Herman is ‘énig’: uniek, waarvan er maar één is

Door: Mayee Macco

NIJMEGEN – Autistische mensen zitten over het algemeen in hun eigen wereld, maar Herman van de Water (14) is, ondanks zijn autisme, een echte ‘kletsoom’. Met zijn Limburgse accent geeft hij aan “het énig te vinden om gezellig te kletsen”. Herman is een kleine jongen, netjes gekleed en draagt drie kettingen met grote kruisen om zijn nek. Hij is, zoals hij zelf vaak zegt, ‘énig’.

Herman kreeg op zijn negende de diagnose van klassiek autisme. Nergens hadden ze door wat er met hem aan de hand was. Thuis had hij woedeaanvallen, maar aan de buitenwereld liet hij nooit iets zien. “Ik ben overal geweest om te achterhalen wat er met mij was. Uiteindelijk kwamen we uit bij de Bascule in Amsterdam, dat is een kinder- en jeugdpsychiatrische kliniek. Ik kreeg een kamer waar allemaal camera’s hingen om mijn gedrag in kaart te brengen. Eerst voelde het alsof ik in een gevangenis zat, maar algauw vergat ik de camera’s. Mijn ouders keken met begeleiders de camerabeelden terug en gingen vervolgens in overleg over wat er met mij aan de hand was en hoe ze daarmee om moesten gaan.”

Herman heeft er zelf geen moeite mee dat hij autistisch is. Hij vindt het alleen lastig om dingen te plannen en te organiseren en is een echte control freak. Hij vindt het belangrijk dat alles klopt en tot in de puntjes gestructureerd is. “Als ik naar jou kijk dan zie ik niet alleen jouw gezicht, maar ook alle kleine details om jou heen.”

“Eerst voelde het alsof ik in een gevangenis zat.”

Tegenwoordig heeft Herman minder woedeaanvallen dan vroeger. Toen stapelden frustraties zich op en wist hij niet hoe hij ermee om moest gaan. Nu gaat hij naar zijn kamer om na te gaan wat er gebeurt. “Ik ga nadenken over wat ik fout heb gedaan, wat mijn ouders fout hebben gedaan en hoe het opgelost kan worden. Als ik daarachter ben dan ga ik naar mijn ouders en praten we het uit. Het komt altijd vanuit mij en niet vanuit mijn ouders, zij laten mij.”

Herman zit op een school voor speciaal onderwijs in Nijmegen, deze school zet zich in voor kinderen en jongeren met een speciale onderwijs- en begeleidingsvraag. De school stimuleert talent te ontdekken en te ontwikkelen. Herman krijgt op school veel ruimte voor zijn specifieke talenten. “Ik ben heel muzikaal. Ik speel: ukelele, gitaar, trekharmonica, draailier, accordeon en djembé. Nu wil ik graag viool leren spelen omdat ik van klassieke muziek houd.” Herman heeft geen muziekles. Met behulp van instructiefilmpjes op YouTube leert hij al deze instrumenten bespelen. Op het moment is The Sound of Silence – Simon & Garfunkel zijn favoriet. “Dit nummer werd gedraaid bij de uitvaart van mijn oom Peter. Van hem heb ik mijn muzikaliteit, want mijn ouders zijn niet zo muzikaal.”

Herman pakt zijn trekharmonica erbij. “Ik ga een pletwals voor je spelen omdat ik dat mooi vind en je er zo lekker op kan dansen.” Herman zet met zijn voet het ritme in en begint te spelen. Tijdens het spelen kijkt hij serieus en recht voor zich uit. Tussen de muziek door hoor je zijn voet mee tikken. Hij is klaar, begint te glimlachen en zegt: “De pletwals, énig hè?” Een pletwals is een muziekstuk met een driekwartsmaat.

“Je kan er zo lekker op dansen.”

In de toekomst wil Herman muzikant of priester worden. “Ik ben vorig jaar pas gedoopt, want mijn ouders zijn niet gelovig. Als klein kind wilde ik al naar de kerk. Ik weet vrijwel zeker dat het een roeping van God is. Elke laatste vrijdag van de maand heb ik les bij de priester. Samen met een groep tieners krijgen we les over Jezus en het geloof. Gastsprekers vertellen over het leven in een klooster. Ik wil er graag meer over leren omdat ik het zo interessant vind.”

Van meneer pastoor heeft Herman een ketting met een kruis gekregen en bij de kringloopwinkel heeft hij er zelf nog een gekocht. Hij is er enorm trots op en draagt ze dagelijks. “Mijn kamer staat ook vol met kerkspullen. Ik lees veel kerkboeken en als je ooit een katholiek gebedenboekje tegenkomt, dan moet je die zeker kopen want die zijn erg zeldzaam.”

Herman twijfelt nog of hij niet liever paus wil worden. Hij wil dat priesters meer vrijheid krijgen. “Ze moeten zich nu heel streng houden aan het celibaat, maar ik vind eigenlijk wel dat ze mogen trouwen. Als dat mag dan komen er, denk ik, ook meer priesters bij.”

Naast dat Herman gelovig is, is hij ook erg spiritueel. Hij is, naar eigen zeggen, medium en kan door deze gave communiceren met overleden mensen. “Ik zat eens in de auto en zag twee mensen: mijn oom Peter en mijn al overleden opa. Ik zag ze met de engeltjes naar boven gaan, dus dat zei ik tegen mijn vader. Hij geloofde het niet, maar een paar uur later kregen we een telefoontje dat mijn oom was overleden.” Ook in spiritualiteit wil Herman zich meer verdiepen omdat hij het zo interessant vindt. “Ik praat er veel over, al denkt iedereen dat het fantasie is. Mijn ouders zijn er sceptisch over, maar dat vind ik prima want ik weet wat ik zie en voel.”

“Ik zag ze met de engeltjes naar boven gaan.”

Hermans ouders vinden het goed dat hij zo met geloof en spiritualiteit bezig is. Ze zijn alleen bang dat hij erin doorslaat. “Maar dat gebeurt niet want ik krijg een stem door van de lieve Heer, die aangeeft dat ik er genoeg mee bezig ben geweest en dan stop ik.”

“Ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde. Daarnaast denk ik dat we allemaal verbonden zijn met elkaar. Ik steek altijd een kaarsje aan voor iedereen, ongeacht waar je vandaan komt, wie je bent en waar je in gelooft. Mensen mogen hier in Nederland zijn zoals ze zijn en dat heb je maar te accepteren. Anders ga je maar ergens anders naartoe. Gelukkig mag ik hier zijn wie ik ben.”