Cardio thoracaal chirurg Meijer: ‘Door het verkleinen van de transplantatie wachtlijst, krijgen meer mensen een tweede kans.’

De wachtlijst om in aanmerking te komen voor een donorhart is al jaren lang groot. Weinig zieke mensen kunnen geholpen worden en hun leven weer oppakken. Om dat voor elkaar te krijgen zijn er innovaties nodig. De nieuwste innovatie is het implanteren van een kunsthart. In het begin van november is de ingreep, voor het eerst in Nederland, in het UMC Utrecht gedaan. In hetzelfde ziekenhuis werkt cardio thoracaal chirurg Ronald Meijer, hij behandeld mensen met een aandoening in de borstholte. Hieronder valt ook het hart en harttransplantatie. Hij zegt dat het kunsthart ‘weer een stap vooruit’ is.

 

Er is in het UMC Utrecht afgelopen week voor het eerst een kunsthart geïmplanteerd wat vindt u van deze innovatie?

“Het is weer een stap vooruit om patiënten waarbij het hart bloed niet meer goed rond pompt door het lichaam, oftewel hartfalen, te helpen. De eerste grote stap in dit proces werd in 1967 gezet, toen de eerste harttransplantatie plaatsvond. Voor een hele lange tijd is de harttransplantatie de standaard optie geweest om patiënten met hartfalen te behandelen en dat zijn er heel veel in Nederland.”

 

Wat betekent het voor de patiënten dat het kunsthart er nu is?

“Het kunsthart is er voorlopig om patiënten met hartfalen een overbrugging te geven naar een transplantatie omdat de wachtlijst lang is voor een harttransplantatie. Het is daarnaast handig voor patiënten die te ziek zijn voor een standaard harttransplantatie, waarbij veel medicijnen nodig zijn zodat er geen complicaties en infecties plaatsvinden. Bij een kunsthart is die zware medicatie niet nodig. Zodra er meer ervaring mee is, kan het een definitieve oplossing zijn voor mensen die niet meer in aanmerking hoeven komen voor een donorhart. Waardoor de lengte van de wachtlijst voor een donorhart kleiner wordt.”

 

Wat is het grootste doel van de innovaties?

Het verkleinen van de wachtlijst is heel belangrijk. Het aantal mensen die ‘een tweede kans’ krijgen neemt hierdoor toe. Tegenwoordig vinden er in Nederland op jaarbasis ongeveer 40 harttransplantaties plaats. In vergelijking met de hoeveelheid mensen die op de wachtlijst staan is dat veel te weinig. Waardoor is het een ingreep die voor weinigen is weggelegd. We proberen dit aantal op verschillende manieren te vergroten.”

 

 gWat zijn die manieren dan?

“Naast de reguliere manier van donatie, waarbij een patiënt hersendood is en alle organen gebruikt kunnen worden, is er een nieuwe vorm van orgaandonatie. Dat is de Donation after Circulertory Death (DCD) er is dan sprake van een circulatie stilstand. Voorheen werden alle organen gebruikt, maar dan werd het hart weggegooid, omdat we dan dachten dat het dan te lang stil staat. Nu is een hart nog bruikbaar wanneer je hem binnen een half uur aan de praat krijgt. Daarmee zijn ze in Engeland en Australië begonnen en dat ging een aantal jaren goed dus hebben we dat overgenomen. Sinds maart dit jaar zijn we met zulke transplantaties begonnen en het merendeel van de harttransplantaties gaan op deze manier.”

“Een derde manier die al langer wordt gebruikt is het plaatsen van een steunhart; een pompje dat de functie van de linkerhartkamer overneemt. Dit wordt gebruikt wanneer er sprake is van falen aan een kant van het hart. Het steunhart is voor de meesten, net als het kunsthart, een overbrugging naar een transplantatie. De laatste jaren is dit losgelaten en wordt het pompje ook gebruikt bij mensen die niet meer in aanmerking komen voor een harttransplantatie, door verschillende factoren als bijvoorbeeld de leeftijd. Je wint daarmee een aantal levensjaren, totdat het problemen gaat geven of een andere complicaties optreden dan is er geen verdere optie meer.”

Wat zijn de obstakels in het zoeken naar nieuwe oplossingen binnen het thema harttransplantatie en de cardiologie?

“Ja, wat is het moeilijkste? Je moet altijd zoeken naar een oplossing die betrouwbaar is. Er wordt altijd vergeleken met de ‘gewone harttransplantatie’ waarbij we weten dat de oplossing betrouwbaar is en goed werkt. Dus je probeert te zoeken naar een oplossing die dat ook benadert. De oplossing moet niet extreem kostbaar zijn. Er wordt altijd gekeken naar hoe ver de techniek gaat en wat mag het kosten. De politiek heeft daar zeggenschap          over, want dokters willen heel veel maar de vraag is of altijd alles maar kan.”

Wat voor beperkingen stelt de politiek?

“Eigenlijk heeft de politiek er vrij weinig mee te maken. Het gaat vooral om de medicijnen waar de politiek inspraak op heeft. Ze sturen de farmaceuten aan om op de kosten te letten, omdat die regelmatig hoge bedragen vragen als ze een alleenrecht hebben op bepaalde medicatie. Dus daar wordt vanuit de politiek gestuurd en dat geldt hier ook voor. Daarnaast zijn de kosten van zo een kunsthart heel hoog. Zodra het ministerie de kosten niet vergoedt moet je kijken hoe dat anders opgelost wordt zoals via de verzekering of uit eigen zak. Dat is wel lastig.”