Een vechtscheiding kent alleen maar verliezers

En ze leefden lang en gelukkig… Maar wat als dit anders loopt? Jaarlijks zijn er ongeveer 6000 minderjarige kinderen die een complexe scheiding van hun ouders meemaken, volgens Huiselijk Geweld Nederland. Zo ook Sofie (20): haar ouders gingen met een vechtscheiding uit elkaar toen Sofie acht jaar oud was. “Ik ben hier de dupe van.”

Door: Marit Laurenssen

“Je hebt ervoor gekozen om samen drie kinderen op de wereld te zetten. Je bent samen ooit gelukkig geweest. Ook al is dat nou niet meer zo, je hebt nog steeds kinderen samen. En dat mijn ouders die verantwoordelijkheid niet nemen, dat neem ik ze wel kwalijk, ja. Ik vind het erg kinderachtig: zet je gewoon over die ruzies met elkaar heen. Als kind zijnde dacht ik al: Als ze bij elkaar zijn, maken ze toch alleen maar ruzie. Ze kunnen maar beter uit elkaar gaan.

Er waren constant ruzies. Elkaar uitkafferen, politie hier, politie daar. We hebben toentertijd door de rechter verplichte jeugdzorg opgelegd gekregen, dat krijg je als er zoiets bij je thuis aan de hand is. We werden onder toezicht gesteld. Er kwam een vrouw vanuit de jeugdzorg. Ik denk dat ik een jaar of tien was. Ze begon heel kinderlijk te praten, op een manier van ‘papa en mama hadden drie kindertjes’, terwijl je als kind van gescheiden ouders bijna verplicht bent om heel snel volwassen te worden. Ze praatte zó kinderachtig tegen mij, alsof ik een kind van vijf jaar oud was. De jeugdzorg werkte niet voor ons.

Ik kan het me nog goed herinneren. Mijn vader ging met mij een stukje fietsen. We gingen een ijsje halen en toen zei hij: ‘Ik heb een andere vrouw ontmoet.’ En van het een kwam het ander. Het is nu bijna twaalf jaar geleden dat mijn ouders uit elkaar gingen. Op mijn twaalfde moest ik rechterlijk kiezen bij wie ik wilde wonen. Het was heftig om als kind in een rechtbank te zitten. Ik heb toen voor co-ouderschap gekozen. Dat ging een tijdje goed. Ik woonde de ene week bij mijn moeder, de andere week bij mijn vader.

Het contact tussen mijn vader en moeder ging altijd via mij. Ik woonde toen bij allebei, dus ‘ik moest het maar regelen’. Dan was het van: ‘Je moeder dit’ of ‘Je vader dat’. Ze zijn volwassen genoeg. Als er nu iets is wat ze met z’n tweeën moeten bespreken, dan zoeken ze het maar lekker zelf uit.

Toen ik op de middelbare school zat, verhuisde mijn vader met zijn vriendin naar een plaatsje verderop. Het is niet heel ver van mijn moeders huis naar mijn vader toe, maar toch. Ik heb hier school, vriendinnen, mijn werk. Ik heb daar niks. Ondanks dat ik het bij mijn vader erg fijn had, besloot ik om bij mijn moeder in Helmond te blijven, waar mijn broertje en zusje ook wonen. Ik miste ze om me heen. Het contact met mijn vader werd hierdoor ook steeds minder. Het is op en aan; soms zien we elkaar, en dan weer een tijdje niet. Ik ben niet tevreden met hoe het nu gaat. Ik heb het idee dat hij zijn carrière boven zijn kinderen plaats op dit moment. Laatst heb ik er een gesprek met hem over gehad. Hij zegt dan van: ‘Ja maar ik heb het heel druk.’ Maar ik heb het óók druk: ik studeer, moet hard werken om alles zelf te betalen en ik heb ook mijn eigen sociale kring. Dat vind ik geen excuus om elkaar niet te zien. Ik zou niets liever willen dan mijn vader weer wat vaker zien.

Ik ben niet de makkelijkste in een relatie. Ik ben erg wantrouwig naar anderen toe. De vertrouwensband opbouwen vind ik lastig. Ik merk dat ik dat heb meegenomen van alles wat er thuis is gebeurd. Op dit moment heb ik een fijne relatie. Ik wil niets liever dan trouwen en moeder worden maar daar komt toch wel een angst bij kijken. Ik weet namelijk dat het de andere, verkeerde, kant op kan gaan. En dat is iets wat ik absoluut niet wil. Ik zou het anders aanpakken dan mijn eigen ouders: ervoor zorgen dat mijn kinderen beide ouders om zich heen hebben, ook als ik gescheiden zou zijn. Een goede omgangsregeling is zo belangrijk. De huidige situatie is dat mijn ouders nog steeds niet door één deur kunnen. Toen mijn vriend vroeg hoe ik over trouwen dacht, had ik wel zoiets van: hoe gaan beide ouders op mijn bruiloft komen? Als ze het verpesten, zet ik ze er gewoon uit hoor.

Ik zie geen voordelen aan het hebben van gescheiden ouders. Ik ga niet elke zomer twee keer op vakantie en ik krijg niet dubbel zoveel cadeaus. Dat denken de meeste mensen, maar dat is bij ons dus totáál niet zo.

 

Je hebt een voorbeeld van hoe het niét moet, ga ervoor om te laten zien hoe het wél kan. Net zoals ik dat doe.”

 

 

 

* Om privacyredenen is Sofie haar achternaam weggelaten.