Radiologie in de coronacrisis: “We hebben echt wat bijgedragen aan het begrip van corona”

Ziekenhuizen hebben het er razend druk mee: corona. Niet alleen IC-artsen, maar ook andere specialismes spelen een belangrijke rol in de coronazorg. Zo hebben bijvoorbeeld radiologen een rol gespeeld in de behandeling van corona. Hoe ervaren zij de zorg tijdens de coronacrisis en kunnen zij hun eigen zorg nog wel bieden? Dr. G.J. Lycklama à Nijeholt is radioloog bij het Haaglanden Medisch Ziekenhuis (HMC) en vertelt over zijn specialisme in de coronacrisis.

Radiologie is een medisch specialisme dat zich vooral bezighoudt met ziektes in bot of weefsel ontdekken door middel van scans. Hoe is radiologie dan toch te gebruiken voor corona?

“Aan de ene kant staan wij radiologen wat verder weg van de zieke patient, toch spelen we ook tijdens de coronacrisis wel een rol. We kunnen namelijk door middel van foto’s en zogenaamde CT-scans zien of iemand corona heeft, al voordat dat bekend is in een laboratorium. Dit was vooral in de beginfase van de coronacrisis waardevol. Toen zijn er namelijk snel veel radiologen dit gaan bestuderen, waarna zij met criteria kwamen om aan de hand van de CT-scans te bepalen of patiënten die binnenkwamen op de eerste hulp corona hadden.

We zijn door de scans ook meer te weten gekomen over wat er gebeurt als iemand corona heeft. Zo zagen we dat er vaak trombose optreedt bij een coronapatiënt, dat houdt in dat bloedvaten verstopt raken. Dit konden radiologen aantonen, waardoor artsen het meenemen in hun behandeling en bijvoorbeeld ook bloedverdunners zijn gaan geven. We hebben wel echt wat bijgedragen aan het begrip van corona.”

Welke verschillen merkt u in de zorg in vergelijking met voor corona?

“Toen de eerste coronagolf kwam, is onze hele zorg grotendeels gestopt of uitgesteld. Binnen de radiologie hebben we ook veel te maken met zorg die niet acuut is, waardoor bijvoorbeeld MRI-scans, CT-scans of echo’s niet doorgingen. Anderzijds waren we wel betrokken bij coronapatiënten door het maken van scans, alhoewel met name de röntgenlaboranten de scans maakten. Toen er daar veel zieken waren, moesten wij als radiologen bijspringen. Op een gegeven moment had het HMC een personeelstekort, waarna wij zijn gaan helpen bij de laboranten. Dat was leuk en leerzaam en daardoor zijn we door de crisis heengekomen.”

Vindt u het dan niet lastig om wel coronapatienten te helpen en niet uw eigen patiënten?

“Dat is inderdaad voor veel artsen erg lastig geweest. Vooral wanneer zorg die niet acuut is, maar ook niet te lang kan wachten, uit wordt gesteld. Ik heb daar persoonlijk niet heel veel mee te maken, omdat ik een ondersteunende rol heb, maar in sommige situaties speel ik wel een rol in de behandeling en dan wil je die toch door laten gaan. Wij proberen dit wel te vermijden hoor, en ik denk dat dat redelijk lukt.”

Merkt u verschil in de zorg in de eerste en tweede golf?

“Ja, de tweede golf is veel beter voorbereid. Dat houdt in dat de gewone zorg grotendeels doorgegaan is. Eigenlijk nu pas, met de stijging van het aantal besmettingen, merken we dat de gewone zorg weer wordt afgebouwd, net als in de eerste golf. Maar dit gaat minder ver dan in de eerste golf, toen was alles stilgelegd en mocht ik niet naar het ziekenhuis, behalve voor de coronazorg. We hebben nog wel beperkingen, maar minder dan tijdens de eerste golf.”

Dus u kan dan wel thuiswerken als radioloog?

“Ja. Dat is het mooie van radiologie. Het werk, het beoordelen van scans, kan overal, zo ook thuis.”

Bent u, ondanks dat u veel op afstand werkt, alsnog bang om toch zelf het coronavirus op te lopen tijdens uw werk?

“Ik ben er zelf niet bang voor, maar ik weet wel dat het kan gebeuren. We nemen daar in het ziekenhuis dan ook de nodige voorzorgsmaatregelen voor, zo lopen we de hele dag met mondkapjes op. Ik heb zeker een aantal keer direct contact gehad met een coronapatient, maar dat heeft elke zorgmedewerker. Vooral de artsen die echt veel in aanraking komen met coronapatiënten lopen veel risico.”

Deze week is het vaccinatieschema van de Rijksoverheid bekend gemaakt, waarin deze artsen zo snel mogelijk worden ingeënt en overige artsen, zoals radiologen, pas vanaf april. Wat vindt u daarvan?

“Ik was zelf voorstander van het eerste vaccineerplan: eerst de kwetsbaren en de thuis- en ouderenzorg en daarna de ziekenhuizen, maar de ziekenhuizen hebben zich een beetje opgedrongen. Dit begrijp ik wel, maar ik vind het wel schadelijk voor de kwetsbare groep, die eerst aan de beurt zou zijn. Ik vind het niet erg dat ik als radioloog later wordt ingeënt dan andere artsen die de directe coronazorg bieden.”

Wat voor invloed gaat de coronacrisis hebben op uw werk in de toekomst?

“Ik denk dat we goed moeten gaan kijken wat we geleerd hebben en dat de zorg zich moet herorganiseren, er is echt een probleem met de organisatie in de zorg. In Nederland is de coronacrisis zeker niet optimaal gegaan, kijk bijvoorbeeld naar Duitsland, ik denk dat we daar echt wat van kunnen leren als het gaat om de organisatie.

Zelf, als radioloog, denk ik dat er niet heel veel verandert. Ik merk wel dat ik makkelijker ben geworden met online werken. Ik denk ook dat we in de toekomst een transitie mee gaan maken van fysieke naar online zorg, en dat we daar vooral de voordelen van moeten zien. Voor mij heeft dit wel voordelen, zo kan je meer dwarsverbanden maken met artsen die fysiek onbereikbaar zijn. Ik heb zelf ook voorgenomen om niet meer naar fysieke vergaderingen te gaan, het kan allemaal met zoom, of met teams.

De coronacrisis heeft de boel echt opgeschud. We zijn aan het kijken hoe we hierna verder gaan, er gaat zeker een hoop veranderen.”