‘Als je tegenwoordig iets schrijft wat de overheid niet bevalt, kunnen ze je zo ontslaan of je zenders subsidie ontzeggen.’

Ondanks dat Gdansk eigen keuzes mag maken en socialistischer is ingesteld dan de regering van Polen, kan het niet alles doen wat het wil. De conservatieve en rechtse PiS-regering regeert, ook in Gdansk. Onder andere de media ondervinden hier hinder van. Volgens Marek Waluszko, voormalig journalist bij de publieke TVP, zijn de publieke omroepen tegenwoordig erg gericht op de regering, nog erger dan voor de laatste verkiezingen waarin de huidige PiS-regering een meerderheid haalde in 2015. Sinds die tijd is er veel veranderd in de media: zo trekt de regering de media naar zich toe en bestaat de publieke omroep tegenwoordig vooral uit propaganda.

 

De politiek in Gdansk

De politiek in Gdansk verschilt om twee redenen met de rest van Polen. Ten eerste heeft het te maken met de wet: de ‘Local Government Act’ is van toepassing, wat de lokale overheden veel vrijheid geeft. Het betekent dat de stad zijn eigen budget ter beschikking heeft wat het in sommige zaken kan gebruiken om andere beslissingen te nemen dan de centrale overheid. Bijvoorbeeld hulp voor vluchtelingen en het organiseren van evenementen. De stad moet er natuurlijk voor zorgen dat het geld legaal wordt uitgegeven, maar toch heeft het vrijheid. Hoe groter de stad, des te onafhankelijker het kan zijn. Warschau, Poznan en Wroclaw lijken wat dat betreft op Gdansk. Vaak bundelen deze lokale overheden hun krachten en creëren echte alternatieven voor overheidsacties. Gdansk organiseert bijvoorbeeld met andere lokale overheden de viering van 4 juni (de dag van de eerste (deels) vrije verkiezingen in Polen), die door de rechtse regerende partij niet wordt gewaardeerd. Ten tweede heeft het te maken met de geschiedenis: sinds 1970 is het gen van rebellie tegen autoritaire regeringen gecodeerd in de traditie van de stad. Daarna werd de beweging Solidarność geboren, waardoor mensen in opstand kwamen tegen het communisme. Gdansk omschrijft zichzelf tegenwoordig als de stad van vrijheid en solidariteit.

Propaganda van de publieke omroep

Ondanks dat moet Jerzy Boj, gepensioneerd journalist en tot 2010 werkzaam bij de publieke media, zich aansluiten bij Waluszko: “Toen ik een jonge journalist was, voor 1989 (de val van het communisme), waren er maar drie kranten, de Poolse radio en de televisie. Al was de televisie destijds net als nu, alleen heb je nu propaganda van één partij: de PiS-regering. Vroeger was er natuurlijk ook propaganda, maar nu is de propaganda sterker en eenzijdiger dan toen. Nu lijkt de publieke televisie meer op private televisie voor de lokale politici die rechts zijn. Gisteren keek ik bijvoorbeeld naar het nieuws op een publieke zender, dat duurt zo’n 25 minuten. Het ging 20 minuten over de regering.”

 

Bojs gevoel wordt half bevestigd als we journalist Sebastian Lupak spreken van WP, een private omroep: “De tijden vroeger waren meer relaxt. Ik schreef verhalen over kunst, lifestyle en sport. Nu schrijf ik meer over politiek, omdat het volgens ons nodig is. Vandaag de dag heb ik het gevoel dat je constant moet vechten.”, waaraan hij toevoegt: “De grootste uitdaging is om objectief te blijven en een land als Polen is dat erg moeilijk. Dat Polen is verdeeld in extreem-links en extreem-rechts maakt het er niet makkelijker op. Als je een artikel schrijft waar bijvoorbeeld de linkse media het niet mee eens is, zeggen ze meteen dat je een kant kiest en je niet objectief bent als journalist. In die zin kun je in een land als Polen eigenlijk nooit objectief zijn. Over de publieke omroep wordt toch alsmaar gezegd dat ze propagandanieuws brengen.”

 

Andrzej Skiba, hoogleraar Recht aan de universiteit Gdansk en tevens de nummer twee op de PiS-lijst tijdens de laatste lokale verkiezingen in Gdansk, kan zich wel vinden in de opvatting van Waluszko en Boj: “Het gaat op het nieuws veel over de politiek, en veel mensen zeggen dat het journaal propaganda verspreidt. Het is ook niet zo dat elke persoon die voor de huidige overheid is, zegt dat alles goed gaat in de media en zijn er mensen kritisch. Aan de andere kant heb je mensen die tegen de huidige overheid zijn en zij zijn sneller geneigd te zeggen dat het propaganda is. Maar als ik journalist was, zou ik het wel anders doen. Ik denk dat media in het algemeen objectiever zouden mogen zijn.” Al voegt hij hier wel aan toe dat er altijd journalisten zijn die expres manipuleren en journalisten die per ongeluk propaganda verspreiden omdat ze simpelweg niet goed genoeg zijn in hun vak om te kijken wat waar is en wat niet waar is.

