“Je moet als ouder regelen dat een 4-jarige geen keiharde porno of onthoofdingen te zien krijgt”

Kinderen krijgen gemiddeld rond twaalf jarige leeftijd een smartphone, blijkt uit een onderzoek van de Volkskrant. Daarbij ligt ook meteen de wereld van sociale media voor hen open. Op het internet komen allerlei zaken voorbij. Van elkaar uitschelden en agressie in games tot informatie die niet klopt, maar wel lijkt op echt nieuws. Waar stellen we dan de grenzen voor jonge kinderen?

Justine Pardoen, hoofdredacteur en oprichtster van Mediawijsheid, stelt: “Een kind in ontwikkeling moet zelf leren om grenzen te stellen, dat moet niet voor hen gedaan worden. Wel moeten we ze bewust maken van de risico’s en ze vervolgens zelf laten kiezen hoe ze ermee om kunnen gaan.” Uit het onderzoek blijkt dat 3 op de 10 van de ouders wekelijks praat met hun kinderen over het internetgebruik en nog eens 23% doet dat maandelijks.

Kunnen we er wel vanuit gaan dat kinderen die grenzen zelf kunnen stellen?

“Wanneer je kinderen autoritatief opvoedt, gaan ze zelf verantwoordelijkheid nemen. Zowel voor zichzelf als voor de groep.”

Autoritatief opvoedt?

Pardoen legt uit: “Dat houdt in dat je kinderen zelf hun keuzes laat maken, waardoor een kind leert om zelf zijn eigen grenzen te stellen en dat is de opvoeding die je wilt geven. Als je daarentegen kijkt naar hoe kinderen zich ontwikkelen die autoritair zijn opgevoed. Dus waarbij de regels vaststaan, waarbij de ouders zeggen: ‘dit is hoe het gaat gebeuren en als het fout gaat krijg je op je kop’. Zulke grenzen kan je bij kleuters en peuters nog stellen, want die kunnen zelf niet nadenken over de gevolgen van hun gedrag. Die kun je ook nog geen eigen verantwoordelijkheid geven.”

“Naarmate ze groter worden”, zegt ze, “moeten ze meer verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen leven. Je ziet ook dat kinderen die autoritair zijn opgevoed zelf niet weten waar hun eigen grenzen liggen. Vaak zijn zij ook sneller slachtoffer van misbruik en gaan ze sneller grenzen van anderen over.”

“Als je kinderen autoritatief opvoed, gaan ze wel die eigen verantwoordelijkheid nemen. Ze gaan meer voor elkaar zorgen, ze spreken elkaar op een goede manier aan en zijn gelukkiger.”

Maar moet je daar dan vanuit gaan? Dat een kind met die opvoeding geen grenzen overschrijdt online?

“Ik denk dat het heel belangrijk is om kinderen bewust te maken voor risico’s, waardoor ze uiteindelijk zelf keuzes kunnen maken. Je moet jezelf kunnen beschermen van risico’s, maar ook verantwoordelijkheid nemen tegenover anderen.”

“Alleen daadwerkelijk grenzen stellen gaat mij te ver. Er is maar één soort grens die vaststaat en dat is die van de wet. We hebben allemaal een basis aan waarde. Er zijn altijd mensen die zelf hele nare dingen hebben meegemaakt en toch het meest fatsoenlijke gedrag vertonen. Alle waarde die we hebben in de omgang, zijn we niet ineens kwijt. Dus het zou wel fijn zijn als ouders blijven vertellen aan hun kinderen dat het leuker is om vriendelijk te zijn en ik zie ook dat Nederlandse ouders dat doen.”

Om terug te komen op wettelijke grenzen en dat zulke grenzen de enige zijn. Kan je er dan wel vanuit gaan dat kinderen die grenzen van de wet weten?

“Nou, dat is het gekke .. dat leren we kinderen niet. Als ik een gemiddelde klas met 14 jarige heb, hebben ze echt geen idee wat voor hen de wettelijke grenzen zijn aan online gedrag. Wat raar is, want dat horen ze gewoon te weten. Alleen moeten wij ze dat wel vertellen. Dat is niet iets waar ze zelf opkomen.”

Wie moet dat dan vertellen of daar uitleg over geven aan kinderen?

“Dat is dus iets wat er op scholen moet gaan gebeuren, er moet les gegeven worden over hoe de media in elkaar zit. Je wilt dat kinderen mediawijs worden. Net als dat je wilt dat ze leren lezen en schrijven, zelfredzaam zijn en met geld om kunnen gaan. Hierbij houdt mediawijsheid voor mij in, dat je de media kan inzetten voor je eigen ontwikkeling en welzijn. Ook het welzijn van anderen, de relatie die je hebt met anderen en hoe jij een bijdrage kan leveren aan het grotere geheel.”

“Er komt ook eindelijk een nieuw curriculum aan! Nieuwe leergangen dus, met betrekking tot het mediawijs maken van kinderen. Hier worden alle vakken bij betrokken, maar er is veel gedoe over wat er wel of niet in moet komen. Het ligt nu al zo’n 5 jaar op tafel in het parlement, maar het gaat nog echt wel 4 jaar duren voordat het wettelijk is vastgesteld. Dat heeft echt te lang geduurd. Het heeft tot nu toe allemaal afgehangen van de individuele school, individuele docent en individuele ouders om kinderen iets bij te brengen over hun gedrag online. Alleen het wettelijk vaststellen, dat zijn in Nederland gewoon trage processen.”

Hoe draagt de sociale media dan bij aan de ontwikkeling van kinderen?

“Nou, stel dat je vroeger als veertienjarig meisje twijfelde aan je geaardheid en een boek wilde halen in de bibliotheek. Dan mocht je dat niet meenemen. Terwijl je nu op internet alles kan zoeken en vinden. Natuurlijk kun je op dingen stuiten die niet voor kinderen geschikt zijn, prima. Zorg dan als ouder dat, als je jonge kinderen hebt, je ze daar van afschermt.”

“Maar aan de andere kant kunnen kinderen van twaalf jaar, die geïnteresseerd raken in deze dingen, de informatie zelf vinden. Dit zonder dat ze afhankelijk zijn van anderen die hun toegang moeten geven. Ja, ik vind dat vrijheid. Ik vind dat een enorme vooruitgang.”