk zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken. Ad de Meijer heeft het Klinefeltersyndroom en valt onder deze categorie.   

Bij 1 tot 2 op de 1.000 mensen komt het syndroom van Klinefelter voor. Mannen met Klinefelter worden met een extra vrouwelijk chromosoom geboren, ook wel het XXY-chromosoom genoemd.    

“Mijn, inmiddels ex, vrouw en ik probeerden al een tijd zwanger te raken. Dit bleef mislukken, we lieten ons beiden onderzoeken naar de mogelijke oorzaak. Uiteindelijk bleek dat het probleem bij mij zat, ik ben onvruchtbaar dankzij het Klinefeltersyndroom. De diagnose zelf interesseerde me niet zoveel, dat ik hierdoor geen eigen kinderen meer kon krijgen viel me heel zwaar. De kinderwens bleef groot, dus toen kwamen er andere opties: adoptie, pleegkinderen, het paste allemaal niet bij mij. Een anonieme donor die heel veel op mij lijkt was de enige gepaste optie, op die manier heb ik twee zoons gekregen.” 

“Pas na deze periode vielen er puzzelstukjes op zijn plek. Het syndroom verklaarde veel gebeurtenissen in mijn jeugd. Een kenmerk van Klinefelter is een lager energielevel; sporten en veel bewegen is dus lastiger. Ik ben niet sportief aangelegd, op school kon ik niet lang mee buiten spelen. Bij gym werd ik altijd als laatste gekozen. Ik had er de energie niet voor. De ontwikkelingen die een normale puber heeft, kwamen bij mij later opbloeien. Daarbij kwam ook nog dat ik heel verlegen was, contact met vrouwen was dus lastiger. Andere jongens ontwikkelden zich sneller en meer, ze kregen een gespierd en mannelijk lichaam. Ik had en heb dat gewoon niet.” 

“Met Klinefelter hoor je eigenlijk bij de intersekse, dus dan heb je mannelijke en vrouwelijke lichaamsdelen.  Bij de Klinefeltervereniging zijn er weleens filmpjes vertoond van mensen die ons syndroom echt als onleefbaar of als een ziekte beschouwen. We zijn gewoon normale mensen, zo worden we alleen niet beschouwd omdat we er niet uit zien als man of vrouw. Ik voel me hierdoor helemaal niet veilig om er open over te zijn. Het voelt alsof ik niet gesteund word, zelfs bij de Klinefeltervereniging voel ik dit niet. Tuurlijk herken ik de problemen van anderen. We hebben een ‘mannenclubje’ en iedereen is daar heel open over Klinefelter. Alleen wij denken en uiten ons snel negatief, dat is wellicht ook de reden dat ik zo beladen van die meetings terugkom. Het levert mij eigenlijk niks op.”  

“Ik vind mezelf er wel uit zien als een man, en heb dan ook nooit getwijfeld aan mijn genderidentiteit. Het extra vrouwelijke chromosoom dat je hebt met Klinefelter zorgt ervoor dat ik flinke heupen en lichte borstvorming heb. Ik werk in de fabriekshallen en collega’s hebben mij weleens uitgelachen. Ook als ik met mijn twee zoons naar het zwembad ga, kijken mensen naar je lichaam en voel je het gefluister. Ik weet dat ik een man ben, maar die lichaamsdelen zitten er wel.” 

“Mijn ex-vrouw legt aan mijn zoons uit dat Klinefelter een ziekte is. Dit raakt mij want het is geen ziekte. Zelf vermijd ik het gesprek met ze, ik wil dat ze mij zien zoals ik ben. Daarom vertel ik in vriendschappen nooit dat ik het Klinefeltersyndroom heb. Natuurlijk komt er een moment in bepaalde relaties dat je het moet vertellen, maar ik probeer het wel uit te stellen. Of ik het aan mijn werkgever moet vertellen is een vraag waar ik nog steeds mee worstel. Die druk ligt er zeker wel. Wanneer je door het syndroom te moe bent om te werken wil je leidinggevende natuurlijk weten hoe dat komt. Je wordt daarop afgewezen, ik heb het daarom ook bij mijn nieuwe baan niet verteld. Er is geen verplichting natuurlijk.”  

“Ik weet zeker dat de maatschappij Klinefelter als een ziekte ziet. Op de radio was een reclamesportje over abortus. Het ging over foetussen die geen toekomst hebben en ouders die om die reden abortus plegen. Tijdens zwangerschappen worden er testen gedaan of de baby gezond is, er wordt ook op Klinefelter getest. De arts geeft hierbij abortus als optie, omdat mensen met Klinefelter een slechtere toekomst zouden hebben. Dit raakt mij enorm: ik leef normaal, ben vader van twee zoons, ik werk en heb net een huis gekocht. Een foetus, met dezelfde diagnose als ik, wordt al afgekeurd voordat hij op de wereld is. Alsof het onleefbaar is, alsof wat ik heb onmenselijk is.” 

“De samenleving wordt wel steeds meer geïnformeerd over dat er meer genders zijn dan alleen man en vrouw. Er is meer acceptatie dan voorheen, maar er blijven altijd mensen die het niet begrijpen of accepteren. Er vindt tegenwoordig goede scholing plaats op dit gebied, zodat kinderen opgroeien met het bewustzijn van meerdere genders. Ze hoeven dit niet te herkennen, maar het is wel belangrijk dat het besproken wordt.”