 

Persvrijheid

Het mag dan ook geen toeval heten dat er sinds de laatste verkiezingen in 2015 veel journalisten zijn ontslagen of zelf zijn opgestapt bij de publieke omroep. Niet alleen de publieke omroep heeft hier last van volgens Waluszko: “Ook de private omroepen worden gedwongen zich gedeisd te houden met hun kritiek op de overheid, omdat grote staatsbedrijven anders geen advertentietijd zullen kopen. Deze financiële chantage is vergelijkbaar met die van Poetins Rusland en Hongarije.” Boj heeft hier zelf geen last van, omdat hij sinds 2010 niet meer werkt voor de publieke omroep en tegenwoordig te werk gaat als freelancer. Toch deelt hij deze angst: “Als je tegenwoordig iets schrijft wat de overheid niet bevalt, kunnen ze je zo ontslaan of je zenders subsidie ontzeggen.” Skiba vindt dat je als journalist niet zomaar mag worden ontslagen, maar erkent dat er na elke verkiezing veel wordt veranderd in onder andere de media. Hij keurt dit niet goed, want hij stelt dat je als journalist in principe enkel nieuws moet verzamelen, moet kijken wat klopt en wat niet klopt.

 

Een regel waar Lupak mee in de maag zit is de regels dat je als journalist je teksten moeten autoriseren. “Dat heb je in bijvoorbeeld Nederland niet. Wij moeten onze tekst sturen naar de geïnterviewde persoon en hij kan alles doorstrepen wat hij heeft gezegd, waar hij het niet mee eens is. Als we het toch publiceren in de originele staat kunnen we worden aangeklaagd. Het is dus moeilijk om een objectief verhaal te vertellen.” Als hij iets zou willen veranderen, zou het het schrappen zijn van die wet omdat hij deze wet ‘raar en onnodig’ vindt. Skiba vindt deze wet wél goed: Ik denk dat het een goed systeem is omdat er soms gevallen zijn dat er verkeerd wordt geciteerd of het in de verkeerde context wordt opgeschreven. Sommige journalisten manipuleren omdat ze óf niet goed zijn in het vak, óf omdat ze het expres willen manipuleren. Het is een goede zaak dat je zeker weet dat de journalist alles wat je hebt gezegd correct opschrijft. Ik denk ook dat de meeste mensen wel weten wat ze zeggen in het openbaar en dat ze nadien niet zullen liegen over wat ze hebben gezegd.”

 

Skiba denkt dan ook dat de Poolse pers genoeg vrijheid heeft. “Als ik iets zou veranderen, zou ik meer aandacht willen besteden aan ‘fakenews’. Tegenwoordig is het wel erg makkelijk iets op het internet te zetten, wat anderen als waarheid waarnemen. Het probleem is dat er veel fakenews te vinden is op het internet, maar je niet kunt bijhouden hoeveel. Een voorbeeld van het probleem is dat kleine sites vals informatie schrijven over terrorisme, om groter te worden en daardoor meer geld te verdienen. Het grootste probleem is dat deze berichten worden gedeeld en de mensen die het delen niet checken wat de waarheid is.

 

Betekent dit dan dat je niet alles kan schrijven wat je wil als journalist? Lupak, als journalist bij een private zender, maakt zich weinig zorgen: “We hebben wel regels waar we ons aan moeten houden. We kunnen over alles schrijven wat we willen, alleen moeten we ons wel aan de regels houden. We willen sowieso niet moedwillig mensen beledigen. Als het niet interessant genoeg is voor de samenleving schrijven we er niet over. Als er meer schade aangericht wordt door het verhaal te publiceren dan het niet te publiceren, kiezen we voor het tweede. Je moet jezelf de vraag stellen: wat is belangrijker?”

 

Ontwikkelingen binnen de journalistiek

Wat zonder twijfel belangrijk genoeg is voor de samenleving, is de onlangs door Tomasz Sekielski op YouTube geposte documentaire. Hij zette hier de Poolse (journalistieke) wereld mee op zijn kop: hij maakte een documentaire over kindermisbruik in de katholieke kerk. Aangezien de katholieke kerk erg belangrijk is voor de Polen kreeg hij geen steun van de publieke omroepen en de private omroepen durfden het ook niet aan met zijn project. Uiteindelijk heeft hij het kunnen financieren via crowdfunding: bijna 350.000 zloty werd opgehaald. Boj erkent dat dit een goede stap vooruit is voor de journalistiek, maar is wel voorzichtig: “Ik denk wel dat dit een goede stap is voor de Poolse journalistiek, maar wat lastig is, als je zulke dingen wil gaan maken moet je er erg goed in zijn. Het is lastig om een onafhankelijke journalist te zijn. Als voorbeeld is deze journalist voormalig journalist bij Chanel TVN, een private zender dat nu een dochteronderneming is van Discovery Inc. Dit is belangrijk geweest want hij was al een bekende journalist en dat helpt bij onder andere het vinden van de sponsors die het produceren van deze documentaire mogelijk hebben gemaakt.” Skiba is ook content met het aan de kaak stellen van het kindermisbruik in de kerken: “Ik denk dat deze documentaire een grote rol zal gaan spelen, of zelfs al speelt. Het is al miljoenen keer bekeken dus heeft het al een soort van invloed. Wel is het belangrijk wat de reacties zullen zijn omdat de meeste mensen in Polen katholiek zijn. Dit betekent niet direct dat deze mensen alles zullen geloven wat de kerk hen wijsmaakt. Al met al denk ik dat deze documentaire een discussie zal losmaken over de rol van de katholieke kerk en de zedenzaken die al die jaren in de doofpot zijn gestopt.”

 

Hoe nu verder?

Het is een feit dat de meningen uiteenlopen bij dit complexe onderwerp. De Polen zijn propaganda inmiddels wel gewend, al lijkt dit nu heftiger te zijn dan ooit tevoren. Hoewel onafhankelijke journalisten dit toe durven geven, zijn de mensen van de publieke en private zenders minder uitgesproken en dat lijkt begrijpelijk.