Door de (zonne)bril van een ander zien

Mensen die wel eens in Florence op vakantie gaan herkennen het. Mannen – voornamelijk uit landen als Senegal, Ivoorkust of Ghana – komen nog geen minuut nadat je het vliegveld uitstapt op je afgelopen. Bij zich dragen ze opengeslagen koffertjes met tientallen nepzonnebrillen van merken als Ray-Ban, Hugo Boss, Gucci, etc. De mannen roepen verleidelijke termen; ‘Special price for my friends from the Netherlands’ of ‘Hey playboy, 10 euros for these Ray-Ban sun glasses’. Dat je voor een tientje geen echte Ray-Ban zonnebril kunt krijgen is de meeste toeristen wel duidelijk. Toch zijn er dagelijks nog tientallen mensen die voor deze trucs vallen, waar de zogenoemde straatverkopers hun brood mee verdienen.

Volgens een artikel uit het AD in april 2017 wil Florence voorkomen een tweede Venetië te worden: “De stad waar nauwelijks nog Venetianen wonen omdat het centrum onleefbaar is geworden. 50.000 bewoners zien ieder jaar tien miljoen toeristen hun stad overspoelen. Ook in Florence zijn de meeste bewoners uit de drukste straten weggetrokken. Kleine winkels zijn opgekocht en getransformeerd in hotels, restaurants en broodjeszaken om toeristen te bedienen.” Een van de gevolgen dat het toerisme zo op hol slaat in plaatsen als Venetië, is dat er steeds meer illegale straatverkopers terecht komen. Dit is ook al een paar jaar in Florence aan de gang. Maar hoe komen deze mensen toch in dit soort plaatsen terecht?

Het antwoord op deze vraag is vrij simpel: armoede. Uit een onderzoek van een ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties blijkt dat 33.4% van de Senegalese bevolking onder de armoedegrens leeft. In Ghana is dit 28.5% en in Ivoorkust is dit maar liefst 42%. Onder de armoedegrens wordt verstaan: de hoeveelheid inkomen die iemand nodig heeft om van te kunnen leven. Leef je dus onder deze grens, dan ben je niet in staat om jezelf te voorzien in de basisbehoeften; een dak boven je hoofd, kleding, voedsel, etc.

Veel mensen in deze ontwikkelingslanden denken dus eigenlijk beter af te zijn in Italië, Spanje of Frankrijk door daar illegaal aan het werk te gaan. En eigenlijk zijn de meeste straatverkopers dat ook. Het grootste deel heeft dan wellicht nog altijd geen dak boven hun hoofd en geen medische verzekering, maar door op deze manier veel geld te verdienen hebben ze wel een garantie op voedsel, schoon drinkwater en kleding. Er zit bijna geen motief aan om het niét te doen. Menigeen weet slechts één tegenargument te noemen en dat is dat ze constant uit moeten kijken voor de plaatselijke autoriteiten. Het is en blijft een illegale handeling en een groot gedeelte van deze mensen heeft ook nog geen officiële verblijfsvergunning.

Zowel toeristen als inwoners beweren veel last te hebben van de illegalen. “Ik vind het niet erg dat ze me iets aanbieden, maar als ik ‘nee’ zeg blijven ze altijd zo aandringen. Nee is nee bij mij.” Aldus Vera Noteboom (18), die als kind erg vaak in Florence kwam. Eugène de Leeuw (16) kwam voor het laatst in de zomervakantie van 2018 in Florence: “Ik zat gewoon rustig een hapje te eten met mijn familie op het terras, komen er ineens twee mannen op me af. Ze vragen in slecht Engels of ik geïnteresseerd ben in een zonnebril terwijl ik er letterlijk zelf een op had. Wat ik ook erg vervelend vind is dat als je ook maar even naar ze kijkt dat ze meteen denken dat je iets van ze wilt. Niets is minder waar.”

Er komen voornamelijk negatieve geluiden naar buiten als het gaat om straatverkopers in Florence en in december 2011 kwam dit tot een dieptepunt: “Een schutter heeft vanmiddag in de Italiaanse stad Florence twee Senegalese straatverkopers doodgeschoten. Drie anderen raakten gewond. Na de schietpartij pleegde de man zelfmoord.” Aldus de Volkskrant. Het was niet voor het eerst dat er een aanslag werd gepleegd op de rommelverkopers, maar het was wel een van de eerste keren dat het zo groot in het nieuws kwam. Dat kwam doordat het incident plaatsvond op het Piazza Dalmazia, een plein dat vlakbij de grote beroemde dom in Florence ligt. “Ongeveer 200 Senegalese straatverkopers demonstreerden na het incident in het centrum van de stad. Ze trapten brommers en afvalbakken omver en riepen ‘schande, schande!’ en ‘racisten!’.” Er werd niet alleen gedemonstreerd voor de overleden straatverkopers, maar ook over hoe er met ze wordt omgegaan, sinds dat ze in de hoofdstad van Toscane terecht zijn gekomen.

Ondanks dat er veel gebeurd is sinds dat vluchtelingen illegaal zijn gaan verkopen in Florence, lijkt er nog altijd niets te veranderen. De straatverkopers, plaatselijke autoriteiten, landelijke autoriteiten, inwoners en toeristen lijken niets in hun gedrag te veranderen. Het inwonersaantal in de hoofdstad blijkt zelfs altijd nog te groeien, wat aantoont dat de buitenlanders niet het zodanige effect hebben dat tot een leegloop van de stad leidt.