“Iedereen moet vrij kunnen zijn om te onderzoeken wie hij is zonder enige druk van de buitenwereld”

Zo’n 53 procent van de jongeren in Nederland vindt het moeilijk om uit de kast te komen, blijkt uit onderzoek van 3Vraagt (augustus 2020). Ook Geert Glaudemans (50), heeft in zijn tienerjaren rondgelopen met de gedachte dat hij zijn homoseksualiteit niet kon uiten. “Homoseksualiteit was in mijn tijd raar, ik had dan ook niemand waaraan ik me kon spiegelen.” Hij werkt als secretaris bij Cultuur- en Ontspannings Centrum (COC) Noordoost Brabant, dat is de Nederlandse belangenorganisatie van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en mensen met een intersekse-conditie.

Waarin merkte je dat je niet op vrouwen maar op mannen viel?

“Toen ik al op de basisschool zat merkte ik dat ik de jongentjes leuker vond dan meisjes. Ik was toen tien jaar oud maar ik was er niet bekend mee, er was geen rolmodel. Dat kwam doordat ik uit een katholiek gezin kwam, waar vooral traditionele gezinnen aan de orde waren en waar er nooit gesproken werd over homoseksualiteit. Op de middelbare school begon het zich steeds meer te ontwikkelen en hoorde je meer over het onderwerp homoseksualiteit. Toen heb ik soms wel nagedacht over of ik mezelf daarin herkende, maar ik wilde me dus eigenlijk niet zo voelen. Ik was bang dat het raar zou zijn.”

Van ongeveer m’n 15e tot 25ste ben ik bezig geweest met het feit dat 
ik niet wilde dat de buitenwereld zag dat ik homoseksueel ben”

 

Wat was de reactie van je omgeving toen je uit de kast kwam?

“Ik was pas 25 jaar toen ik uit de kast kwam. Mijn moeder overleed toen ik vier was en mijn vader is toen nog een keer getrouwd alleen had ik met mijn stief moeder niet zo’n hele goede band. Mijn vader was één van de redenen dat ik het moeilijk vond om erover te praten. Ik was bang dat hij er veel moeite mee zou hebben en het niet zou accepteren. Toen ik het heb verteld was zijn reactie juist positief. Hij zei dat hij eigenlijk al een vermoeden had. Nadat ik het mijn vader vertelde over mijn homoseksualiteit werd mijn band wel anders, omdat ik nu wist dat het goed was.”

Heeft het uit de kast komen je leven veranderd op het vlak van identiteit?

“Ja zeker, van ongeveer m’n 15e tot 25ste ben ik bezig geweest met het feit dat ik niet wilde dat de buitenwereld zag dat ik homoseksueel ben. Je doet jezelf voor als iemand die je eigenlijk niet bent. Dat wordt heel erg vermoeiend op een gegeven moment. Nu kan ik uiten wie ik ben en dat is fijn.”

Waarom voelde jij je geroepen om aan te sluiten bij het COC Noordoost Brabant?

“Zoals ik al eerder vertelde had ik vroeger nooit een rolmodel. Het COC strijd voor de integratie van seksuele diversiteit en wat wij willen bereiken is jongeren simuleren om over het onderwerp te praten. Ik vind het heel erg belangrijk dat alle jongeren het gesprek aangaan over homoseksualiteit bijvoorbeeld. Ten eerste omdat ik hoop dat meer jongeren gemakkelijker uit de kast komen en ten tweede om het pesten te voorkomen. Iedereen moet gewoon zichzelf kunnen zijn en iedereen moet vrij kunnen zijn om te onderzoeken wie hij is zonder druk van de buitenwereld.”

Wat zijn de werkzaamheden die jij voor de COC uitvoert?

“Ik ben nu secretaris voor het gebied Noordoost Brabant. Ik ben verantwoordelijk voor het beheer van het ledenbestand en de dagelijkse communicatie. Hiervoor heb ik zes jaar voorlichting gegeven op scholen vanuit de COC. Het was op allerlei scholen, van praktijk tot vwo scholen. Dat vond ik erg leuk om te doen, omdat je heel duidelijk ziet hoe verschillende niveaus op het gespreksonderwerp reageren.”

Hoe reageren de scholieren hier dan op?

“Op het vwo geven ze vaak een sociaal wenselijk antwoord, maar soms doen ze zich dan beter voor dan ze zijn en kom je achter dat oordelen toch aan de oppervlakte drijven. Op het praktijk onderwijs roepen leerlingen wel eens heel primair dingen zoals laatst een jongen die door de klas schreeuwde: “kontneuken!”. Dat kun je natuurlijk moeilijk negeren, omdat we daar komen om te praten over identiteit en geaardheid en niet over seks. Maar als er zoiets gebeurd probeer ik altijd op een speelse manier ermee om te gaan, omdat ik het ook weer super grappig vind. Door een spelletje te doen om te praten over soorten seks verdwijnt meestal de onrust in het lokaal. Dan kunnen we ook door met de lesstof waarvoor we zijn gekomen.”

Welke dingen zijn er nog die volgens jou zouden moeten veranderen in de omgang/acceptatie van LHBTI’S?

“Als eerst het normaliseren van het gespreksonderwerp homoseksualiteit, omdat er heel beschamend of moeilijk over gepraat wordt. Het is dan ook een gezamenlijke taak van ouders en de school om het gesprek aan te gaan over onderwerpen als homoseksualiteit. Maar het zou iets moeten zijn wat heel natuurlijk is en waar we het gewoon over kunnen hebben. Maar als tweede ook het schelden op vooral voetbalvelden. Het scheldwoord, ‘homo’, is één van de meest gebruikte scheldwoorden op het veld. We zijn met de COC ook een campagne gestart met Bossche voetbalverenigingen om het scheldgedrag op de velden te verminderen. Dat zijn eigenlijk de dingen waarvan ik hoop dat dat verandert.”

Hoe sta je nu in het leven?

“Ik ben nu erg gelukkig met mijn man en hondje, maar je blijft jezelf constant ontwikkelen. Soms loop ik nog tegen dingen aan en daar blijf je van leren. Als je tien jaar lang in een wereld leeft waarin je het gevoel hebt dat je niet welkom bent, daar word je niet vrolijk van. Het blijft heel je leven een uitdaging om sommige overtuigingen los te laten die soms toch de kop op steken.”

“Praat erover met iemand die je vertrouwt en blijf er niet alleen mee lopen”

Welk advies zou je jongens/meisjes mee willen geven die worstelen met het uit de kast komen of in de knoop zitten met hun “identiteit’?

“Praat erover met iemand die je vertrouwt en blijf er niet alleen mee lopen. Als je ermee blijft lopen dan maak je jezelf gek en dat is niet fijn. Ik kon het zelf met niemand bespreken ook niet met vrienden van de middelbare school. Er blijft dan altijd iets wat je achterhoudt en dat is in een vriendschappelijke relatie ook niet fijn om te ervaren. Dus ga het gesprek aan.”