Duitse justitie wil voormalige SS’ers kamp Stutthof vervolgen

Impressie van concentratiekamp Stutthof. (stockfoto)

Bruno Dey is een van de zoveelste voormalige SS-kampbewakers die vandaag de dag wordt beschuldigd van misdaden die in de Tweede Wereldoorlog gepleegd zouden zijn. De nu 92-jarige Hamburger wordt door het Duitse gerecht verdacht van medeplichtigheid aan 5230 moorden die zijn begaan in concentratiekamp Stutthof, dat op ruim 25 kilometer ten oosten van Gdansk ligt.

Maarten D’Haese – 10/05/2019

 

In de jaren dat in Europa de Tweede Wereldoorlog woedde, maakte het nu Poolse Sztutowo onderdeel uit van het Derde Rijk. Al in 1939 werd in de bosrijke omgeving van het dorpje een kamp opgericht. In eerste instantie fungeerde het als werkkamp voor voornamelijk Poolse intellectuelen. Pas in 1944, toen het inmiddels twee keer zo groot was geworden en het al een aantal jaar als een concentratiekamp werd betiteld, kwamen er massaal gedeporteerde joden aan. In dat jaar werd er dan ook voor het eerst gebruik gemaakt van een gaskamer en de overledenen werden in een crematorium verbrand.

 

Dodenmars

De omstandigheden in Stutthof waren doorheen alle jaren dat het heeft bestaan mensonterend te noemen, met als meest onthutsende verhaal de grote dodenmars in de winter van 1945. Omdat de Russen op dat moment het kamp tot op 50 kilometer waren genaderd, besloten de nazi’s Stutthof te ontruimen. In januari 1945 moesten, onder de meest barre weersomstandigheden, liefst 37 duizend mensen met een geweer in de rug naar westelijker gelegen gebieden lopen. Duizenden werden gedwongen de ijskoude zee in te lopen, anderen kregen simpelweg de kogel als er niet genoeg werd voortgemaakt. Liefst 20 duizend mensen overleefden die tocht dan ook niet. Van ’39 tot aan de bevrijding door de Russen in mei 1945 vonden er in totaal zeker 65 duizend mensen de dood in Stutthof.

 

Dey werkte van augustus 1944 tot april 1945 in concentratiekamp Stutthof. Op het moment dat hij er aankwam, was hij nog maar 17 jaar oud en was hij pas sinds kort lid van de Schutzstaffel. Om die reden zal hij volgens The Times Of Israel voor een kinderrechter moeten verschijnen. Dey zelf heeft inmiddels verklaard dat hij zich van geen kwaad bewust is. In een interview dat Die Welt met hem had, liet hij zich ontvallen dat het niets zou hebben uitgemaakt als hij Stutthof verlaten zou hebben, omdat er dan wel weer een andere bewaker voor hem in de plek zou zijn gekomen.

Situering kamp Stutthof anno 2019. Beeld: Google Maps/Maarten D’Haese

Herta Bothe

Opvallend is zo’n uitspraak eigenlijk nog amper te noemen. Doorheen de gehele geschiedenis kijken vrijwel alle oud-bewakers van welk concentratiekamp dan ook met soortgelijke bewoordingen terug op waar zij al dan niet direct deel aan hebben genomen. Specifiek het oog gericht op Stutthof is wat dat betreft zelfs een huiveringwekkend voorbeeld te noemen: Herta Bothe. Deze vrouwelijke bewaakster verklaarde in een in 1999 gehouden video-interview na al die jaren nog steeds te denken dat ze geen fout had gemaakt tijdens die aardedonkere periode van de jaren ’40.

 

Bothes bijnaam, de sadist van Stuffhof, laat echter weinig aan de verbeelding over. Tijdens de in 1945 en 1946 gehouden processen van Belsen, het vrouwenkamp dat onderdeel uitmaakte van Bergen-Belsen en waar Bothe tijdens de allerlaatste maanden van de oorlog gestationeerd was, waren er allerlei aantijgingen van ex-gevangen tegen haar te horen. Zo zou ze onder andere met genoegen een wapenstok hebben gebruikt om mensen op een brute manier af te ranselen. Ook werden aantijgingen gemaakt dat ze, zonder enige reden, meermaals een pistool zou hebben gebruikt om gevangenen te vermoorden. Omdat deze beschuldigingen niet bewezen konden worden, kreeg Bothe niet meer dan 10 jaar gevangenisstraf opgelegd.

 

In tranen

Het contrast kan bijna niet groter als gekeken wordt naar de berechting van Johann Rehbogen. Deze inmiddels 94-jarige oud-bewaker van Stutthof, die in november 2018 voor een kinderrechter in Münster verscheen om zich te verantwoorden voor zijn rol in dat Oost-Pruisische kamp, moest huilen tijdens dat de rechter de aanklacht voorlas. In zijn verklaring vertelde Rehbogen dat hij nooit een nazi had willen zijn en dat hij het toentertijd verschrikkelijk vond om de gevangenen zo te moeten zien creperen.

 

Tegen Rehbogen is overigens geen direct bewijs gevonden dat hij betrokken zou zijn geweest bij welke misdaad dan ook. Maar sinds de vermaarde zaak tegen John Demjanjuk, een voormalige kampbewaker van Sobibor, die in 2011 een straf opgelegd kreeg zonder dat er enige sprake was van een individueel schuldbewijs, bestaat er ook voor Rehbogen de mogelijkheid dat hij een straf opgelegd kan krijgen.