“In IJsland zit ik gevangen op een eiland”

IJSLAND – Sinds 2013 vertrekken er steeds meer mensen uit IJsland. Vaak zijn dit jonge mensen die hun kleine woonplaatsen inruilen voor de grote steden in het buitenland. Een van deze emigranten is Brynjar Darri Sigurðsson Kjerúlf (28). Hij komt uit een vallei, Fljotsdalúr, waar maar negentig mensen wonen.

Leven in de vallei

“Ik kom uit het oosten van IJsland, uit een vallei. Ik woonde in een dorpje genaamd Egilsstaðir, dat heeft ongeveer drieduizend inwoners, maar ik woonde voornamelijk in de vallei die negentig inwoners heeft. Het dorpje lag op ongeveer dertig minuten afstand. Ik heb daar gewoond totdat ik zeventien was. Toen ben ik voor een jaar verhuisd naar Oostenrijk, bij terugkomst heb nog een paar jaar in de vallei gewoond. Ongeveer zo’n twintig jaar in totaal.

In de vallei is het leven simpel: je wordt wakker, doet je werk en dan doe je wat met je vrije tijd. Bijvoorbeeld als er mensen langskomen, dan praat je uren aan een stuk door, omdat je geen andere mensen ontmoet. Het was een beetje anders in het dorpje. Natuurlijk had ik vrienden daar, ik ging er naar school. Ik had niet echt een band met de gemeenschap in de vallei.”

Vertrek

“Ik wilde gewoon weg, ik wilde niet de typische persoon worden die voor altijd in zijn geboorteplaats blijft en niet de wereld gaat ontdekken. Het idee om op uitwisseling te gaan, was voornamelijk het idee van mijn moeder. De meeste mensen in mijn familie zijn op uitwisseling geweest. Het is gewoon een norm in de familie. Ik maakte uiteraard de laatste beslissing. Toen koos ik Oostenrijk. Ik verveelde me eigenlijk met wat ik had. Er waren niet erg veel kansen, elke dag dezelfde routine, altijd dezelfde dingen om te doen. Dus ja, ik wilde de wereld ontdekken.

Ik dacht: yes, ik ga naar Europa, ik ga naar de grote stad en daar van het stadsleven genieten! Nou, dat was een soort van een mislukking: het dorp waar ik naartoe verhuisde had honderdvijftig inwoners, toch zestig meer dan ik gewend was.”

“Toen ik terugkwam uit Oostenrijk, was de grootste verandering dat ik een socialer mens was geworden, veel opener. Ik woonde toen nog een paar jaar in IJsland en naderhand verhuisde ik weer terug naar Oostenrijk, nu voor goed. Ik focus me nu meer op de dingen in mijn omgeving. Voornamelijk duurzaamheid. De manier van leven, de manier waarop ik leef, is dat ik nu meer aandacht voor mezelf heb. Ik dacht daar compleet niet aan toen ik in IJsland was. Het is om wat voor reden ook beter in Oostenrijk. Ik heb zoveel mogelijkheden hier. In IJsland zit ik gevangen op een eiland, als ik daar weg wil moet ik op zijn minst driehonderd euro betalen voor een vliegticket. Hier kan ik weg wanneer ik wil.”

Leeglopende dorpjes

“De leeglopende dorpjes zijn vooral een probleem waar ik vandaan kom, de Oostfjorden en in de Westfjorden. Zij zijn het verste weg van de beschaving, zullen we maar zeggen. Wanneer ik naar Reykjavik wil, moet ik acht uur rijden of met het vliegtuig gaan.

Het is behoorlijk afgelegen, het probleem is dat mensen niet terugkomen. Omdat ze geen kansen zien. Wat er dan gebeurt, is dat de gemiddelde leeftijd omhoog gaat. In mijn vallei is de gemiddelde leeftijd ongeveer 52 jaar. Want alle jonge mensen verhuizen. Dit is voornamelijk omdat ze geen woonruimte voor ons hebben. Wij willen niet voor altijd bij onze ouders blijven wonen. Er zijn geen extra huizen, niemand bouwt hier.

Volgens mij zijn ze nu bezig met een project, ze bouwen een klein dorpje met een stuk of acht huizen. Dus ze proberen het wel op te lossen. “

Meer werkgelegenheid

“Je kunt alle banen in de wereld maken, maar je moet de correcte banen maken. Als je alleen een kledingwinkel of een supermarkt hebt, jongeren die zijn gaan studeren hebben nu hun master gehaald, die komen echt niet terug voor dat soort baantjes. Wat was het nut van studeren dan? Dat is iets waar de IJslandse staat aan werkt. Ze proberen de overheidsbanen meer naar het platteland te krijgen. Ze proberen mensen daar echt naartoe te krijgen. We zijn goed ingelicht over dit probleem. We weten dat het er is. We weten dat jonge mensen uit kleine dorpjes verhuizen. Er is niets wat die mensen terughaalt.”

Geen dal te bekennen

“De vallei is te prachtig, mensen zullen daar altijd blijven. Het is een landbouwgebied. We hebben daar tienduizenden schapen. Dit dal is ook behoorlijk bijzonder omdat desondanks we negentig inwoners hebben, is er statistisch gezien een hoog percentage overheidsbanen. We hebben er goede infrastructuur, veel toerisme en zijn begonnen met bosbouw. Volgens mij is er ook een hoofdkantoor voor een van de grootste nationale parken in Europa! We zijn goed op weg.

We proberen mensen hierheen te krijgen, maar het zal platteland blijven. Een rustiek gedeelte IJsland.  Ook met de sprong van negentig naar drieduizend inwoners, het zal een simpel bestaan blijven. Dat is de reden dat mensen er wonen.”