‘Het grootste probleem is de winkelformule, daarom vallen zaken om’

De retail heeft het zwaar, de fysieke winkels lopen terug in aantallen, panden komen leeg te staan. Ernest Sparla en Ibe van Aken, docenten op het ROC Tilburg (school voor commerciële dienstverlening) doen hun verhaal over de identiteit die je moet creëren om bestaansrecht als winkel te houden.

Door: Ruud Smolders

Tilburg, 8-1-2020

 

Ernest Sparla en Ibe van Aken  docenten van het ROC                                                                              

 

Ernest Sparla en Ibe van Aken zijn docenten op de school voor commerciële dienstverlening in Tilburg. Zij staan aan het begin van de ondernemers van morgen. Tegenwoordig is het voor de fysieke winkels moeilijk om te blijven bestaan aangezien veel aankopen online gedaan worden. Toch geloven Ernest en Ibe er heilig in dat fysieke winkels blijven bestaan als je maar over de juiste identiteit beschikt.

 

‘’Ernest: We leiden hier mensen op tot bedrijfsleiders, manager retail dus. Dit zijn de mensen die fysieke winkels runnen, managers van het personeel, soms doen ze inkoop en ze houden zich bezig met reclame. Ik zie zelf wel ook als consument dat het fysieke winkelen minder wordt en er winkels leegstaan. Ik denk dat het als winkel juist een mooie uitdaging is om te zorgen dat je bestaansrecht hebt.’’ Hij kijkt trots terwijl hij deze uitspraak doet, je kunt zien dat hij van zijn vak houdt.

 

Om leerlingen enthousiast te krijgen over de opleiding zet het ROC alle zeilen bij om de opleiding zo leuk mogelijk in te richten. Ze willen studenten uitdagende stageplekken bieden en zorgen voor input vanuit het bedrijfsleven. Er worden gastcolleges geregeld die vertellen over hun beroep.

 

‘’Ibe: Het wordt wel lastig als je niet onderdeel bent van een grote winkelketen, een zelfstandige heeft het lastiger. Als jij bijvoorbeeld een kledingwinkel hebt waar je kleding verkoopt die men ook bij H&M kan kopen heb je niet veel bijzonders. Je moet je onderscheiden en dan bijvoorbeeld kleding gaan verkopen voor een bepaalde doelgroep, een specifiek merk wat bij een bepaalde look hoort, skater, hiphopper, chic, et cetera. Als je een hele specifieke branche hebt heb je wel bestaansrecht.’’

 

‘’Ibe: Soms zijn het ook de regionale factoren. In Tilburg ligt het gemiddelde inkomen lager dan in andere steden in Brabant. Een winkel als de Bijenkorf zou hier geen bestaansrecht hebben omdat hier niet het publiek woont voor een dergelijke winkel. Iemand zoals Roy Donders had nog wel zijn bekendheid, maar heeft zijn hand overspeelt.’’ Ibe schudt wat met zijn hoofd. ‘’Het probleem zit hem er in dat je plan echt goed moet zijn. In de wijk Broekhoven waar hij eerst zat waren de kosten voor het pand lager dan dat de prijzen in de stad zijn. In het centrum van de stad zijn wel meer mensen en heb je dus ook meer kans dat mensen naar jouw winkel komen. Dit moet je in een balans zetten en dan kijken of het rendabel is om naar het centrum te verhuizen met je winkel.’’

 

De Provincie Noord-Brabant telt 62 gemeenten, Tilburg staat op plek 59 van hoogste gemiddelde inkomens per bewoner. Er valt dus zeker iets te zeggen over Ibe’s standpunt.

 

‘’Ernest: Of er wel een mogelijkheid  is om als eenmanszaak bestaansrecht te creëren? Natuurlijk! De truc hierachter is dat je ook een wat anders ziet als consument, de Zeeman en Big bazaar zie je overal. Je springt er dus uit omdat jij dan leuke, ouderwetse snoepwinkeltje hebt dat je nergens meer ziet bijvoorbeeld. Het zijn niet de miljoenenbedrijven, maar wel bedrijven met bestaansrecht. Het grootste probleem is de winkelformule, daarom vallen zaken om. Als mensen een makkelijkere manier hebben om aan hun producten te komen doen ze dat.’’

 

‘’Ibe: Winkels die gewoon een flinke bulk hebben zoals een Action of Big Bazaar zitten onderaan qua prijzen en kunnen hierdoor ook blijven bestaan omdat het gewoon een goed alternatief is. Een winkel zoals de Blokker zit er tussenin, hier betaal je bijvoorbeeld twintig euro voor een koekenpan die bij de action vijf euro kost. Dan heb je nog de bovenkant die zich specialiseert in keukenapparatuur en servies bijvoorbeeld. Die hoogwaardige producten verkopen die lang, zo niet bij normaal gebruik voor altijd meegaan.’’

 

‘’Ernest: Je hebt het ‘funshoppen,’ ken je dat? Dat is wanneer een groepje mensen ergens gaat zitten om wat te drinken, tussendoor gaat lunchen. Het kopen van producten blijft hier ook aan kleven. Zonder aankoop zijn ze bij wijze van spreken chagrijnig. Het winkelen is zo een beleving, een dagje uit. Dat is iets wat je op internet niet hebt. Hierin kun je je dus nog onderscheiden.’’ Ibe vult aan: ‘’laatst was ik met mijn vrouw en 2 dochters aan het winkelen. De vrouwen willen alle winkels zien en het duurt allemaal lang. De mannen gaan maar buiten staan of lopen wat verdwaald door de winkel. Ik vroeg ook aan een medewerker of ze geen ‘mancave’ hadden. Dat is natuurlijk wat overdreven maar wel iets om over na te denken. Door mensen op zo’n soort manier te bedienen, ook degenen die als gezelschap meekomen trek je weer klanten die ook terugkomen.’’

 

‘’Ibe: De klant wil in de watten gelegd worden. Thuis liggen mensen op de bank, een hapje en een drankje. Er zijn ook mensen die willen het product zien, het product voelen. Deze mensen moet je tegemoet komen. Zo komen we dus terug op de winkelformule. Je kunt als retailer ook inspelen op het gedrag van de mensen. Je hoeft zo niet 23 kleuren van een bepaald type schoen in de winkel te hebben, geef aan dat mensen het wel via de website kunnen bestellen.’’

 

‘’Ernest: Als we dit alles op onze school betrekken, er wordt wel gekeken door studenten naar het feit of ze willen gaan werken in retail omdat het toch moeilijk is om een baan te vinden in fysieke winkels. Fysieke winkels gaan echter echt niet verdwijnen. Een groot gedeelte van de Nederlanders geeft ook aan nog graag te winkelen en er zullen dus mensen moeten zijn om die klanten te bedienen. Samenvattend zouden we kunnen stellen je winkelformule moet kloppen en je moet je eigen bestaansrecht creëren.’’