‘Je moet vechten of weggaan, want er zijn geen andere keuzes’

Meer dan 6,6 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht, blijkt uit cijfers van UNHCR (Vluchtelingenorganisatie van de VN). Janghin Shehko (32) is één van de vele vluchtelingen uit Syrië. Hij komt terecht in ons land met een andere taal en cultuur. Nederlands beheerst hij nog niet volledig waardoor hij nog werkloos is. Maakte zijn beslissing om uit zijn land te vluchten hem gelukkiger of juist ongelukkiger? Dit is zijn verhaal.

De knoop werd doorgehakt toen er een groot Turkse militaire operatie in het noordwesten van Syrië plaatsvond. Jangin, toen 29 jaar oud, vlucht in het jaar 2017 uit zijn land Syrië. De stad Afrin, waar hij woonde, was niet meer veilig. Een lange reis door Turkije naar Griekenland heeft hem uiteindelijk in de stad Middelburg gebracht. Daar woont hij nu samen met zijn vrouw en hun in Nederland geboren zoontje.

Voordat de burgeroorlog in Syrië begon was het leven redelijk. Qua levensmiddelen was het goedkoop en er was werk. Echter is Jangin een Koerd, waardoor hij in zijn leven veel discriminatie heeft meegemaakt. Jangin: “Je mag je moedertaal niet spreken. Een keer toen ik student was heeft een professor mij Koerdisch horen praten. Daarna werd hij heel boos: ‘Geen Koerdisch spreken, alleen Arabisch!’ Dat is hier in Nederland niet, ik kan hier mijn moedertaal spreken.” Ondanks de discriminatie hield het hem niet tegen om Syrisch kampioen boksen in 2011 te worden en docent natuurkunde.

De situatie verslechterde nadat de burgeroorlog uitbrak. Levensmiddelen zijn schaars en de veiligheid was verdwenen. “Je kunt de basisbehoeften van het leven nu niet vinden in Syrië. Zoals brood, benzine en elektriciteit zijn er amper te krijgen. Als je brood wil kopen, moet je misschien wel vier of vijf uur wachten. Voor benzine wacht je bijna twaalf uur.” Jangin wilde een leven zoeken waar hij samen met zijn vrouw veilig was; een nieuwe start maken. Het liefst wilde hij niet weg uit Syrië, maar de druk om in het staatsleger te dienen speelde ook een rol. “Het was een noodgevalsituatie. Ik kon niet kiezen. Tijdens de oorlog is de situatie voor jongeren heel slecht. Je moet vechten of weggaan, want er zijn geen andere keuzes.” Jangin besloot dan ook voor het laatste te gaan, want hij wilde niet voor de Syrische leider Assad vechten.

Zonder zijn vrouw vertrok hij met vijftien anderen te voet richting Griekenland. Daarvoor heeft Jangin drie dagen vastgezeten in de Syrisch grensstad Idlib. Tijdens een controle wilden rebellen van de terroristische organisatie Jabhat al-Nusra achterhalen wie hij was. Met een valse naam (want zijn naam is Koerdisch) en de verklaring dat hij naar Turkije wil, lieten de rebellen hem weer gaan. De reis zette zich voort in de winter in Turkije. Het was koud en daarom besloot Jangin om zes maanden in Turkije te verblijven, en daarna zijn tocht te voet voort te zetten. Eenmaal in Griekenland werd daar een vliegticket naar Nederland gekocht. “Voor het geld heb ik acht maanden gewerkt als docent, zo’n twaalf uur op een dag. Het salaris in Syrië is heel laag.”

Nul verwachtingen van Nederland had Jangin niet. Voordat hij zou gaan vluchten had hij zich al laten informeren door vrienden die al in Nederland waren. Zij vertelden hem dat Nederlanders hele leuke en aardige mensen zijn. Verder werd hem verteld dat discriminatie vergeleken met Syrië hier in Nederland er niet zou zijn. Jangin vertelt blij te zijn dat hij hier zijn moedertaal mag spreken en dat er vrijheid van meningsuiting is. Nadat hij in Nederland aankwam volgde daarna zijn vrouw ook.

De toekomst in Nederland ziet hij gelukkig en hoopvol in, ook al zal hij voorlopig geen docent zijn. Daardoor besluit Jangin om zijn rijbewijs voor een vrachtwagen te behalen, zodat hij daarna aan het werk kan gaan als vrachtwagenchauffeur. Volgens hem is dat niet zulk zwaar werk en betaalt het veel beter dan het salaris in Syrië. Overigens ging hij in Nederland gelijk weer boksen in een sportschool in Vlissingen. Maar door de coronacrisis is het nu gesloten. “Mijn gewicht is nu bijna vijftien tot twintig kilo bijgekomen”, vertelt hij lachend. Maar wie weet, wanneer corona weg is en er een tijd over heen is gegaan, zien we Jangin terug in de boksring en als docent natuurkunde. Een ding weet hij wel heel zeker, en dat is dat hij niet meer naar Syrië wil terugkeren: “De reparatie van dat land duurt misschien honderd jaar. Daarom denk ik niet aan teruggaan.”

Voorlopig is hij gelukkiger hier dan in Syrië. Samen met zijn vrouw en zoontje woont hij in zijn eigen appartement in Middelburg, heeft hij zijn rijbewijs B hier gehaald en hij heeft een toekomstplan. “Ik begin gewoon nog een keer hier met een nieuw leven.”