Column: mijn laatste biertje

Zoals de trouwe volgers van IE04 wel weten, zijn we naar Gdansk geweest om weer eens journalistiek bezig te zijn. Wij hadden hier met zijn allen zo veel zin in dat we besloten om zondag al te gaan, terwijl de andere groepen vooral maandag gingen en enkele zelfs pas op woensdag. De eerste avond heerste er, hoe kan het ook anders, een heuse feeststemming bij mij en u raadt het al: Michiel lustte wel een biertje. Met de legendarische woorden ‘kom, we gaan naar een karaokebar!’ haalde ik mijn groep over om even de stad in te duiken die we deze week beter zouden leren kennen. Tot mijn grote verbazing was er geen karaokebar te vinden. Er was wel bier en er waren dronken Poolse vrouwen van middelbare leeftijd: het perfecte recept voor een onvergetelijke avond en dat werd het zeker.

Toen mijn klasgenoten mij een voor een verlieten, bleef ik met één persoon over in de stad. Dorstig. We besloten wat kroegjes in te duiken en halve liters weg te tikken om de echte Pool in ons los te laten. Dit was gezellig en leuk en we besloten naar huis te gaan wanneer wij, u voelde hem vast al aankomen, werden aangesproken door een iets te glad persoon die je eigenlijk niet moet vertrouwen. Hij won mijn vertrouwen met ‘first beer is free’. Eenmaal in het, we dachten vooraf een café, werd me van alles duidelijk: het was een stripclub. Er kwam een mooie, getalenteerde mevrouw naast me zitten en we startten een gesprek. Eindelijk toonde een vrouw interesse in me en kon ik op begripvolle knikjes rekenen terwijl ik vertelde over mijn kat en hoe erg ik hem wel niet miste.

Toch had ik een gevoel dat er iets niet klopte en het feit dat de gratis shotjes en biertjes maar bleven komen wekte argwaan bij me op. Uiteindelijk was het de bedoeling dat wij drankjes gingen halen voor de dames, waar ik als Zeeuw helemaal niet op zit te wachten. Ik wist dat ik hier snel weg moest, dus ik zei al tegen mijn lotgenoot dat dit mijn laatste biertje zou worden. Om het gesprek met de vrouw af te sluiten begon ik over mijn project en probeerde ik die bloedmooie dame te strikken voor een interview over persvrijheid, waarop ze positief reageerde. Bij het verlaten van de zaak liet ik mijn telefoonnummer achter, maar helaas: ze heeft me niet meer gebeld. Ondanks haar uiteindelijke desinteresse kon ik mij geen betere start van deze week wensen.